De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/8.6.4.4:8.6.4.4 Dwangvertegenwoordiging
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/8.6.4.4
8.6.4.4 Dwangvertegenwoordiging
Documentgegevens:
F. Eikelboom, datum 01-06-2017
- Datum
01-06-2017
- Auteur
F. Eikelboom
- JCDI
JCDI:ADS363638:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Parl. Gesch. Boek 3 (Vermogensrecht in het algemeen), p. 900.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Art. 3:300 BW biedt nog een andere vorm van reële executie biedt, die in dit onderzoek als “dwangvertegenwoordiging” wordt aangeduid.
Indien iemand jegens een ander is gehouden een rechtshandeling te verrichten, dan kan de rechter op vordering van de gerechtigde bepalen dat een door hem aan te wijzen vertegenwoordiger de handeling zal verrichten, tenzij de aard van de rechtshandeling zich daartegen verzet. Wijst de rechter een vertegenwoordiger aan, dan kan hij bepalen dat de door deze te verrichten handeling zijn goedkeuring behoeft. Deze vertegenwoordiger zal in dit onderzoek als de “dwangvertegenwoordiger” worden aangeduid.
Uit de wetsgeschiedenis1 blijkt dat zulks is geïndiceerd, indien de inhoud van de rechtshandeling nadere bepaling behoeft, bijvoorbeeld in het geval van een boedelscheiding. De dwangvertegenwoordiger is dus kennelijk bevoegd om de verplichte rechtshandeling namens de veroordeelde nader te bepalen. Daarbij kan echter wordt geopteerd voor een vorm van rechterlijk toezicht.