De turboliquidatie van de Besloten Vennootschap
Einde inhoudsopgave
De turboliquidatie van de BV (VDHI nr. 131) 2016/3.3:3.3 De ‘lege BV’
De turboliquidatie van de BV (VDHI nr. 131) 2016/3.3
3.3 De ‘lege BV’
Documentgegevens:
mr. S. Renssen, datum 28-09-2015
- Datum
28-09-2015
- Auteur
mr. S. Renssen
- JCDI
JCDI:ADS391093:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Van der Heijden & Van der Grinten 1992, nr. 373. Deze definitie is komen te vervallen in de laatste druk van het Handboek (Van der Heijden/ Van der Grinten & Dortmond 2013).
Nethe 1995, p. 28.
HR 22 december 1989, NJ 1990, 433, m.nt. Maeijer.
Kamerstukken II 1991/92, 22 482, nr. 3 (MvT), p. 1.
Kamerstukken II 1991/92, 22 482, nr. 3 (MvT), p. 2.
Nethe 1995, p. 27.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voordat een onderscheid kan worden gemaakt tussen de ontbindingswijzen van actieve BV’s en de ontbindingswijzen van ‘lege BV’s’ dient uiteengezet te worden wat onder een ‘lege BV’ wordt verstaan. Van der Grinten verstaat onder een lege vennootschap een vennootschap die in feite geen activiteiten ontwikkelt. Hij wijst erop dat ‘leeg’ in dit verband niet betekent dat de vennootschap geen vermogen heeft.1 Met Nethe moet worden aangenomen dat twee vereisten aan het kunnen worden aangemerkt als een lege vennootschap worden gesteld: het ontbreken van activiteiten en het ontbreken van activa (respectievelijk vermogen per saldo) van enige betekenis.2 De Hoge Raad hanteert ook een dergelijke omschrijving van een lege vennootschap. Volgens de Hoge Raad dient onder een lege vennootschap te worden verstaan een vennootschap die in het geheel geen activa (meer) heeft en derhalve geen activiteiten (meer) ontplooit. Anders geformuleerd: een lege vennootschap is een vennootschap zonder onderneming in de zin van de Handelsregisterwet, aldus de Hoge Raad.3 Deze formulering doet vermoeden dat de Hoge Raad uitgaat van twee cumulatieve vereisten, maar dat lijkt mij geen juiste benadering. Ik verwijs naar de mijns inziens aantrekkelijke benadering gehanteerd in de parlementaire geschiedenis:
‘Lege vennootschappen zijn vennootschappen die geen activiteiten (meer) verrichten en waarin zich dan ook in de regel geen of zeer weinig activa meer bevinden.’4
Volgens de parlementaire geschiedenis kunnen dergelijke lege vennootschappen op verschillende wijzen ontstaan. Het komt in de praktijk nogal eens voor dat – wanneer een directeur-grootaandeelhouder van een BV met pensioen gaat of komt te overlijden – de onderneming wordt opgeheven, maar de BV niet ontbonden wordt. Wettelijk gezien vindt er in dergelijke situaties geen vereffening plaats. Feitelijk vindt echter wel een vereffening plaats; de schulden worden betaald en de baten worden feitelijk ter beschikking gesteld aan de aandeelhouder of diens erfgenamen. Ook komt het voor dat een BV in het handelsregister wordt ingeschreven, maar vervolgens in feite nooit activiteiten gaat ontplooien. Het wordt wenselijk geacht dat lege vennootschappen (op eenvoudige wijze kunnen) worden ontbonden, met name teneinde te voorkomen dat daarvan misbruik wordt gemaakt:
‘Lege vennootschappen kunnen gemakkelijk in handen komen van lieden die de voor oprichting van een vennootschap vereiste ministeriële verklaring van geen bezwaar niet zouden hebben gekregen. Ook kan door het overnemen van een lege vennootschap het vereiste van storting van het minimumkapitaal worden ontgaan. Het is voorts niet uitgesloten dat crediteuren worden misleid door het in de statuten opgenomen geplaatste kapitaal waar tegenover geen of onvoldoende waarden staan. Malafide praktijken door middel van opgekochte lege vennootschappen worden reeds thans zoveel mogelijk tegengegaan.’5
Met Nethe ben ik van mening dat er verschillende gradaties van ‘leegheid’ zijn te onderscheiden:
De bv verricht geen reële activiteiten (meer) c.q. houdt geen onderneming (meer) in stand;
De bv verricht geen activiteiten en kampt met een gebrek aan activa, althans inkomsten;
De bv verricht geen activiteiten, heeft haar schulden voldaan en het eventuele batig saldo in feite uitgekeerd aan de aandeelhouder(s);
De bv verricht geen activiteiten en heeft geen activa of geen activa van enige betekenis.’6
In de wet zijn drie ontbindingswijzen voor ‘lege BV’s’ opgenomen: de turboliquidatie ex artikel 2:19 lid 4 BW, de ontbinding door de Kamer van Koophandel ex artikel 2:19a BW en de rechterlijke ontbinding ex artikel 2:185 BW. Per ontbindingswijze wordt een andere omschrijving van een ‘lege BV’ gehanteerd:
Ten aanzien van de turboliquidatie als ontbindingswijze wordt ingevolge artikel 2:19 lid 4 BW onder een ‘lege BV’ verstaan een BV die ten tijde van ontbinding geen baten meer heeft. In paragraaf 5.3 zal ik bepleiten dat er ten tijde van ontbinding tevens geen schulden mogen bestaan.
Ten aanzien van de ontbinding op initiatief van de Kamer van Koophandel wordt ingevolge artikel 2:19a lid 1 BW onder een ‘lege BV’ verstaan een BV waarbinnen zich ten minste twee van de volgende situaties voordoen:
a) er staan gedurende ten minste een jaar geen bestuurders van de BV in het register ingeschreven, terwijl ook geen opgaaf tot inschrijving is gedaan óf b) alle ingeschreven bestuurders zijn overleden of ten minste één jaar niet bereikbaar gebleken op het in het register vermelde adres, en evenmin op het in de basisregistratie personen vermelde adres, of betrokkene is niet ingeschreven in de basisregistratie personen;
de BV is ten minste één jaar in gebreke met de nakoming van de verplichting tot openbaarmaking van de jaarrekening of de balans en de toelichting;
de BV heeft ten minste één jaar geen gevolg gegeven aan een aanmaning tot het doen van aangifte voor de vennootschapsbelasting.
Ten aanzien van de ontbinding door de rechter wordt ingevolge artikel 2:185 BW onder een ‘lege BV’ verstaan een BV die haar doel door een gebrek aan baten niet kan bereiken alsmede een BV die haar werkzaamheden tot verwezenlijking van haar doel heeft gestaakt.