Einde inhoudsopgave
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/52.6
52.6 Een bepaling ter bevordering van het zoeken naar overeenstemming met de bezwaarmaker?
prof. mr. dr. A.T. Marseille, mr. M. Wever, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
prof. mr. dr. A.T. Marseille, mr. M. Wever
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
A.F.M. Brenninkmeijer & A.T. Marseille, ‘Meer succes met de informele aanpak van bezwaarschriften’, NJB 2011/1586.
Kamerstukken II 2013/14, 33727. Zie over het initiatiefwetsvoorstel onder meer: D. Allewijn, ‘Prettig contact bij de mediator. Beschouwingen over het conflicthanterings-palet en de plaats van mediation daarin’, in: A.T. Marseille & L. van der Velden, Vertrouwen verdient. Verdiend vertrouwen, Den Haag, Den Haag: Ministerie van BZK 2014, p. 16-28, Rens Koenraad, ‘Ruimte voor mediation’, NJB 2014/523, p. 651-652; A.T. Marseille, ‘Het voorstel voor de Wet bevordering mediation in het bestuursrecht kan nog wel wat denkwerk gebruiken’, JBplus 2014/4, p. 194-200, R.J.N. Schlössels, ‘Juridisering van informaliteit’, Gst. 2104/18.
Zie daarover: K.J. de Graaf, A.T. Marseille & H.D. Tolsma, ‘De wet bevordering mediation in het bestuursrecht’, NJB 2016/1945.
Het is uiteraard onbekend welke bepalingen over de bezwaarprocedure de komende 25 jaar in de Awb zullen worden geïntroduceerd, gewijzigd of geschrapt. Desondanks achten wij de kans groot dat te zijner tijd een bepaling over het zoeken naar een minnelijke oplossing van het geschil in de bezwaarprocedure in de Awb zal worden opgenomen. Tekstvoorstellen zijn de afgelopen jaren al gedaan. Wij noemen er drie. Brenninkmeijer & Marseille deden in 2011 een suggestie,1 het in 2013 door het toenmalige kamerlid Van der Steur ingediende initiatiefwetsvoorstel bevat een voorstel (bestaande uit twee bepalingen)2 en ook een door de regering in 2016 in consultatie gebracht wetsvoorstel bevat een bepaling over het zoeken naar een minnelijke oplossing voor het bezwaar.3
Het tekstvoorstel van Brenninkmeijer & Marseille luidt: ‘Voordat het bestuursorgaan een bezwaarschrift in behandeling neemt, neemt het bestuursorgaan contact op met de indiener ervan teneinde de mogelijkheid van een minnelijke regeling van het bezwaar te onderzoeken.’ De twee door Van der Steur voorgestelde bepalingen luiden: ‘Het bestuursorgaan bevordert een goede communicatie met de indiener’ en: ‘Het bestuursorgaan kan belanghebbenden in de gelegenheid stellen deel te nemen aan mediation op basis van een mediationovereenkomst ex artikel 7:424a BW.’ Het tekstvoorstel van het in consultatie gebrachte wetsvoorstel luidt: ‘Het bestuursorgaan onderzoekt met partijen of een rechtmatige minnelijke oplossing mogelijk is.’
Het tekstvoorstel van Van der Steur spreekt ons niet aan (te vaag en vrijblijvend), de andere twee wel. De vraag die bij dit soort bepalingen steevast opkomt, is in welke mate ze daadwerkelijk bijdragen aan het doel dat er mee wordt beoogd: het zo veel als mogelijk benutten van de bezwaarprocedure voor het vinden van een oplossing voor het geschil tussen overheid en burger. Het is duidelijk dat een bestuursorgaan dat geen zin heeft om te zoeken naar een vergelijk met de bezwaarmaker, zich weinig zorgen hoeft te maken als de wetgever hem een dergelijke verplichting oplegt, al was het maar omdat in het midden blijft hoe intensief die zoektocht moet zijn. Dat neemt niet weg dat het nut van een dergelijke bepaling kan zijn dat die bestuursorganen nog eens expliciet wijst op een van de kernfuncties van het behandelen van bezwaren. Zo’n bepaling kan daardoor tegelijkertijd fungeren als incentive voor het bestuur het doel van die procedure serieus te nemen.