Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/384
Verordening Brussel I-bis. Materieel toepassingsgebied; incidentele procedure in verband met procedure tot vrijgave van door strafrechtelijke autoriteit in beslag genomen voorwerp; begrip ‘burgerlijke en handelszaken’ in de zin van art. 1, lid 1.
HvJ EU 04-10-2024, ECLI:EU:C:2024:848 (Mahá)
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Unie
- Datum
4 oktober 2024
- Magistraten
F. Biltgen, N. Wahl, M.L. Arastey Sahún
- Zaaknummer
C-494/23
- Conclusie
A-G M. Campos Sánchez-Bordona
- Roepnaam
Mahá
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Europees burgerlijk procesrecht
Internationaal privaatrecht / Internationaal bevoegdheidsrecht
Internationaal strafrecht / Europees strafrecht en strafprocesrecht
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:2024:848, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Unie, 04‑10‑2024
- Wetingang
Art. 1 Verordening (EU) nr. 1215/2012 (Verordening Brussel I-bis)
Essentie
QE e.a. tegen DP e.a.
Verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens art. 267 VWEU, ingediend door de Nejvyšší soud (hoogste rechter in burgerlijke en strafzaken, Tsjechië) bij beslissing van 7 juni 2023.
Verordening Brussel I-bis. Materieel toepassingsgebied; incidentele procedure in verband met procedure tot vrijgave van door strafrechtelijke autoriteit in beslag genomen voorwerp; begrip ‘burgerlijke en handelszaken’ in de zin van art. 1, lid 1.
Art. 1 lid 1 Verordening Brussel I-bis moet aldus worden uitgelegd dat onder het begrip ‘burgerlijke en handelszaken’ in de zin van die bepaling, geen vordering valt ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.