Einde inhoudsopgave
Zekerheid voor de vastgoedfinancier (R&P nr. VG9) 2019/6.2.3
6.2.3 De rechtsgevolgen van onder zich nemen
S.J.L.M. van Bergen, datum 13-11-2018
- Datum
13-11-2018
- Auteur
S.J.L.M. van Bergen
- JCDI
JCDI:ADS624059:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Zekerheidsrechten
Voetnoten
Voetnoten
Zie par. 3.6.
Zie Kamerstukken II 2012/13, 33484, 3, p. 17, Asser/Van Mierlo 3-VI 2016, nr. 387 en Visser 2013a, p. 406. Gerver ging hiervan al uit vóór het verschijnen van het wetsvoorstel, zie Gerver 1994a, p. 79.
Art. 7:600 e.v. BW. Zie Stein in GS Vermogensrecht, art. 3:243 BW, aant. 3.2.1 (online laatst bijgewerkt op 1 augustus 2018). Vgl. ten aanzien van een zorgplicht voor een af te leveren zaak art. 6:27 BW, of terug te geven zaak art. 6:273 en 7:10 lid 4 BW.
Vgl. 7:602 BW, zie ook Parl. Gesch. boek 3, p. 767 waarin wordt verwezen naar art. 1203 BW. Hierin was eveneens opgenomen dat de schuldeiser verantwoordelijk is voor verlies of vermindering van de zaak voor zover deze door zijn nalatigheid was ontstaan. Zie ook Asser/Van Mierlo 3-VI 2016, nr. 151.
Hof Leeuwarden 21 september 1994, ECLI:NL:GHLEE:1994:AD2157,NJ 1995/360 (Raukema/Reilman). Ook dit is afhankelijk van de omstandigheden van het geval (zoals ernst en kenbaarheid van de risico’s en de genomen voorzorgsmaatregelen); zie Asser/Van Schaick 7-VIII 2018, nr. 10 voor concrete zaken waarin een verzekeringsplicht van een bewaarder al dan niet werd aangenomen.
Zie Asser/Van Schaick 7-VIII 2018, nr. 9. Zie ook De Boer, GS Bijzondere overeenkomsten, art. 7:602 BW, aant. 3 (online laatst bijgewerkt op 1 juni 2013), Rutgers 1998. Zie ook Kamerstukken II 2012/13, 33484, 3, p. 17. De wetgever merkt in dit verband op dat de ‘omvang van de bevoegdheden’ afhankelijk is van partijafspraken en de omstandigheden van het geval.
Schelhaas, Wessels & Verheij 2016, nr. 326.
Op de verzekeringsplicht van de hypotheekhouder wordt in de literatuur vaker gewezen, zie Visser 2013a, p. 405, Barkey Wolf 2009, p. 124. Vgl. bijvoorbeeld ook HR 3 september 2004, ECLI:NL:PHR:2004:AO7821, NJ 2004/586 (Van Laar/Bouwconsulting) over de zorgplicht van de verkoper om gedurende het schuldeisersverzuim van de koper de zaak, met het oog op het mogelijk verloren gaan daarvan, verzekerd te houden.
Zie par. 3.6.
Kamerstukken II 2012/13, 33484, 3, p. 17, zie ook Asser/Van Mierlo 3-VI 2016, nr. 387.
HR 26 april 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD9132, NJ 2005/180, m.nt. Kortmann (Deutsche Hypothekenbank/De Liagre Böhl). Anders: Stein in GS Vermogensrecht, art. 3:267 BW, aant. 9 (online laatst bijgewerkt op 1 april 2018). Volgens Stein is de hypotheekhouder verplicht het onder zich genomen vastgoed te beheren. Hoewel ik het met hem eens ben, vrees ik dat art. 3:267 BW zo niet kan worden uitgelegd.
Stein lijkt bij de toepassing van art. 3:267 BW uit te gaan van het onder zich nemen van vastgoed, zulks ten behoeve van beheer en/of ontruiming, zie Stein in GS Vermogensrecht, art. 3:267 BW, aant. 7.1 (online laatst bijgewerkt op 1 april 2018). Een dergelijke benadering is te prefereren.
Zie voor een illustratie van hoe de praktijk met dit onderscheid worstelt bijvoorbeeld Rb. Oost-Brabant 13 augustus 2013, ECLI:NL:RBOBR:2013:4937, WR 2014/37, m.nt. Van Smaalen. De rechter had hier in zijn uitspraak heel wat recht te zetten.
Wat is nu de rechtspositie van de hypotheekhouder als hij het vastgoed eenmaal onder zich heeft? Naar Engels recht wordt die positie ingevuld door de rechten en verplichtingen die de hypotheekhouder als bezitter heeft. In het licht van een verkooptraject is vooral van belang dat de hypotheekhouder als bezitter gerechtigd (of: verplicht) is om bepaalde onderhoudswerkzaamheden te verrichten (zie hierna par. 6.5). Daartegenover staan enkele zorgplichten; de hypotheekhouder is bijvoorbeeld aansprakelijk als door zijn handelen of nalaten schade aan het vastgoed zou ontstaan.1 Hij zal daarom bijvoorbeeld gepaste maatregelen moeten nemen tegen vandalisme en kraak.
