Het besluit van de rechtspersoon
Einde inhoudsopgave
Het besluit van de rechtspersoon (VDHI nr. 162) 2020/VI.9.1:VI.9.1 Geen discretionaire bevoegdheid
Het besluit van de rechtspersoon (VDHI nr. 162) 2020/VI.9.1
VI.9.1 Geen discretionaire bevoegdheid
Documentgegevens:
mr. K.A.M. van Vught, datum 20-11-2019
- Datum
20-11-2019
- Auteur
mr. K.A.M. van Vught
- JCDI
JCDI:ADS178785:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie de auteurs aangehaald in de conclusie van A-G Asser voor HR 19 mei 1989, NJ 1989/652 (Lucas Academie), onder 2.8 en 2.9. In deze zin nog steeds Dijk/Van der Ploeg 2019, p. 128. Anders dus: Asser/Van der Grinten 2-II 1986/139, die meteen erbij zegt dat de rechter de vordering kan ontzeggen als hij van oordeel is dat eiser bij vernietiging geen redelijk belang heeft.
Anders: Klein Wassink 2012, p. 100-101.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Kan de rechter naar gelieven van vernietiging afzien? Of, sterker nog, kan hij een besluit als geldig aanmerken terwijl het eigenlijk nietig is? Nu opende art. 2:15 lid 1 BW tot 1992 met de frase: ‘Een besluit (…) kan (…) worden vernietigd’. Het woordje ‘kan’ komt in de huidige tekst niet voor. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat het is geschrapt om de formulering aan te laten sluiten bij art. 2:14 lid 1 BW (waarin het woordje ‘is’ staat).1 Maar ook toen art. 2:15 BW nog wel een kan-bepaling was, bestond discussie over de vraag of de bevoegdheid van de rechter een discretionaire was. Sommige schrijvers meenden van wel, Van der Grinten niet.2 Hoe dan ook volgt uit de wetsgeschiedenis niet dat het woordje ‘kan’ beoogde de rechter de vrije hand te verschaffen. Van een discretionaire bevoegdheid lijkt dus geen sprake te zijn, ook niet naar huidig recht.3 Dit strookt trouwens met de nietigheid of vernietiging van rechtshandelingen in het algemeen.4 De rechter moet de nietigheid vaststellen of vernietigen als hem dat wordt gevraagd.