Einde inhoudsopgave
Milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden 2021/IV.3.4.4
IV.3.4.4 B) ‘Door de strenge aansprakelijkheidsregels worden bestuurders bang’
mr. T.R. Bleeker LLM, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
mr. T.R. Bleeker LLM
- JCDI
JCDI:ADS460148:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Pham 2017a, par. 2.4-2.6; Pham 2015, p. 421-422. Volgens Pham is de onduidelijkheid van aansprakelijkheidsregels een belangrijke oorzaak voor de discrepantie tussen angst en risico, waarover hierna meer; Pham 2017b.
Pham 2017a, p. 167. Het empirische onderzoek van Perquin-Deelen suggereert dat de angst die bestuurders ervaren voor persoonlijke aansprakelijkheid op voet van artikel 2:9 BW wel meevalt. De meeste geïnterviewde bestuurders en commissarissen (39 niet angstig, 4 wel) gaan ervan uit dat als zij ‘naar beste weten’ hun taak uitoefenen, zij niet aansprakelijk zullen zijn. Perquin-Deelen 2020, par. 2.3.2.1 en 6.4.1.
Pham spreekt van “very specific circumstances”. Pham 2017a, p. 39. Zie voorts Pham 2015, par. 4.2.
Hierop wijst ook Kroeze 2005, par. 8.6 en Winter 2017, par. 3.1.
De tweede aanname in de onderbouwing van het bange bestuurders-argument, is dat het (strenge) aansprakelijkheidsregime bestuurders angst inboezemt. Deze aanname veronderstelt bepaalde sociaalpsychologisch waarneembare effecten van een juridisch fenomeen, dus de beoordeling van de juistheid van deze aanname vergt empirisch onderzoek.
Thy Pham heeft de empirische handschoen opgepakt: voor haar promotieonderzoek aan de Erasmus Universiteit Rotterdam heeft ze kwalitatief en kwantitatief rechtspraakonderzoek gedaan naar bestuurdersaansprakelijkheid en heeft ze 54 Nederlandse top-level bestuurders gevraagd naar hun perceptie van de persoonlijke aansprakelijkheidsrisico’s. Uit haar onderzoek blijkt dat het merendeel van de bestuurders een onjuist beeld heeft van het aansprakelijkheidsregime en dat de meeste bestuurders de aansprakelijkheidsrisico’s overschatten.1 Op de vraag of bestuurders ook daadwerkelijk angst ervaren voor aansprakelijkheid, gaf haar studie “geen concluderend antwoord”.2 Wel blijkt uit haar onderzoek dat eventuele angst voor aansprakelijkheid die een deel van de ondervraagde top-level bestuurders ervaren kon worden herleid tot “zeer specifieke omstandigheden”, zoals negatieve eerdere ervaringen met persoonlijke aansprakelijkheid of een dreigend faillissement.3
Uit de studie van Pham maak ik op dat de angst voor aansprakelijkheid geen algemeen fenomeen is en dat bestuurders bang kunnen zijn voor aansprakelijkheid ongeacht of de aansprakelijkheid een reële bedreiging vormt of niet.4 Dat leidt tot de conclusie dat de aanname B – dat de angst van bange bestuurders wordt veroorzaakt door (al dan niet te strenge) aansprakelijkheidsregels – ongefundeerd is.