Einde inhoudsopgave
Rechten van polishouders bij portefeuilleoverdracht, juridische fusie en juridische splitsing door verzekeraars (O&R nr. 148) 2024/1.1
1.1 Introductie van het onderwerp
mr. A.M.M. Menken, datum 01-01-2024
- Datum
01-01-2024
- Auteur
mr. A.M.M. Menken
- JCDI
JCDI:ADS949854:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
In 1923 voor levensverzekeraars, in 1966 voor schadeverzekeraars, in 1996 voor natura-uitvaartverzekeraars en in 2008 voor herverzekeraars.
§3.5.1a.0 Inleidende bepalingen, §3.5.1a.1 Verzekeraars met zetel in Nederland, §3.5.1a.2 Levensverzekeraars en schadeverzekeraars met zetel in een andere lidstaat, §3.5.1a.3 Levensverzekeraars en schadeverzekeraars met zetel in een staat die geen lidstaat is, §3.5.1a.4 Verzekeraars met beperkte risico-omvang met zetel in een niet-aangewezen staat.
De Wet op het financieel toezicht (‘Wft’) bevat een regeling betreffende de overdracht van verzekeringsovereenkomsten door de ene verzekeraar aan de andere verzekeraar. Op grond van de normale regels van het Burgerlijk Wetboek (‘BW’) voor een contractsoverneming (art. 6:159 BW) zou bij een overdracht van overeenkomsten de medewerking van de wederpartij (hier: de polishouder) vereist zijn. De essentie van de Wft-regeling is dat de instemming van De Nederlandsche Bank (‘DNB’) in de plaats komt van de medewerking van de polishouders.
Deze wettelijke regeling is er (zoals ik in hoofdstuk 2 zal beschrijven) gekomen, omdat de wetgever een wettelijke regeling waarbij alleen met medewerking van de polishouders tot een overdracht van een verzekeringsportefeuille kon worden gekomen te belemmerend achtte voor verzekeraars om tot overdrachten van verzekeringsportefeuilles te komen. Daarbij was de visie dat de overnames vaak ook in het belang van polishouders van de overdragende verzekeraar zouden zijn. Deze regeling maakte het mogelijk hele verzekeringsportefeuilles over te dragen. De wetgever heeft in het verleden voor de verschillende soorten verzekeraars1 dus blijkbaar de conclusie getrokken dat het voor het goede functioneren van de verzekeringsmarkt belangrijk was een dergelijke regeling in het leven te roepen.
Deze wettelijke regeling is opgenomen in afdeling 3.5.1A Wft (art. 3:111c tot en met 3:131b Wft) en verdeeld over vijf paragrafen.2Art. 3:112 Wft regelt de overdracht van rechten en verplichtingen uit levensverzekering door een levensverzekeraar aan een andere levensverzekeraar. Art. 3:113 lid 1 Wft regelt de overdracht van rechten en verplichtingen uit natura-uitvaartverzekering door een natura-uitvaartverzekeraar aan een andere natura-uitvaartverzekeraar of aan een levensverzekeraar. Dit artikel regelt ook de overdracht van rechten en verplichtingen uit natura-uitvaartverzekering door een levensverzekeraar aan een natura-uitvaartverzekeraar (art. 3:113 lid 2 Wft). Art. 3:114 Wft regelt de overdracht van rechten en verplichtingen krachtens schadeverzekering door een schadeverzekeraar. Ten slotte regelt art. 3:114a Wft de overdracht van rechten en verplichtingen uit herverzekering door een herverzekeraar. Tussen de Wft-regelingen voor de verschillende soorten verzekeraars bestaan verschillen die te maken hebben met de aard van de verzekeringsovereenkomsten die worden overgedragen.
In hoofdstuk 1.2 zal ik allereerst de onderzoeksvraag formuleren die ik met dit onderzoek wil beantwoorden. Daarna beschrijf ik kort de onderzoeksaanpak (hoofdstuk 1.3). Ik beschrijf vervolgens de hoofdlijnen van de Wft-regeling voor overdracht van een verzekeringsportefeuille ten aanzien van de verschillende verzekeraars (hoofdstuk 1.4, 1.5 en 1.6). Ook ga ik in op opzegrechten van de polishouder op grond van de polisvoorwaarden (hoofdstuk 1.7).
In de daaropvolgende hoofdstukken ga ik vervolgens in op de wetsgeschiedenis van deze wettelijke regeling (hoofdstuk 2), het leerstuk van contractsoverneming (art. 6:159 BW) (hoofdstuk 3), de toepassing van deze wettelijke regeling in activa-passiva overeenkomsten (hoofdstuk 4), de toepassing bij juridische fusie en juridische splitsing (hoofdstuk 5), het verzoek om instemming van DNB en de advertenties (hoofdstuk 6), andere relevante wettelijke regelingen (hoofdstuk 7) en een aantal resterende relevante onderwerpen (hoofdstuk 8). In hoofdstuk 9 zet ik mijn bevindingen uit rechtsvergelijkend onderzoek uiteen. In hoofdstuk 10 geef ik ten slotte antwoord op de onderzoeksvraag.
Voor de goede orde merk ik op dat ik in dit onderzoek op verschillende plekken ook aandacht zal besteden aan juridische aspecten van gebeurtenissen bij verzekeraars, die de afgelopen jaren veel media-aandacht hebben gekregen (Optas/Aegon, Conservatrix en Yarden). De jurisprudentie naar aanleiding van de geschillen tussen polishouders en verzekerden van Optas Pensioenen N.V. enerzijds en Aegon Levensverzekering N.V. anderzijds in relatie tot de juridische fusie van deze twee verzekeraars heeft betrekking op meerdere rechtsvragen. Ik heb aan dit onderzoek een bijlage gehecht met een overzicht waarin ik heb weergegeven in welke specifieke hoofdstukken ik deze jurisprudentie heb behandeld. Juridische aspecten van de gebeurtenissen bij Nederlandsche Algemeene Maatschappij van Levensverzekering Conservatrix N.V. komen aan de orde in hoofdstuk 5.6.3 en 8.2.2 en van Yarden Uitvaartverzekeringen N.V. in hoofdstuk 8.2.2.