Einde inhoudsopgave
RvdW 2026/455
Profijtontneming, w.v.v. uit hennepteelt. Laatste woord gegeven aan raadsman i.p.v. aan betrokkene, art. 311 lid 4 jo. art. 511d lid 1 Sv. Uit p-v van tz. in hoger beroep blijkt weliswaar dat aan raadsman het laatste woord is gegeven maar niet dat aan betrokkene zelf recht is gelaten het laatst te spreken. Daarom moet het ervoor worden gehouden dat voorschrift dat in art. 311 lid 1 jo. art. 511d lid 1 Sv op straffe van nietigheid is gegeven, niet in acht is genomen (vgl. HR 11 mei 2021, RvdW 2021/543). Volgt vernietiging en terugwijzing. CAG: anders.
HR 17-03-2026, ECLI:NL:HR:2026:447
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
17 maart 2026
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, M. Kuijer, T.B. Trotman
- Zaaknummer
23/03970
- Conclusie
A-G mr. P.M. Frielink
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:447, Uitspraak, Hoge Raad, 17‑03‑2026
ECLI:NL:PHR:2025:1104, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 14‑10‑2025
Essentie
Profijtontneming, w.v.v. uit hennepteelt. Laatste woord gegeven aan raadsman i.p.v. aan betrokkene, art. 311 lid 4 jo. art. 511d lid 1 Sv. Uit p-v van tz. in hoger beroep blijkt weliswaar dat aan raadsman het laatste woord is gegeven maar niet dat aan betrokkene zelf recht is gelaten het laatst te spreken. Daarom moet het ervoor worden gehouden dat voorschrift dat in art. 311 lid 1 jo. art. 511d lid 1 Sv op straffe van nietigheid is gegeven, niet in acht is genomen (vgl. HR 11 mei 2021, RvdW ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.