Einde inhoudsopgave
Sleutels voor personenvennootschapsrecht (IVOR nr. 102) 2017/2.2.5.1
2.2.5.1 De partnership als overeenkomst
Chr.M. Stokkermans, datum 28-02-2017
- Datum
28-02-2017
- Auteur
Chr.M. Stokkermans
- JCDI
JCDI:ADS591599:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Partnership Act 1890, art. 1 lid 1.
Law Commissions’ Report 2003, nr. 2.3.
Blackett-Ord & Haren 2015, nr. 2.1; Morse 2015, nr. 2.04.
Partnership Act 1890, art. 1 lid 2.
Blackett-Ord & Haren 2015, nr. 2.15.
Partnership Act 1890, art. 45.
Blackett-Ord & Haren 2015, nr. 2.16; Morse 2015, nr. 1.13, 1.17 en 1.23.
Blackett-Ord & Haren 2015, nr. 2.16.
Blackett-Ord & Haren 2015, nr. 2.19; Morse 2015, nr. 1.19 en 1.20.
Blackett-Ord & Haren 2015, nr. 2.22.
Blackett-Ord & Haren 2015, nr. 2.46.
Blackett-Ord & Haren 2015, nr. 2.56; Morse 2015, nr. 1.17.
Blackett-Ord & Haren 2015, nr. 2.18.
Partnership Act 1890, art. 24 lid 7. Blackett-Ord & Haren 2015, nr. 7.23.
Partnership Act 1890, art. 32 t/m 35. Blackett-Ord & Haren 2015, nr. 16.1 t/m 16.31.
Partnership Act 1890, art. 33 lid 2 jo. art. 23 lid 2.
Blackett-Ord & Haren 2015, nr. 16.33. Blackett-Ord & Haren 2015, nr. 16.32.
Law Commissions’ Report 2003, nr. 3.7/3.8 en 8.30.
Law Commissions’ Report 2003, nr. 8.35 en 8.48.
De term ‘partnership’ staat, zoals gezegd, voor de rechtsverhouding tussen de vennoten:
Partnership is the relation which subsists between persons carrying on a business in common with a view to profit.1
Het bestaan van een dergelijke rechtsverhouding kan berusten op een uitdrukkelijke overeenkomst van partijen in de zin van een contractuele rechtshandeling. De voor de rechtsverhouding vereiste wilsovereenstemming kan ook worden afgeleid uit het gedrag van partijen.2 Of sprake is van een partnership hangt af van de feitelijke rechtsverhouding (true relationship) en niet van het label dat partijen erop hebben geplakt.3 De rechtsverhouding tussen de leden van een entiteit die overeenkomstig de Companies Act 2006 als company is ingeschreven, is geen partnership.4
De nadruk in de omschrijving van partnership ligt op het gezamenlijk uitoefenen van een onderneming (business in common) met winstoogmerk (with a view to profit). Zijn deze ingrediënten aanwezig, dan wordt een partnership verondersteld aanwezig te zijn.5 De term ‘business’ omvat ‘every trade, occupation or profession’.6 Het begrip ‘occupation’ wordt gelezen in combinatie met de woorden ‘with a view of profit’, zodat enigerlei vorm van activiteit met winstoogmerk een vereiste is.7 Een bezigheid voor pleasure wordt niet gezien als een occupation. Is deelname aan een schietgezelschap beperkt tot vrienden en relaties, dan vormt het in stand houden ervan geen ‘business’, ook niet als dat op grote schaal en op winstgevende wijze gebeurt. Het motief voor de samenwerking is irrelevant. Zo kan sprake zijn van een partnership, als het doel van de samenwerking het maken van een film is. Een samenwerkingsverband dat extern een firm lijkt te zijn, is mogelijk geen partnership als het samenwerkingsverband slechts bestaat om de winst van de leden te verbeteren en niet zozeer om eigen winst te maken.8 Voor partnership is vereist dat de business zelf tot op zekere hoogte een gedeelde business is; het alleen delen van winst is niet voldoende.9 Bij een gezamenlijke ondernemingsactiviteit waarmee een ander commercieel voordeel wordt beoogd dan winst in strikte zin kan niettemin sprake zijn van een partnership, als dat is wat de leden voor ogen staat, bijvoorbeeld in geval van een onderlinge verzekering waarmee geen winst wordt beoogd maar slechts het delen van aansprakelijkheidsrisico’s.10 Een club met een charitatief of sociaal doel, zoals een voetbalclub of een rotary club, is geen partnership.11 Mede-eigendom van onroerend goed vormt nog geen ‘business’ en is daarom onvoldoende voor het creëren van een partnership.12 Incidentele, in de tijd beperkte activiteiten kunnen in een partnership worden uitgeoefend.13
Voor toetreden van een nieuwe vennoot is de instemming van alle zittende vennoten vereist, voor zover niet anders is overeengekomen.14
Is een partnership voor bepaalde tijd aangegaan, dan kan een vennoot in beginsel niet tussentijds uit de vennootschap treden of uit de vennootschap worden gezet, tenzij anders overeengekomen. Is een partnership voor onbepaalde tijd aangegaan, dan mag iedere vennoot met inachtneming van een redelijke termijn de partnership ontbinden. Tot ontbinding leiden voorts een overeengekomen termijn, verwezenlijking van het doel, de dood of het faillissement van een vennoot, onwettigheid van het uitoefenen van de activiteiten in de partnership en rechterlijke ontbinding wegens gewichtige redenen.15 Als de rechter toestaat dat op het aandeel van een vennoot in het vennootschapsvermogen beslag wordt gelegd, zijn de overige vennoten bevoegd de vennootschap te ontbinden.16 Voortzettingsbedingen zijn mogelijk. Daarin kan worden geregeld dat bepaalde gevallen, waaronder de dood en het faillissement van een vennoot, niet leiden tot algehele ontbinding van de vennootschap, maar tot het uittreden van de betrokken vennoot. Een voortzettingsbeding wordt verondersteld impliciet te zijn gemaakt, in het geval een vennoot de vennootschap verlaat en allen er daarbij vanuit gaan dat de onderneming door de overblijvende vennoten zal worden voortgezet.17
De Law Commissions stelden in 2003 voor het om te draaien. Zij stelden voor dat zolang er ten minste twee vennoten zijn, een vennotenwissel niet de ontbinding van de vennootschap meebrengt, tenzij anders overeengekomen.18 Daarbij werd voorgesteld dat bij voortzetting de uitgetreden vennoot recht heeft op vergoeding voor zijn aandeel en hij de goederen die hij voor de vennootschap houdt, moet overdragen aan de overblijvende vennoten. Ook adviseerden de commissies dat er een adequate rechtsgang moest komen voor het geval de uitgetreden vennoot op enig moment aanleiding zou hebben om te veronderstellen dat de zaken van de vennootschap op een voor hem nadelige wijze zouden worden gedreven (in verband met zijn restaansprakelijkheid).19