Vastgoedtransacties in de Europese btw
Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/7.9.4:7.9.4 Geen samenloopvrijstelling ondanks verkrijging krachtens belaste verhuurdienst
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/7.9.4
7.9.4 Geen samenloopvrijstelling ondanks verkrijging krachtens belaste verhuurdienst
Documentgegevens:
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291702:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
In soortgelijke zin: B.G. van Zadelhoff, ‘Verhuur van onroerend goed en BTW’, WFR 2002/333.
Zie ook: B.G. van Zadelhoff, ‘Verhuur van onroerend goed en BTW’, WFR 2002/333 die spreekt van een ‘absurde regeling’.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De samenloopvrijstelling geldt op grond van art. 15 lid 1, onderdeel a WBR niet indien het ter beschikking gestelde onroerend goed als bedrijfsmiddel is gebruikt en de verkrijger de btw over de (verhuur)dienst geheel of deels in aftrek kan brengen. Daarnaast geldt de samenloopvrijstelling op grond van art. 15 lid 4 WBR ook niet indien de vergoeding voor de belaste verhuur(dienst) lager is dan de waarde in het economische verkeer van het onderliggende onroerend goed en de verkrijger de btw niet voor 90% of meer in aftrek kan brengen. Voor de toepassing van deze zogenoemde ‘strafheffing’ wordt de waarde in het economische verkeer ten minste gesteld op de actuele kostprijs van het ter beschikking gestelde onroerend goed. Voor beide uitzonderingen op de samenloopvrijstelling geldt mutatis mutandis hetgeen is opgemerkt in de paragrafen 5.10.2.2.1 en 5.10.2.2.2.
In aanvulling op laatstgenoemde paragraaf zij opgemerkt dat het uitgesloten lijkt dat bij een belaste (verhuur)dienst aan de ‘vergoedingsvoorwaarde’ van de strafheffing wordt voldaan, aangezien die waarde gebaseerd is op de volle eigendom van het ter beschikking gestelde onroerend goed. Bij een terbeschikkingstelling van een onroerend goed die als een (verhuur)dienst kwalificeert gaat per definitie minder over dan de volle eigendom. Het ligt daarom in de rede dat de vergoeding voor deze terbeschikkingstelling lager is dan de actuele kostprijs van het ter beschikking gestelde onroerend goed. De huidige ‘vergoedingsvoorwaarde’ leidt er dan ook toe dat bij de verkrijging krachtens een belaste verhuurdienst door een verkrijger die de btw voor minder dan 90% in aftrek kan brengen steeds sprake is van cumulatie van btw en overdrachtsbelasting.1 Dit resultaat is in strijd is met de strekking van de samenloopvrijstelling, terwijl deze onwenselijke overkill een aanvullend argument is voor de in paragraaf 5.10.2.2.2 bepleite afschaffing van de strafheffing.2