Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/376
Cassatieprocesrecht. Afwijzing door rolraadsheer verzoek bepaling termijn indiening verweerschrift, gedaan na verstrijken initiële termijn voor verweerschrift; nadien ingediend verweerschrift toelaatbaar (art. 3.2.7.1-3.2.7.3 procesreglement Hoge Raad)?
HR 15-11-2024, ECLI:NL:HR:2024:1666
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
15 november 2024
- Magistraten
Mrs. T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron, H.M. Wattendorff, F.R. Salomons, G.C. Makkink
- Zaaknummer
23/04731
- Conclusie
A-G mr. G.R.B. van Peursem
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Burgerlijk procesrecht / Cassatie
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:365, Uitspraak, Hoge Raad, 07‑03‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:38, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 17‑01‑2025
ECLI:NL:HR:2024:1666, Uitspraak, Hoge Raad, 15‑11‑2024
ECLI:NL:PHR:2024:672, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 28‑06‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 17‑10‑2023
- Wetingang
Art. 426b Rv; art. 3.2.7.1-3.2.7.3 Procesreglement HR
Essentie
Cassatieprocesrecht. Afwijzing door rolraadsheer verzoek bepaling termijn indiening verweerschrift, gedaan na verstrijken initiële termijn voor verweerschrift; nadien ingediend verweerschrift toelaatbaar (art. 3.2.7.1-3.2.7.3 procesreglement Hoge Raad)?
Samenvatting
Art. 426b Rv bepaalt dat de verweerder voor het indienen van een door een advocaat bij de Hoge Raad getekend verweerschrift een termijn heeft van drie weken nadat de griffier hem heeft bericht over de indiening van het cassatieberoep. Art. 3.2.7.1 van het procesreglement van de Hoge Raad (hierna: PR) bepaalt dat binnen drie weken na verzending van de procesinleiding iedere verweerder/belanghebbende, door tussenkomst van een advocaat bij de Hoge Raad, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.