Einde inhoudsopgave
Publicatieverplichtingen voor beursvennootschappen (IVOR nr. 74) 2010/21.4.4
21.4.4 Zijn de publicatieverplichtingen omtrent zeggenschaps- en kapitaalverhoudingen effectief en (kosten)efficiënt?
mr. J.B.S. Hijink, datum 16-09-2010
- Datum
16-09-2010
- Auteur
mr. J.B.S. Hijink
- JCDI
JCDI:ADS577872:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Ook in het verleden reeds de nodige kritische kanttekeningen bij de effectiviteit van de voorschriften geplaatst. Bijvb. door de regering zelf, o.a. op p. 3 van de MvT bij het voorstel voor de Wet melding zeggenschap en kapitaalbelang in effectenuitgevende instellingen: 'het kabinet [heeft] de overtuiging dat de door de Wmz 1996 gerealiseerde transparantie niet altijd optimaal is en er mogelijkheden zijn om deze te verbeteren ' (Kamerstukken II, 2002/ 2003, 28 985, nr. 3). Maar ook in de literatuur (vgl. bijvb. BotterNisser (1998).
Uit een door ESME opgesteld overzicht van de regelgeving van een negental lidstaten blijkt dat Nederland de enige lidstaat is waar geen rechtstreeks meldingsverplichting jegens de beursvennootschap bestaat (vgl. p. 12 van de 'First Report of ESME on the Transparancy Directive ('TD')' van 5 december 2007, te vinden op: http://ec.europa.eu/intemal_market/securities/docs/esme/05122007_td_report_en.pdf).
Dit geldt te meer indien de systeemwijziging wordt gecombineerd met de eerder genoemde uitbreiding van de reikwijdte van de meldingsverplichting tot aandelenderivaten en andere financiële instrumenten.
Het zal, na het voorgaande, niet verbazen dat mijn eindoordeel over de effectiviteit en (kosten)efficiëntie van de huidige publicatieverplichtingen omtrent (wijzigingen in) zeggenschaps- en kapitaalverhoudingen in beursvennootschappen niet positief is.1
Die effectiviteit zou ten eerste kunnen worden verbeterd door het, in de vorige paragraaf genoemde, steekhoudende voorstel om de reikwijdte van meldingsverplichting uit te breiden tot aandelenderivaten en andere financiële instrumenten. Fundamenteler is echter een gewenste aanpassing van het door de Wet melding zeggenschap en kapitaalbelang in effectenuitgevende instellingen geïntroduceerde systeem van meldingen. In de Wft zou moeten worden bepaald dat meldingen omtrent (wijzigingen van) zeggenschaps- en kapitaalbelangen in ieder geval aan de beursvennootschap worden gemeld. Niet alleen is deze systeemwijziging noodzakelijk met het oog op hetgeen de Transparantierichtlijn vereist en zou dit de Nederlandse regeling in lijn brengen met die van andere lidstaten.2 Systeemwijziging zou tevens de positie van de beursvennootschap (kunnen) versterken bij het achterhalen van de identiteit van haar investeerders.3 Daarmee zou deze verplichting op meer effectieve wijze bijdragen aan het tegengaan van "agency-problemen" binnen beursvennootschappen — een doel dat op basis van de huidige regelgeving niet, of slechts met moeite, kan worden bereikt omdat beursvennootschappen niet (op directe wijze) over wijzigingen in de zeggenschaps- en kapitaalbelangen komen te beschikken. Het op deze wijze aanpassen van meldingsbepalingen zou daardoor — uiteindelijk - ook wel eens kosten-efficiënt kunnen blijken te zijn. In ieder geval lijkt deze aanpassing mij doeltreffender dan de heilloze weg, bestaande uit ondoordachte en met zekerheid niet functionerende oplossingen, die in het Wetsvoorstel Frijns is ingeslagen.