Impassezaken en verantwoordelijkheden binnen het enquêterecht
Einde inhoudsopgave
Impassezaken en verantwoordelijkheden binnen het enquêterecht (IVOR nr. 69) 2010/2.2.1:2.2.1 De fundamenten van het Wetboek van Koophandel
Impassezaken en verantwoordelijkheden binnen het enquêterecht (IVOR nr. 69) 2010/2.2.1
2.2.1 De fundamenten van het Wetboek van Koophandel
Documentgegevens:
mr. F. Veenstra, datum 28-10-2010
- Datum
28-10-2010
- Auteur
mr. F. Veenstra
- JCDI
JCDI:ADS463128:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vergelijk ook Honée 1989, p. 37: ‘Op de concrete uitwerking van de drie genoemde hoekstenen ga ik niet verder in, immers, nu in 1988, weten wij dat de destijds gelegde fundamenten voor openbaarheid, vermogensbescherming en aansprakelijkheid van oprichters, bestuurders en commissarissen inmiddels zijn uitgegroeid tot reusachtige bolwerken van de regelgeving.’
Zie Belinfante 1929, p. 39
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
8. Het WvK is in verschillende opzichten een moderne wet. Zo bevat art. 40 reeds de mogelijkheid om te handelen namens de NV in oprichting. Ook kent de wet de mogelijkheid van besluitvorming buiten vergadering (art. 46d lid 2 voor de NV wier akte van oprichting ‘aandelen aan toonder niet toelaat’). Het zou de toenmalige wetgever goed doen te zien dat een groot aantal bepalingen uit het WvK is overgenomen in Boek 2 BW, zij het vaak in andere bewoordingen. Van belang is echter vooral dat de fundamenten van de oude wet grotendeels dezelfde zijn als die van Boek 2 BW.1 In de memorie van toelichting op het wetsontwerp uit 1910 worden als hoekstenen genoemd2 :
Openbaarheid van de inrichting van en machtsverdeling in de NV;
Bescherming van het vermogen van de NV, dat tegenover derden in de plaats treedt van voor de verbintenissen van de NV aansprakelijke personen, en in verband daarmee een regeling van de inbreng van andere zaken dan geld, ‘waarbij zoo vaak meer wordt gelet op de belangen van inbrengers dan op die der naamlooze vennootschap’;
Regeling van de persoonlijke aansprakelijkheid van oprichters, bestuurders en commissarissen, ‘zoo jegens de aandeelhouders als jegens derden, die door hunne onrechtmatige handelingen benadeeld zijn’.