Einde inhoudsopgave
De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen (SteR nr. 58) 2023/4.2.4.1
4.2.4.1 Plan van aanpak
S. Schuite, datum 10-04-2023
- Datum
10-04-2023
- Auteur
S. Schuite
- JCDI
JCDI:ADS702019:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Ook wel ‘informatieasymmetrie’ (Erkens, EeR 2017/6) en ‘deskundigenparadox’ genoemd (De Bock 2011, o.a. p. 291, 308, 320). Ik verwijs naar de literatuurverwijzingen in voetnoot 26. De ‘problematiek’ is ook expliciet erkend in Straatsburg: EHRM 5 juli 2007, ECLI:NL:XX:2007:BB5086, NJ 2010/323 (Sara Lind Eggersdóttir/IJsland), § 47.
Zie over de kennisparadox onder meer: De Groot & Akkermans, NTBR 2007/72; De Groot 2008, p. 13-14. Voor verdere literatuurverwijzingen naar de veelheid literatuur die hierover gepubliceerd is verwijs ik naar Vissser, EeR 2019/4, voetnoot 35.
Milgram, Journal of Abnormal and Social Psychology 1963, p. 371-378; Cialdini 2009, p. 207-232; Hofling e.a., Journal of Nervous and Mental disease 1966, p. 171-180.
Schröder, NTBR 2016/11; Perquin-Deelen 2020, p. 173.
In het navolgende zal ik inzicht verschaffen in de invloed van het deskundigenadvies op het eindoordeel van de rechter. Ik doe dat aan de hand van jurisprudentieanalyses. Ik plaats daarbij direct een kanttekening. Het is immers aannemelijk dat de invloed van het deskundigenadvies op het eindoordeel van de rechter groot is. Dat heeft dan niet alleen te maken met de juistheid van het uitgebrachte advies, maar ook met twee verschijnselen die relevant (kunnen) zijn in gerechtelijke procedures waarbij deskundigen betrokken zijn.
Ik denk dan in eerste instantie aan de zogenaamde kennisparadox.1 Deze paradox houdt in dat een inhoudelijke beoordeling van het deskundigenbericht kennis verlangt die de rechter niet bezit. Dat was immers de reden dat de rechter behoefte had aan deskundige voorlichting. Een consequentie van deze paradox is dat de rechter in de grond genegen zal zijn het advies van deskundigen te volgen.2
Verwant aan de kennisparadox is de ‘gezagsvooringenomenheid’ (authority bias). Deze vooringenomenheid houdt in dat mensen over het algemeen de neiging hebben om minder kritisch te zijn over de meningen van experts of deskundigen dan over de meningen van hen die dit predicaat niet hebben. De gezagsvooringenomenheid is met name in de sociale psychologie (empirisch) onderzocht.3 Ook binnen de juridische context kan deze ‘bias’ echter relevant zijn.4 Empirisch onderzoek dat aantoont dat de gezagsvooringenomenheid van invloed is op het oordeel van de rechter is er naar mijn weten niet, maar niets menselijks is de rechter natuurlijk vreemd. Het is goed om bij de interpretatie van de resultaten van de jurisprudentieanalyse beide verschijnselen in het achterhoofd te houden.