Einde inhoudsopgave
Intellectuele eigendom in het conflictenrecht (R&P nr. IE1) 2009/6.3.6
6.3.6 Retorsie niet-Unielanden (<geenverwijzing>art. 6 lid 1geenverwijzing>)
mr. S.J. Schaafsma, datum 25-06-2009
- Datum
25-06-2009
- Auteur
mr. S.J. Schaafsma
- JCDI
JCDI:ADS464034:1
- Vakgebied(en)
Intellectuele-eigendomsrecht / Algemeen
Internationaal privaatrecht / Conflictenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Over de achtergrond van deze uitzondering, zie Bureau de l'Union, DdA 1914; Ricketson & Ginsburg 2006, p. 102-103. Amerikaanse auteurs profiteerden van de Berner Conventie door hun werken eerst in Canada te publiceren (zogeheten 'back-door protection'), maar omgekeerd lieten de Verenigde Staten buitenlandse auteurs in de kou staan.
Actes BC 1928, p. 197 (Rapport général); Actes BC 1948, p. 180-183 (Article 6, travaux préparatoires et débats); zie voorts Ricketson & Ginsburg 2006, p. 252 e.v.; Nordemann, Vinck & Hertin 1977, p. 62.
Kosters/Dubbink 1962, p. 424 met verdere verwijzingen; Nordemann, Vinck & Hertin 1977, p. 62; Desbois, Frangon & Kerever 1976, p. 155; Actes BC 1948, p. 180 (voorstel België en Bureau): 'mesures de rétorsion.' Reciprociteit en vergelding komen voort uit dezelfde gedachte (zie par. 6.2.2 onder (a)).
Zie ook lid 2 (maatregelen hebben geen terugwerkende kracht) en lid 3 (kennisgeving). Anders dan de hiervoor behandelde uitzonderingen op het non-discriminatiebeginsel, werken de uitzonderingen van art. 6 niet 'automatisch': het gaat om mogelijkheden waar de Unielanden gebruik van kunnen maken.
Gelet op art. 3 lid 2 kan een Unieland bovendien óók de slechte bescherming van werken van in zijn land gewoonlijk verblijvende auteurs wreken (Desbois, Frangon & Kerever 1976, p. 155). Nederland kan bijvoorbeeld de retorsie toepassen indien naar Nederland gevluchte Iraanse auteurs in Iran auteursrechtelijk worden geboycot.
Actes BC 1948, p. 180-183 (Article 6, travaux préparatoires et débats).
De onderhavige reciprociteitstoets neemt, anders dan de andere reciprociteitstoetsen in de conventie, niet het land van oorsprong of het vaderland van de auteur tot referentieland, maar het land van eerste publicatie. In feite gaat het om een afgeleide van het land van oorsprong.
Bureau de l'Union, DdA 1924 (zie ook DdA 1924, p. 13-14); Nordemann, Vinck & Hertin 1977, p. 62; Ricketson & Ginsburg 2006, p. 254; zie ook Actes BC 1928, p. 197 (Rapport général).
910. Inleiding. Ten slotte bezien wij de vijfde uitzondering op het Berner non-discriminatiebeginsel. Deze uitzondering speelt in de relatie met niet-Unielanden.
911. Wordingsgeschiedenis. Deze uitzondering gaat terug tot het additionele Protocol van 1914 en was met name bedoeld om Canada een wapen in handen te geven tegen de Verenigde Staten, die toen niet bij de Unie waren aangesloten.1 De Romeinse conferentie van 1928 verhuisde haar naar artikel 6 van de conventie en de Brusselse conferentie van 1948 bouwde haar verder uit. In Stockholm onderging zij enkele wijzigingen van voornamelijk redactionele aard.2
912. Eerste volzin. Artikel 6 ziet op de situatie dat een niet-Unieland niet in voldoende mate bescherming verleent aan werken van auteurs die onderdaan zijn van een Unieland. In zo'n geval is het desbetreffende Unieland bevoegd om zich te revancheren: ingevolge artikel 6 lid 1, eerste volzin mag het de bescherming beperken van werken van auteurs die (i) op het moment van eerste publicatie onderdaan zijn van het niet-Unieland en die (ii) op dat moment niet hun gewone verblijfplaats in een Unieland hebben.
913. Bij de toepassing van artikel 6 lid 1, eerste volzin, gaat het niet om reciprociteit, maar om vergelding — preciezer gezegd: retorsie.3 Het Unieland stelt een benadelende maar rechtmatige daad tegenover een benadelende maar rechtmatige daad van het niet-Unieland. Het uitgangspunt van non-discriminatie wordt verlaten omdat het niet-Unieland onvoldoende bescherming biedt.
914. De bepaling geeft de Unielanden daarbij een ruime discretionaire marge.4 Enerzijds laat zij zich niet uit over de eisen die aan het niet-Unieland mogen worden gesteld; als criterium wordt slechts genoemd dat het niet-Unieland "niet in voldoende mate" beschermt. Anderzijds zwijgt zij over de strafmaatregelen die mogen worden opgelegd; het Unieland mag de "bescherming beperken." Er kan dus ook worden bezuinigd op het ius conventionis.
915. Een voorbeeld. Indien Iran (een niet-Unieland) de werken van Nederlandse auteurs niet in voldoende mate beschermt, zou Nederland de bescherming mogen beperken van werken van buiten de Unie wonende Iraanse auteurs. Zolang Nederland niet het land van eerste publicatie van het werk is, is dit een aangelegenheid tussen deze twee landen en blijven de andere Unielanden buiten de tweestrijd. Zo zal Frankrijk de bescherming van werken van de genoemde Iraanse auteurs niet mogen beperken omdat de werken van Nederlandse auteurs in Iran onvoldoende worden beschermd. Uiteraard mag Frankrijk deze maatregel wél treffen indien de werken van Franse auteurs in Iran onvoldoende worden beschermd. De eerste volzin van artikel 6 lid 1 geeft ieder Unieland voor zich de mogelijkheid om een inferieure bescherming van zijn auteurs in het niet-Unieland te wreken.5 De plaats van eerste publicatie doet daarbij niet ter zake.
916. Tweede volzin. De in Brussel ingevoerde tweede volzin voert de druk verder op.6 Indien het (Unie)land van eerste publicatie gebruik maakt van de retorsiemogelijkheid, zijn de andere Unielanden bevoegd de bescherming van de verdoemde werken net zo ver in te perken als in het land van eerste publicatie. Zou Nederland in het gegeven voorbeeld het land van eerste publicatie zijn en gebruik maken van de retorsiemogelijkheid, dan zou Frankrijk dus kunnen besluiten de bescherming van werken van Iraanse auteurs tot het Nederlandse niveau terug te brengen (ook al worden de werken van Franse auteurs in Iran wel goed beschermd).
917. Bij de toepassing van de tweede volzin van artikel 6 lid 1 gaat het dus strikt genomen om een relatieve materiële-reciprociteitstoets: de bescherming in de andere Unielanden kan worden bijgesteld naar het (lagere) niveau van bescherming in het land van eerste publicatie.7 Materieel gezien komt dit evenwel neer op een vorm van collectieve retorsie ten opzichte van het onwillige niet-Unieland.
918. Praktijk. Artikel 6 heeft tegenwoordig geen praktische betekenis. Voor zover valt na te gaan is de bepaling slechts eenmaal ingezet — in de jaren twintig van de twintigste eeuw, door Canada tegen de Verenigde Staten.8