Einde inhoudsopgave
Rechten van polishouders bij portefeuilleoverdracht, juridische fusie en juridische splitsing door verzekeraars (O&R nr. 148) 2024/1.3
1.3 Onderzoeksaanpak
mr. A.M.M. Menken, datum 01-01-2024
- Datum
01-01-2024
- Auteur
mr. A.M.M. Menken
- JCDI
JCDI:ADS949873:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie mijn curriculum vitae.
Negen levensverzekeraars: Reaal Levensverzekering N.V. (1994), N.V. Levensverzekering Maatschappij NOG (2002), Hooge Huys Levensverzekeringen N.V. (2002), Reaal Overlijdenszorgverzekering N.V. (2005), Nieuwe Hollandse Lloyd Levensverzekeringmaatschappij N.V. (2006), AXA Leven N.V. (2008), Winterthur Levensverzekering Maatschappij N.V. (2008), SRLEV N.V. (voorheen genaamd REAAL Levensverzekeringen N.V.) (2009), DBV Levensverzekeringsmaatschappij N.V. (2009).
Zeven schadeverzekeraars: N.V. Schadeverzekering Maatschappij NOG (2001), Reaal Schadeverzekering N.V. (2002), Nieuwe Hollandse Lloyd Schadeverzekeringmaatschappij N.V. (2006), AXA Schade N.V. (2008), Winterthur Schadeverzekering Maatschappij N.V. (2008), DBV Schadeverzekeringsmaatschappij N.V. (2008), Proteq schadeverzekeringen N.V. (2012).
Ik mocht onder meer gebruik maken van de (niet voor het publiek toegankelijke) bibliotheek van het Verbond van Verzekeraars. Daar kon ik zijn in een groot aantal jaren opgebouwde collectie boeken op het gebied van het verzekeringsrecht inzien. Ik heb daar bijvoorbeeld ook een volledige collectie van het in 1920 opgerichte tijdschrift Het Verzekerings-Archief kunnen raadplegen.
De Geschillencommissie Financiële Dienstverlening en de Commissie van Beroep Financiële Dienstverlening zijn onderdelen van het Klachteninstituut Financiële Dienstverlening (‘Kifid’).
Zie hoofdstuk 5.8.
Door mijn werk1 ben ik betrokken geweest bij vele portefeuilleoverdrachten. Het betrof overdrachten van verzekeringsportefeuilles binnen de verzekeringsgroep waarin ik werkzaam was, alsmede enkele overdrachten van verzekeringsportefeuilles door en aan die verzekeringsgroep. In die jaren ben ik ook betrokken geweest bij vele juridische fusies waardoor levensverzekeraars2 en schadeverzekeraars3 (binnen de verzekeringsgroep waarvoor ik werkzaam was) zijn opgehouden te bestaan. Door die werkervaring kon ik dit onderzoek starten met het opstellen van de eerste versie van de hoofdstukindeling.
Bij het schrijven van elk hoofdstuk ben ik de juridische literatuur die ik in de loop der jaren al had verzameld gaan aanvullen aan de hand van digitale juridische zoeksystemen (zoals www.recht.nl en www.legalintelligence.com) en de voetnoten in al die bronnen. Door de beperkingen ten gevolge van de coronapandemie heb ik relevante juridische boeken in eerste instantie maar zo veel mogelijk gekocht (onder meer van www.boekwinkeltjes.nl) en daarna ben ik alsnog bibliotheken4 gaan bezoeken. Ik heb steeds aan de hand van trefwoorden op www.rechtspraak.nl en in het uitsprakenregister5 van www.kifid.nl gezocht naar relevante uitspraken. Op www.wetten.nl en www.overheid.nl heb ik relevante wetgeving en Kamerstukken kunnen raadplegen. Kortom, in dit onderzoek zal ik de onderzoeksvraag beantwoorden aan de hand van analyse en interpretatie van juridische literatuur, jurisprudentie, en wetgeving en parlementaire geschiedenis.
Via www.kvk.nl heb ik ten behoeve van hoofdstuk 5.8 over juridische splitsingen akten van splitsing van verzekeraars opgevraagd en voor hoofdstuk 8.6 over onderlinge waarborgmaatschappijen de statuten van onderlingen.
Voor hoofdstuk 6.7 over advertenties die op grond van de Wft-regeling zijn geplaatst, heb ik via www.overheid.nl de advertenties die vanaf 2004 op grond van deze regeling in de Staatscourant zijn geplaatst bestudeerd.
Het empirisch onderzoek zoals opgenomen in hoofdstuk 6.10 is enerzijds gebaseerd op de jaarverslagen van de Verzekeringskamer tot en met 1999 en van de Pensioen- en Verzekeringskamer van 2000 tot en met 2003 (www.nationaalarchief.nl) en anderzijds op de in de vorige alinea genoemde Staatscourantadvertenties vanaf 1 januari 2004.
In het hoofdstuk over rechtsvergelijking beschrijf ik de essentie van de toezichtrechtelijke regeling op het gebied van portefeuilleoverdrachten in België en het Verenigd Koninkrijk. Ik heb daarover juridische literatuur geraadpleegd, alsmede openbare informatie verstrekt door verzekeraars.
Nadat ik een groot deel van de eerste versie van het concept gereed had, ben ik achtergrondgesprekken gaan voeren met een aantal specialisten op deelgebieden van mijn onderzoek.
Ik heb DNB om een interview verzocht, maar DNB wilde aan dat verzoek niet tegemoet komen in verband met de geheimhoudingsplicht van DNB. In dit interview had ik met betrekking tot enkele onderwerpen op het gebied van portefeuilleoverdrachten, juridische fusies en juridische splitsingen willen vragen of DNB daarover eventueel een beleid heeft. In mijn onderzoek heb ik op andere wijzen een antwoord op die vragen proberen te krijgen. Ik heb bijvoorbeeld zo veel mogelijk notariële akten bestudeerd van juridische splitsingen van verzekeraars die vanaf 1 januari 2010 hebben plaatsgevonden om inzicht te krijgen in beleid van DNB bij het verlenen van instemming om over te mogen gaan tot een juridische splitsing.6