Naar Nederlands recht is niet wettelijk geregeld welke rechten en verplichtingen voor de hypotheekhouder zijn verbonden aan het onder zich hebben van verhypothekeerd vastgoed. Rechtspraak op dit punt ontbreekt. Mede op basis van de memorie van toelichting bij de Wet executieveilingen 2015 mag evenwel worden aangenomen dat de hypotheekhouder het vastgoed gaat houden voor de hypotheekgever.2 Ik meen dat de figuur daarom te vergelijken is met het in vuistpand nemen van een roerende zaak door de pandhouder. De verpande zaak wordt in dat geval immers ook in de macht van de pandhouder gebracht. Voor het bepalen van de gevolgen van onder zich nemen, ligt daarom analoge toepassing van de regels rondom vuistpand voor de hand.
Een belangrijke bepaling in dit verband is art. 3:243 BW. Op grond van dit artikel is een pandhouder die een zaak onder zich neemt, verplicht om als een goed pandhouder voor de zaak zorg te dragen.3 Stein werkt deze zorgplicht van de pandhouder uit, deels naar analogie met de wetsbepalingen inzake bewaarneming.4 In algemene zin mag een vuistpandhouder de zaak volgens hem niet verwaarlozen en dient hij haar behoorlijk op te bergen en zo te behoeden tegen diefstal, beschadiging of verlies. Zo nodig dient hij de zaak daartoe bij een derde in bewaring te geven.5 Een pandhouder is bovendien niet gerechtigd tot gebruik van de zaak,6 en hij is aansprakelijk voor waardeverlies van de in pand gegeven zaak als hij in de zorg voor de zaak is tekortgeschoten.7 Die zorgverplichting behelst over het algemeen een verplichting tot het afsluiten van de nodige (brand- en diefstal)verzekeringen.8 De mate van zorg die daarbij van de pandhouder kan worden verlangd, is, zoals ook bij bewaarneming wordt aangenomen, afhankelijk van alle omstandigheden van het geval.9 Hierbij is onder meer relevant wat partijen hierover hebben afgesproken, zodat partijen er goed aan doen om de omvang van de zorgplicht contractueel vast te leggen.10
Als nu deze uitgangspunten worden toegepast op het onder zich houden van vastgoed, komt dat erop neer dat de hypotheekhouder, kort gezegd, maatregelen moet nemen om schade aan het vastgoed te voorkomen. Hij zal het bijvoorbeeld moeten behoeden tegen vandalisme en krakers, en hij zal daarvoor voor zover nodig derden moeten inschakelen. Ook mag van hem worden verwacht dat hij noodzakelijke reparaties uitvoert waarmee verdere schade aan het vastgoed voorkomen wordt, zoals het verhelpen van lekkages. Bovendien moet hij het vastgoed op een gebruikelijke manier verzekerd houden.11 Deze op het vuistpand gebaseerde zorgplicht strookt met de zorgplicht die op een Engelse hypotheekhouder rust na inbezitneming. Ook hij dient immers als bezitter op straffe van aansprakelijkheid maatregelen te nemen ter voorkoming van schade.12
Tot zover de verplichtingen van de hypotheekhouder die het vastgoed onder zich heeft. Op dat vlak blijken de posities van de Engelse en Nederlandse hypotheekhouder vergelijkbaar. Maar zij lopen sterk uiteen als het gaat om de bevoegdheden die de hypotheekhouder aan dat bezit respectievelijk houderschap ontleent. De Engelse hypotheekhouder wordt als bezitter ook verantwoordelijk voor het beheer van het vastgoed (zoals het uitvoeren van onderhoud en de verhuur ervan). Naar Nederlands recht wordt het onder zich houden van vastgoed enerzijds en het beheren daarvan anderzijds nu juist als twee separate bevoegdheden gezien:
‘In het algemeen kan worden gesteld dat de zinsnede «onder zich nemen indien zulks met het oog op executie vereist is» impliceert dat het de hypotheekhouder is toegestaan om potentiële kopers toe te laten in het huis voor een bezichtiging. Wil de hypotheekhouder handelingen verrichten om de waarde van het verhypothekeerde goed te behouden, zoals renovatie of verbouwing, dan lijkt het in de rede te liggen om een beroep te doen op het beheersbeding, waarvoor machtiging van de voorzieningenrechter vereist is. Zo nodig kunnen beide machtigingen tegelijk worden verzocht.’13
Het onder zich houden van vastgoed schept naar Nederlands recht dus géén beheersbevoegdheid.14 De hypotheekhouder moet daarvoor een apart beheersbeding inroepen, waarvoor weer eigen voorwaarden gelden.
Ik plaats vraagtekens bij dit in het Nederlandse recht gemaakte onderscheid tussen ‘onder zich nemen’ en ‘beheren’.15 De grens tussen wat de hypotheekhouder uit hoofde van zijn zorgplicht moet doen nadat hij het vastgoed onder zich heeft genomen en wat hij uit hoofde van een beheersbevoegdheid (extra) zou mogen doen, is dun. Zeker bij commercieel vastgoed, waar de waarde van het vastgoed niet zozeer in de stenen zit, maar in de verhuur(baarheid) van het vastgoed. De scheidslijn tussen wat mag en wat moet is dan moeilijk te trekken.16 Om dit standpunt goed over het voetlicht te kunnen brengen, is noodzakelijk dat eerst ook dieper wordt ingegaan op de hier bedoelde beheersbevoegdheid van de hypotheekhouder. Dit gebeurt in par. 6.5 (voor het verkooptraject) en hoofdstuk 8 (voor een langdurig beheertraject). In hoofdstuk 9 wordt vervolgens op de samenhang tussen beheren en onder zich houden teruggekomen.