Het systeem van sanctionering van fiscale fraude
Einde inhoudsopgave
Het systeem van sanctionering van fiscale fraude (FM nr. 166) 2021/2.4.5.4:2.4.5.4 Het rapport van de Commissie Korthals-Altes uit 1995
Het systeem van sanctionering van fiscale fraude (FM nr. 166) 2021/2.4.5.4
2.4.5.4 Het rapport van de Commissie Korthals-Altes uit 1995
Documentgegevens:
Dr. C. Hofman, datum 01-04-2021
- Datum
01-04-2021
- Auteur
Dr. C. Hofman
- JCDI
JCDI:ADS270079:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In 1995 deed de Commissie Heroverweging Instrumentarium Rechtshandhaving (hierna: de Commissie Korthals-Altes) een voorstel tot een aparte wijze van afdoening buiten proces voor een beperkte groep delicten welke werden omschreven als misdragingen. De Commissie Korthals-Altes constateerde dat het strafrechtelijke handhavingstekort nog steeds aanhield en meende dat de mogelijkheid om van de bestuurlijke boete gebruik te maken nog lang niet was uitgeput. De verantwoordelijkheid van de handhaving zou moeten berusten bij de bestuursorganen die met de uitvoering van de regelgeving belast waren. Met betrekking tot de keuze tussen strafrechtelijke en bestuursrechtelijke rechtshandhaving hanteerde de Commissie Korthals-Altes twee principiële grenzen. De eerste was de morele lading van de betreffende delicten: voor strafrechtelijke rechtshandhaving zouden delicten met een sterk morele lading in aanmerking komen, voor bestuursrechtelijke rechtshandhaving delicten met een geringe morele lading. Als tweede grens werd de ernst van de toe te passen maatregelen en straffen gehanteerd.1
In de periode die volgde werd voortvarend werk gemaakt van het op grote schaal invoeren van de bestuurlijke boete. In veel wetten waarin de bestuurlijke boete werd ingevoerd, bleven de bestaande strafbepalingen staan, of bleef de mogelijkheid van strafrechtelijke handhaving via de WED behouden. Zo ontstonden, naast het fiscale, meer stelsels met zogenaamde duale handhaving.2 Ik herhaal nog maar eens: tegen de achtergrond van bovengeschetste discussie is opmerkelijk dat de bestuurlijke boete al lange tijd voorkwam op het terrein van het fiscale recht.
Al met al worden de jaren 80 in algemeen juridische zin gekenmerkt door een omwenteling binnen het fraudebestrijdingsdenken, waarbij een aanhoudend handhavingstekort dwong tot een overheveling van strafrechtelijke naar bestuursrechtelijke aanpak: duale systemen van rechtshandhaving werden gewoner, waar een dergelijk systeem in het fiscale recht al met de totstandkoming van de AWR gecodificeerd was.