De kosten van de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
De kosten van de enquêteprocedure (VDHI nr. 177) 2022/6.3.5:6.3.5 Financiering door de moedervennootschap
De kosten van de enquêteprocedure (VDHI nr. 177) 2022/6.3.5
6.3.5 Financiering door de moedervennootschap
Documentgegevens:
mr. P.H.M. Broere, datum 12-05-2022
- Datum
12-05-2022
- Auteur
mr. P.H.M. Broere
- JCDI
JCDI:ADS652378:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijv. OK 3 februari 2020, ARO 2020/60 (GHK); OK 2 maart 2020, ARO 2020/76 (Priogen); OK 31 augustus 2020, ARO 2020/151 (Royal Care). Zie ook het overzicht van Jager 2019, p. 362, voetnoot 16.
Zie bijv. OK 30 juli 2002, JOR 2002/192, m.nt. M.W. Josephus Jitta (Janson Holding).
Zie bijv. OK 22 januari 2015, ARO 2015/70 (DPS Holding), waarin de moedervennootschap 51% van de aandelen in de dochtervennootschap hield.
OK 27 augustus 2018 (r.o. 3.9; dictum), ARO 2018/185 (Hoeve Holland).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In een groot aantal concernenquêtes gaat de Ondernemingskamer niet over tot een verdeling van de kosten van het onderzoek over de verschillende concernvennootschappen. De Ondernemingskamer legt de verplichting tot financiering van de kosten van het onderzoek dan bij de moedervennootschap.1 Dat gebeurt ook in concernenquêtes waarin het onderzoek mede betrekking heeft op kleindochtervennootschappen2 of dochtervennootschappen waarin de moedervennootschap niet alle aandelen houdt.3 Ik wijs hier ook nog op Hoeve Holland, waarin de Ondernemingskamer overwoog de kosten van het onderzoek ten laste te brengen van enkel de moedervennootschap, maar in het dictum bepaalde dat de kosten ten laste kwamen van de moedervennootschap en dochtervennootschap.4