De turboliquidatie van de Besloten Vennootschap
Einde inhoudsopgave
De turboliquidatie van de BV (VDHI nr. 131) 2016/3.1:3.1 Inleiding
De turboliquidatie van de BV (VDHI nr. 131) 2016/3.1
3.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. S. Renssen, datum 28-09-2015
- Datum
28-09-2015
- Auteur
mr. S. Renssen
- JCDI
JCDI:ADS388751:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Aangezien de turboliquidatie van de BV één van de ontbindingswijzen is, staan in het onderhavige hoofdstuk de verschillende gronden voor ontbinding centraal. Deze gronden worden opgesomd in artikel 2:19 lid 1 en 4 BW:
‘Een rechtspersoon kan worden ontbonden:
door een besluit van de algemene vergadering of, indien de rechtspersoon een stichting is, door een besluit van het bestuur tenzij in de statuten anders is voorzien;
bij het intreden van een gebeurtenis die volgens de statuten de ontbinding tot gevolg heeft, en die niet een besluit of een op ontbinding gerichte handeling is;
na faillietverklaring door hetzij opheffing van het faillissement wegens de toestand van de boedel, hetzij door insolventie;
door het geheel ontbreken van leden, indien de rechtspersoon een vereniging, een coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij is; [welke ontbindingswijze niet van toepassing is op de BV]
door een beschikking van de Kamer van Koophandel als bedoeld in artikel 19a;
door de rechter in de gevallen die de wet bepaalt.’
respectievelijk:
‘Indien de rechtspersoon op het tijdstip van zijn ontbinding geen baten meer heeft, houdt hij alsdan op te bestaan (…).’
De onder artikel 2:19 lid 1 sub f BW genoemde ontbindingswijze – de ontbinding door de rechter in de gevallen die de wet bepaalt – ziet op de ontbindingsgronden zoals opgenomen in de artikelen 2:20, 2:21, 2:185 en 2:356 sub f BW, althans voor wat de BV betreft.
Ten aanzien van de in artikel 2:19 lid 1 en 4 BW opgesomde ontbindingswijzen kan een onderscheid worden gemaakt tussen de ontbinding van een ‘actieve BV’ en de ontbinding van een ‘lege BV’. Alvorens op dit onderscheid in te gaan en uit een te zetten wat onder een ‘lege BV’ dient te worden verstaan (paragraaf 3.3), komen in paragraaf 3.2 de verschillende ontbindingswijzen ex artikel 2:19 lid 1 BWaan bod. In paragraaf 3.4 worden de ontbindingswijzen van de ‘lege BV’ uitvoeriger beschreven.