De aansprakelijkheid voor ongeschikte medische hulpzaken
Einde inhoudsopgave
De aansprakelijkheid voor ongeschikte medische hulpzaken (R&P nr. CA19) 2018/8.2.3:8.2.3 Relevantie van de analyse van het Duitse, Franse en Engelse recht voor het Nederlandse recht
De aansprakelijkheid voor ongeschikte medische hulpzaken (R&P nr. CA19) 2018/8.2.3
8.2.3 Relevantie van de analyse van het Duitse, Franse en Engelse recht voor het Nederlandse recht
Documentgegevens:
mr. J.T. Hiemstra, datum 01-07-2018
- Datum
01-07-2018
- Auteur
mr. J.T. Hiemstra
- JCDI
JCDI:ADS371094:1
- Vakgebied(en)
Gezondheidsrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
De vraag of dit wenselijk is, heeft een belangrijke economische connotatie en zal in het volgende hoofdstuk nader onderzocht worden.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De Nederlandse discussie over de aansprakelijkheid van de hulpverlener op grond van artikel 6:77 BW draait in belangrijke mate om de vraag of het zijn van hulpverlener onverenigbaar is met risicoaansprakelijkheid. Rechtsvergelijking met Frankrijk en Engeland toont aan dat dit niet per definitie het geval is. De Franse hulpverlener die in een publiek ziekenhuis schade heeft veroorzaakt door het gebruik van een medische zaak en de Engelse hulpverlener die in een privékliniek schade heeft veroorzaakt door de levering van een medische zaak zijn zonder schuld aansprakelijk jegens de patiënt. Deze vaststelling is te meer relevant gezien de grote tegenstelling tussen de omgang van het Franse en Engelse recht met risicoaansprakelijkheden. Zo bleek in paragraaf 2.2.4 dat een risicoaansprakelijkheid van de producent, hetgeen in de andere onderzochte stelsels reeds vroegtijdig werd geaccepteerd, in Engeland niet gemakkelijk werd aangenomen. Desalniettemin wordt inmiddels een risicoaansprakelijkheid van (zelfs) de hulpverlener onder omstandigheden mogelijk geacht. Dat de Franse civiele rechter van een risicoaansprakelijkheid van de hulpverlener is afgestapt, wordt – ondanks dat hier een publiek compensatiesysteem voor in de plaats is gekomen – sterk bekritiseerd in de literatuur omdat het afbreuk zou doen aan de bescherming van de patiënt.
Het in de Nederlandse literatuur en jurisprudentie naar voren gekomen argument dat het aannemen van een risicoaansprakelijkheid van de hulpverlener onredelijk is, wordt dikwijls gestoeld op de kwalificatie van de verbintenis van de hulpverlener als een inspanningsverplichting. Rechtsvergelijking toont aan dat in elk land naar voren komt dat op de hulpverlener niet slechts inspanningsverplichtingen, maar ook resultaatsverplichtingen kunnen rusten ten aanzien van de medische zaken die hij gebruikt of levert aan de patiënt.
Indien het aannemen van een risicoaansprakelijkheid van de hulpverlener naar Nederlands recht onredelijk wordt geacht, komt dit neer op het omarmen van een regel van schuldaansprakelijkheid. Rechtsvergelijking met Engeland en Duitsland geeft de mogelijk nadelige gevolgen van een dergelijke regel voor de patiënt weer. Wordt gekeken naar de aansprakelijkheid van de Engelse hulpverlener die in een publiek ziekenhuis schade heeft veroorzaakt door het gebruik van een medische zaak, dan komt men tot de conclusie dat hierover vrijwel geen jurisprudentie bestaat. In het Duitse recht, waar de patiënt wordt geholpen door een bewijsverlichting, bestaat deze jurisprudentie wel, maar is een vordering van de patiënt zelden succesvol. Dit betekent dat, als de producent geen verhaal biedt, de patiënt de schade draagt van het gebruik van een ongeschikte medische zaak door de hulpverlener.1
In de conclusie zal verder worden ingegaan op de waarde van deze verschillende constateringen voor de aansprakelijkheid van de hulpverlener voor het gebruik van medische hulpzaken naar Nederlandse recht.