Executele
Einde inhoudsopgave
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/VII.B.9.1:VII.B.9.1 Nogmaals het besluit van 3 augustus 2004
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/VII.B.9.1
VII.B.9.1 Nogmaals het besluit van 3 augustus 2004
Documentgegevens:
Prof.mr. B.M.E.M. Schols, datum 07-12-2007
- Datum
07-12-2007
- Auteur
Prof.mr. B.M.E.M. Schols
- JCDI
JCDI:ADS402674:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie over dit interessante onderwerp uitgebreid J.K. MOLTMAKER, Cumulatie van inkomstenbelasting en successierecht, Belastingconsulentendag '73, Deventer: UitgeverijFED1974.
Deze redenering kan men ook afleiden uit hetgeen over het salaire differe in het besluit is opgemerkt.
Dan wel zoals hierboven aangegeven de titel 'quasi-contractspartij'.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het besluit van 3 augustus 2004 wordt uitgegaan van 'dubbele heffing' als hoofdregel. Inkomstenbelasting en successierecht kunnen cumuleren.1 De civielrechtelijke titel, zoals schenking of erfrecht, is immers in beginsel niet relevant om tot verschuldigdheid van inkomstenbelasting te kunnen concluderen.
De executeurbeloning is, afhankelijk van de omstandigheden, met inkomstenbelasting belast als 'winst uit onderneming, art. 3.8 Wet IB 2001' of 'resultaat uit overige werkzaamheden, art. 3.90 Wet IB 2001.' Daarnaast is er sprake van een verkrijging die op grond van art. 4:144 BW nestelt in het erfrecht en zodoende tot de nalatenschap2 heeft behoord, maar in ieder geval in art.4:7 lid1 letter dBW de status verwerft van schuldvan de nalatenschap. In zoverre heeft op de executeurbeloning in beginsel ook successierecht gedrukt. Op grond van art. 20 SW 1956, waarnaar in het besluit wordt verwezen, is de betreffende beloning immers niet een voor het successierecht aftrekbare last.Vervolgens wordt in het besluit aan de 'dubbele heffing' tegemoetgekomen met de mededeling:
'De aan (de) executeur toegekende beloning waarover successierecht is geheven, wordt niet tot zijn inkomen uit werk en woning gerekend.'
Met dien verstande dat hier nog een belangrijk voorbehoud aan toegevoegd wordt:
'De goedkeuring geldt alleen voor de executeur die tevens erfgenaam of legataris is en de executeurwerkzaamheden niet beroepshalve verricht.' (Curs. BS)
Deze extra eisen zou men, mijns inziens, als volgt kunnen verklaren. Uit het besluit blijkt dat de staatssecretaris niet helemaal 'zeker is van zijn zaak', hetgeen ik afleid uit de frase: 'mede om discussies over de belastbaarheid voor de inkomstenbelasting te voorkomen.' Bij de executeurwerkzaamheden door een 'professional' is hij wel degelijk zeker van zijn zaak, aangezien hun werkzaamheden zich in de regel buiten de 'spel- en hobbysfeer' zullen afspelen. Aan deze groep verleent hij dan ook geen tegemoetkoming. Inkomstenbelasting is alsdan terecht. Bij het belonen van een professional zal het in de regel om een zakelijk handelen gaan.
De 'erfgenamen en legatarissen' zijn, zo leid ik af, reeds - wat de erfgenamen betreft gezien het feit dat de executeurbeloning voor het successierecht niet als boedelschuld aftrekbaar is - geconfronteerd met successiebelasting, zodat deze 'particulieren' als executeur, in de ogen van de staatssecretaris, niet ook nog eens de druk van inkomstenbelasting hoeven te ondergaan.3
Specifiek op 'bovenmatigheidsvraagstukken' wordt overigens in het besluit niet ingegaan. Zie hiervoor de beschouwingen over onder meer het arrest van de Hoge Raad uit 1905. In zoverre is het besluit zeer cryptisch te noemen. Voor zover er sprake is van 'vrijgevigheid' levert dit in het huidige systeem eveneens de titel 'legataris'4 op, zodat hetgeen aan de 'legataris' toekomt wel een aftrekpost in de nalatenschap oplevert. De 'niet-professionele' legataris in de zin van het besluit kan vervolgens voor de inkomstenbelasting-tegemoetkoming van de staatssecretaris in aanmerking komen.
In tegenstelling tot het Duitse belastingrecht legt men in het besluit niet het primaat bij de inkomstenbelasting. Het is immers op het gebied van de inkomstenbelasting waar door de toezegging een stap terug wordt gedaan. Over de beloning (bij een niet-'beroepshalve'executeur die tevens erfgenaam of legataris is) waarover successiebelasting is geheven, wordt geen inkomstenbelasting geheven.
Dubbele heffing zou zich wel nog kunnen voor doen bij de 'beroepshalve-executeur' die 'bovenmatig' beloond wordt. Althans zodanig bovenmatig dat hij naast inkomstenbelasting met successiebelasting wordt geconfronteerd. De 'tegemoetkoming' geldt zoals gezien immers alleen voor de 'amateur'-exe-cuteur.