Nemo tenetur in belastingzaken
Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/19.5.2.1:19.5.2.1 Algemeen
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/19.5.2.1
19.5.2.1 Algemeen
Documentgegevens:
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS498286:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In § 19.4 sprak ik de verwachting uit dat burgers vanwege nieuwe beveiligingstechnieken straks weliswaar meer of beter in staat zijn om mogelijk belastende informatie te verhullen, maar dat de toenemende informatieuitwisseling en nieuwe onderzoeksmethoden en -technieken ertoe zullen leiden dat de (fiscale) autoriteiten per saldo minder afhankelijk worden van de actieve medewerking van burgers aan de (repressieve) rechtshandhaving. De inspecteur beschikt nu al over ruime mogelijkheden om het voor de boeteoplegging benodigde bewijs buiten de (potentiële) boeteling om te vergaren. Vgl. het raadplegen van openbare bronnen, inlichtingenuitwisseling, (automatische) gegevensverstrekking en het (geïndividualiseerde) derdenonderzoek ex art. 53 AWR.
Een op de algemene beginselen van behoorlijk bestuur of uitvoeringsbeleid steunende invulling van nemo tenetur in belastingzaken die de inspecteur en de door hem gemandateerde belastingambtenaren aanspoort om zoveel mogelijk bewijs buiten de boeteling om te vergaren, heeft uit oogpunt van nemo tenetur op zichzelf de voorkeur boven bewijsgaring bij de (potentiële) boeteling zelf, maar roept eigen vragen op. Los van de administratieve lasten voor derden en de spanning tussen (massale) gegevensvergaring en de privacy van burgers die hiervoor in § 19.4.4 ter sprake kwam, kan vooral worden gewezen op het gebrek aan (rechterlijk) toezicht op de gegevensverstrekking door buitenlandse autoriteiten en binnenlandse overheidsinstanties (zie § 19.5.2.2) en het risico van zelfbelasting door administratieplichtigen bij derdenonderzoeken (§ 19.5.2.3).