Bundeling van omgevingsrecht
Einde inhoudsopgave
Bundeling van omgevingsrecht (R&P nr. SB5) 2012/3.3.6.1:3.3.6.1 Algemeen
Bundeling van omgevingsrecht (R&P nr. SB5) 2012/3.3.6.1
3.3.6.1 Algemeen
Documentgegevens:
Mr. J.H.G. van den Broek, datum 01-12-2012
- Datum
01-12-2012
- Auteur
Mr. J.H.G. van den Broek
- JCDI
JCDI:ADS359676:1
- Vakgebied(en)
Ruimtelijk bestuursrecht (V)
Milieurecht (V)
Omgevingsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hiervoor is de fysieke leefomgeving als samenhangcriterium aan de orde gekomen. Als de fysieke leefomgeving als samenhangcriterium wordt gehanteerd, ligt het echter wel voor de hand dat de wetgever ook nadenkt over de vraag of - het belang van - de fysieke leefomgeving ook kan worden gebruikt als toetsingscriterium voor het verlenen van een omgevingsvergunning die - anders dan de huidige omgevingsvergunning op basis van de Wabo - betrekking heeft op milieu, ruimtelijke ordening, water en natuur.
In de Wabo is een keus gemaakt tussen de toetsingskaders, die bekend zijn als model 3 en 4. In de Wabo is gekozen voor model 3, waarin de verschillende toestemmingsstelsels procedureel zijn geïntegreerd, terwijl de inhoudelijke beoordeling nog gecoördineerd plaats vindt. Voor wat betreft de inhoudelijke beoordeling van een aanvraag om omgevingsvergunning betekent dit dat de toetsingskaders niet zijn geïntegreerd. Een omgevingsvergunningaanvraag wordt dus niet aan een integraal toetsingskader getoetst. Dat kan pas na realisatie van model 4, waarin ook de toetsingskaders zullen zijn geïntegreerd.1 In de motie Koopmans-Vermeij2 wordt de regering verzocht om nog in de lopende kabinetsperiode met voorstellen te komen voor integratie van toetsingskaders tot één toetsingskader, maar ten tijde van het afsluiten van dit onderzoek was deze motie nog niet uitgevoerd.
In deze paragraaf zal met name een antwoord worden gezocht op de vraag of het belang van de fysieke leefomgeving als algemene wettelijke taakomschrijving niet dusdanig ruim is geformuleerd dat daaraan geen specifieke bevoegdheidsgrondslag kan worden ontleend. Daarbij zal ik mij dan beperken tot de bevoegdheid van bestuursorganen om op basis van het toetsingscriterium belang van de fysieke leefomgeving' een vergunning al dan niet - onder voorvoorwaarden - te verlenen.
Integratie kan bijvoorbeeld ook betrekking hebben op plannen. Op dat gebied lijkt volgens Kramer de stap naar verdergaande integratie 'nu eindelijk gezet'. Hij doelt daarbij op de beleidsbrief Eenvoudig Beter,3 waarin de regering een integratie van zes planvormen overweegt (structuurvisie, milieubeleidsplan, natuurbeleidsplan, waterplan, verkeers- en vervoersplan en eventueel het afval-beheerplan). Kramer noemt dat een enorme stap in de goede richting voor de integrale benadering van de omgevingskwaliteit.4