Einde inhoudsopgave
Vormfouten (SteR nr. 19) 2014/7.6.3
7.6.3 Gevallen waarin met redenen omklede beslissing achterwege kan blijven
Reindert Kuiper, datum 30-04-2014
- Datum
30-04-2014
- Auteur
Reindert Kuiper
- JCDI
JCDI:ADS613047:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Voetnoten
Voetnoten
Zie al HR 6 december 1983, NJ 1984/459 en ook HR 30 maart 2004, ECLI:NL:HR: 2004:AM2533, NJ 2004/376 m.nt. Buruma. Als de bewezenverklaring tevens op ander bewijsmateriaal berust, kan de beantwoording van een art. 359a-verweer niet achterwege blijven als het aangevallen bewijsmiddel wordt gebruikt: HR 23 november 2010, ECLI:NL:HR:2010:BN9187, NJ 2010/641.
HR 21 mei 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE1287; HR 30 maart 2004, ECLI:NL:HR:2004: AM2533, NJ 2004/376 m.nt. Buruma, en HR 30 juni 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH3079, NJ 2009/349 m.nt. Schalken.
Zie HR 17 augustus 2004, ECLI:NL:HR:2004:AP0169, NJ 2004/539 (hof oordeelde ten onrechte dat het niet vermelden in de machtiging tot binnentreden voor welke woning zij is afgegeven aan rechtmatigheid zoeking niet in de weg staat. Geen cassatie, omdat het verweer alleen is gevoerd met betrekking tot feiten waarvan verdachte is vrijgesproken).
Zie HR 29 januari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BT2814 en HR 29 januari 2013, ECLI:NL: HR:2013:BY0816.
Naast de gevallen waarin het verweer niet voldoet aan de daaraan gestelde eisen, kan een met redenen omklede beslissing tevens achterwege blijven indien materiaal ten aanzien waarvan een beroep is gedaan op bewijsuitsluiting, door de rechter niet voor het bewijs wordt gebezigd.1 De verdachte heeft dan geen belang bij een bespreking van zijn tot bewijsuitsluiting strekkende verweer.2 Dit kan zich voordoen in een geval waarin niettemin een bewezenverklaring volgt, maar ook in een geval waarin de verdachte voor de feiten ter zake waarvan het verweer is gevoerd wordt vrijgesproken.3
Onder omstandigheden kan de rechter ook afzien van een onderzoek naar de feitelijke grondslag van een verweer. Dat kan volgens het standaardarrest over art. 359a Sv indien het verweer op grond van het gemotiveerde oordeel van de rechter niet tot het bepleite rechtsgevolg (niet-ontvankelijkverklaring, bewijsuitsluiting of strafvermindering) kan leiden of indien het hoogstens zou kunnen leiden tot de constatering van een onherstelbaar vormverzuim. Evenals de hiervoor genoemde rechtspraak over de mogelijkheid een gemotiveerde reactie op een verweer achterwege te laten, tekent deze regel, die door de Hoge Raad ook van toepassing is verklaard op vormfouten buiten het kader van art. 359a Sv,4 de door de Hoge Raad beoogde concentratie door de zittingsrechter op de belangen van de verdachte en niet op het bevorderen van normconform gedrag in het algemeen. Als de constatering van een vormverzuim de maximale uitkomst kan zijn, schiet de verdachte daar te weinig mee op om onderzoeksinspanningen van de rechter te rechtvaardigen, zo lijkt de aan deze regel ten grondslag liggende gedachte te zijn.
In het standaardarrest staat dat de rechter in het zojuist bedoelde geval een onderzoek achterwege ‘kan’ laten. Dat laat dus enige ruimte over om in gevallen, waarin bijvoorbeeld het Schutznormvereiste in de weg lijkt te staan aan een slagend beroep op toepassing van een rechtsgevolg als bedoeld in art. 359a Sv, toch onderzoek te doen. Dat beperkt enigermate het risico dat gevallen die mogelijk een uitzondering kunnen rechtvaardigen op het Schutznormvereiste wegens het fundamentele karakter van de begane onrechtmatigheden, aan het zicht van de rechter onttrokken blijven.