Verbondenheid in het belastingrecht
Einde inhoudsopgave
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/9.3.5.0:Inleiding
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/9.3.5.0
Inleiding
Documentgegevens:
Dr. R.N.F. Zuidgeest, datum 20-11-2008
- Datum
20-11-2008
- Auteur
Dr. R.N.F. Zuidgeest
- JCDI
JCDI:ADS605422:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Loonbelasting / Artiesten, beroepssporters en buitenlandse gezelschappen
Loonbelasting / Inhoudingsplichtige
Loonbelasting / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Besluit van 18 mei 1999, houdende wijziging van het Uitvoeringsbesluit 1965 in verband met de inwerkingtreding van de Wet fiscale behandeling van pensioenen, V-N 1999/26.18.
Kamerstukken II 1993/94, 21 882, nr. 10, p. 6.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In art. 19a Wet LB 1964 is geregeld wie als verzekeraar kan optreden van een pensioen waarvan de opbouw fiscaal gefaciliteerd is. Dit betreft professionele verzekeraars, maar op basis van art. 19a lid 1 onderdeel d jo. art. 19a lid 2 Wet LB 1964 ook lichamen zoals de ‘pensioen-BV’ of ‘pensioenstichting’ van een dga. Voor de inhoud van het begrip ‘dga’ is hierbij verwezen naar het gelijknamige begrip in de Pensioenwet (PW). Het dga-begrip vervult in deze bepaling ook een facilitaire functie.
Overigens geldt voor dergelijke, in eigen beheer gehouden pensioenregelingen nog een ‘gangbaarheidstoets’ op basis van art. 18h Wet LB 1964. Deze toets houdt in dat het pensioen van de dga niet mag uitgaan boven hetgeen gangbaar is in collectieve pensioenregelingen. In dit verband speelt ook de ‘verbondenheid’ nog een rol. In art. 10c onderdeel d Uitv.besl. LB 1965 is namelijk bepaald dat er geen partnerpensioen mag worden opgebouwd, indien geen mogelijke nabestaande kan worden aangewezen. Zodra de dga een partner krijgt, kan echter alsnog met terugwerkende kracht een nabestaandenpensioen worden opgebouwd.1 Voorts is in art. 19 Wet LB 1965 bepaald dat geen pensioenopbouw mogelijk is met betrekking tot de diensttijd waarin een ongebruikelijk laag loon wordt genoten. Deze bepaling houdt verband met de in paragraaf 9.2.1 beschreven gebruikelijkloonregeling, en is eveneens met name gericht op een in eigen beheer gehouden pensioenregeling van een dga.2