Vormfouten
Einde inhoudsopgave
Vormfouten (SteR nr. 19) 2014/4.2:4.2 OBSERVATIES AANGAANDE HET GEBRUIK VAN HET RECHTERLIJK INSTRUMENTARIUM
Vormfouten (SteR nr. 19) 2014/4.2
4.2 OBSERVATIES AANGAANDE HET GEBRUIK VAN HET RECHTERLIJK INSTRUMENTARIUM
Documentgegevens:
Reindert Kuiper, datum 30-04-2014
- Datum
30-04-2014
- Auteur
Reindert Kuiper
- JCDI
JCDI:ADS615528:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de rechtspraak over schending van de redelijke termijn zijn veel van de ontwikkelingen herkenbaar die in de voorgaande hoofdstukken zijn besproken. Genoemd kunnen worden de opgekomen invloed van het verdragsrecht, de aanvankelijk rigide toepassing van het ingrijpende rechtsgevolg van niet-ontvankelijkverklaring van het OM, de onvrede over de uitwerking – mede tegen de achtergrond van de belangen van benadeelde partijen – en de wens tot beteugeling hiervan. Die laatste wens kreeg vorm in de formulering door de Hoge Raad van een steeds meer uitgewerkt en ook wel dwingender beoordelings- en reactiekader. Ook kan aan de hand van die rechtspraak het instrumentarium worden belicht dat de zittingsrechter (lees: in hoogste instantie de Hoge Raad) ter beschikking staat bij het invullen van zijn taak op het gebied van het reageren op vormfouten.
In het algemeen geldt dat de krachtigste wijze om rechtmatig handelen in het voorbereidend onderzoek te bevorderen voor de hoogste rechter schuilt in de formulering van een simpele maatstaf voor toetsing van naleving van een regel, gepaard aan het voorschrijven van een ingrijpend rechtsgevolg bij regelschending. In de VS zag het Hooggerechtshof zich in de jaren ‘60 van de vorige eeuw verscheidene malen genoodzaakt zijn toevlucht te nemen tot een dergelijke aanpak. In de motivering van de desbetreffende beslissingen betrok het dat het geen andere voldoende effectieve methoden zag om het respect voor de naleving van individuele rechten in alle staten op een aanvaardbaar niveau te brengen. Een aantal in heldere regels vervatte procedurele waarborgen voor verdachten werd in het leven geroepen en tegelijkertijd van een krachtig handhavingsmechanisme voorzien door bewijsuitsluiting voor te schrijven bij schending van de nieuwe regels.1 Sprekende voorbeelden hiervan zijn de beslissingen in de zaken Miranda v. Arizona2uit 1966 en Mapp v. Ohio3uit 1961. De invloed van deze rechtspraak op de politiepraktijk was groot. De bewijsuitsluitingsregel bevorderde dat de politie deze rechten naleefde. Toch ondervond deze rechtspraak van het ‘Warren Court’, genoemd naar de toenmalige Chief Justice Earl Warren, hevige kritiek. In de loop der jaren is zij door het Hooggerechtshof van haar scherpe kanten ontdaan. De toepassing van ingrijpende reacties als bewijsuitsluiting op basis van simpele regels vormt een krachtig middel om normconform politiegedrag af te dwingen, maar de aan deze methode verbonden nadelen nopen tot grote terughoudendheid met het gebruik ervan.
Het vervolg van dit hoofdstuk bevat een nadere beschouwing van het instrumentarium van de rechtsvormende rechter en van de effecten die optreden bij het gebruik daarvan. Aan de orde komen: (i) de interpretatie en ontwikkeling van strafvorderlijke regels en in samenhang daarmee (ii) de keuze van de maatstaf waaraan wordt getoetst of deze zijn nageleefd, (iii) het al dan niet ontwikkelen van ‘prophylactic rules’, (iv) de keuze van de toepasselijke reactie bij normschending en (v) de vormgeving van de controle op de naleving.
4.2.1 Enge of ruime interpretatie en ontwikkeling van strafvorderlijke regels4.2.2 Toetsingsmaatstaf: ‘bright-line-rule’ of ‘totality-of-the circumstances- test’4.2.3 Ontwikkeling van ‘prophylactic rules’4.2.4 Toepasselijke reactie4.2.5 Vormgeving rechterlijke controle op het voorbereidend onderzoek