Einde inhoudsopgave
Relativiteit, causaliteit en toerekening van schade (R&P nr. CA21) 2019/8.4
8.4 Kwalitatieve aansprakelijkheid
D.A. van der Kooij, datum 01-08-2019
- Datum
01-08-2019
- Auteur
D.A. van der Kooij
- JCDI
JCDI:ADS587425:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. Klaassen 1991, p. 241 t/m 245; Lankhorst 1992a, p. 40, 41 en 169 e.v.
HR 24 februari 1984,NJ 1984/415 m.nt. W.C.L. van der Grinten (Bardoel/Swinkels). In de in § 3.3.2 besproken HR 8 oktober 2010,NJ 2011/465 m.nt. T. Hartlief (Hangmat) en HR 29 januari 2016,NJ 2016/173 m.nt. T. Hartlief (Manegepaard Imagine) gaat het echter niet zozeer om het begrenzen van aansprakelijkheid aan de hand van de door de wetgever beoogde bescherming als wel om het komen tot een redelijke grens aan aansprakelijkheid.
In deze zin ook Klaassen 1991, p. 243.
Zie nr. 363.
Zie hierover ook: Parl. Gesch. Boek 6, p. 748 (M.v.A. II) en Parl. Gesch. Inv. Boek 6, p. 1380 (M.v.A. II Inv.).
Vgl. Rb. Amsterdam 7 mei 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:2260 waarin door een brand aan een zendmast zuivere vermogensschade ontstond. Zie over de vraag tegen welke schade met deze eisen waaraan de roerende zaak of het opstal dient te voldoen, beoogd wordt te beschermen nader § 7.4.
412. In het geval van kwalitatieve aansprakelijkheid spreekt het begrenzen van aansprakelijkheid aan de hand van het doel van de toepasselijke kwalitatieve aansprakelijkheid, anders dan in het geval van onrechtmatige daad, vrijwel voor zichzelf. Hier doet zich niet de moeilijkheid voor dat, ongeacht de ontstaans- of bestaansreden van de norm, de norm nu eenmaal gold en door de laedens nageleefd had moeten worden en de schade dan niet zou zijn ontstaan. In het geval van de kwalitatieve aansprakelijkheden heeft de wetgever een schadevergoedingsverplichting gekoppeld aan meer neutrale omstandigheden. Wanneer zich laat vaststellen dat de wetgever met een bepaalde kwalitatieve aansprakelijkheid niet heeft beoogd bescherming te bieden tegen de schade zoals geleden, ligt dadelijk voor de hand dat dan op grond van die kwalitatieve aansprakelijkheid geen verplichting tot vergoeding van die schade kan worden gegrond. In de literatuur is dat ook algemeen aanvaard1 en door de Hoge Raad wordt dit toegepast.2
De voorwaarden voor aansprakelijkheid die de diverse bepalingen over kwalitatieve aansprakelijkheid stellen, laten zich overigens niet scherp scheiden van de met de bepaling beoogde bescherming.3
Art. 6:170 lid 1 BW stelt bijvoorbeeld als voorwaarde voor kwalitatieve aansprakelijkheid van een ondergeschikte onder meer dat “de kans op de fout door de opdracht tot het verrichten van deze taak is vergroot”. Art. 6:173 en 6:174 BW stellen als voorwaarde voor aansprakelijkheid de verwezenlijking van een (in het geval van een roerende zaak: bijzonder) gevaar voor personen of zaken dat aanwezig was doordat de zaak of het opstal niet aan de eisen voldeed die daaraan in de gegeven omstandigheden gesteld mochten worden. Men kan zeggen dat de aansprakelijkheid door het stellen van deze voorwaarden is beperkt, maar ook dat deze aansprakelijkheden kennelijk niet beogen te beschermen tegen de schadesituaties waarin aansprakelijkheid door deze voorwaarden wordt uitgesloten.
413. Over de beperking van aansprakelijkheid door het beschermingsdoel van de kwalitatieve aansprakelijkheden voor personen, valt nog het volgende te zeggen. Deze kwalitatieve aansprakelijkheden voor personen stellen niet als voorwaarde voor aansprakelijkheid dat degene voor wie die kwalitatieve aansprakelijkheid bestaat aansprakelijk is jegens de gelaedeerde, maar knopen aan bij de fout van degene voor wie de kwalitatieve aansprakelijkheid bestaat. Art. 6:169 lid 1 BW stelt als voorwaarde voor aansprakelijkheid een doen dat het kind van nog geen veertien jaar als een onrechtmatige daad zou kunnen worden toegerekend indien zijn leeftijd daaraan niet in de weg zou staan. Art. 6:169 lid 2 t/m 6:172 BW verlangen een fout van de persoon waarvoor kwalitatieve aansprakelijkheid bestaat. Bij deze constructie leidt de beperking van de aansprakelijkheid van degene voor wie de kwalitatieve aansprakelijkheid bestaat aan de hand van het doel van de door diegene geschonden norm, niet noodzakelijk tot een beperking van de kwalitatieve aansprakelijkheid. De kwalitatieve aansprakelijkheid is niet erop gebaseerd dat een ander aansprakelijk is, maar dat een ander een norm heeft geschonden. Niettemin geldt mijns inziens dat de met deze kwalitatieve aansprakelijkheden beoogde bescherming niet verder reikt dan de bescherming die beoogd is met de norm die geschonden is door degene voor wiens gedrag de kwalitatieve aansprakelijkheid bestaat.4 Het beschermingsdoel van deze kwalitatieve aansprakelijkheden heeft mijns inziens geen verdere betekenis.
414. In de kwalitatieve aansprakelijkheden voor zaken (art. 6:173 t/m 6:177 BW) en dieren (art. 6:179 BW) heeft de bescherming die met deze bepalingen is beoogd meer betekenis.5 Soms is namelijk wel aan de voorwaarden van zo’n kwalitatieve aansprakelijkheid voldaan, maar is schade ontstaan waartegen met de kwalitatieve aansprakelijkheid niet beoogd wordt te beschermen. In het geval van de kwalitatieve aansprakelijkheid voor roerende zaken of opstallen is het bijvoorbeeld mogelijk dat wel het (bijzondere) gevaar dat ontstaat doordat de zaak of het opstal niet aan de eisen voldeed die daaraan in de gegeven omstandigheden gesteld mochten worden zich heeft verwezenlijkt (zoals art. 6:173 en 6:174 BW verlangen), maar de schade die hierdoor ontstaat (deels) niet geldt als schade waartegen deze te stellen eisen beoogden te beschermen.6 De kwalitatieve aansprakelijkheid voor dieren brengt geen schadevergoedingsverplichting mee indien de door het dier veroorzaakte schade niet is ontstaan door het gevaar dat schuilt in de eigen energie van het dier en het onberekenbare element dat in die energie ligt opgesloten.7