De positie van de vennootschap onder firma
Einde inhoudsopgave
De positie van de vennootschap onder firma (IVOR nr. 97) 2016/4.8.3:4.8.3 Oplossen van de knelpunten en aanbevelingen
De positie van de vennootschap onder firma (IVOR nr. 97) 2016/4.8.3
4.8.3 Oplossen van de knelpunten en aanbevelingen
Documentgegevens:
mr. P.P.D. Mathey-Bal, datum 28-09-2015
- Datum
28-09-2015
- Auteur
mr. P.P.D. Mathey-Bal
- JCDI
JCDI:ADS389475:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Personenvennootschappen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Uiteraard dient dit ook te gelden indien ten aanzien van de uittredende vennoot de schuldsaneringsregeling van toepassing is.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Vennoten kunnen zelf al veel doen om de hiervoor genoemde problemen te voorkomen. Ten eerste kunnen zij over en weer een onherroepelijke volmacht tot verdeling en levering en overdracht afgeven. Hierdoor kunnen ook vergeten goederen op een later tijdstip alsnog geleverd worden en hoeft de medewerking van erfgenamen niet afgewacht te worden. Een volmacht vervalt echter in faillissement van de vennoot.
Ten tweede kunnen de vennoten de vennootschappelijke gemeenschap al voor ontbinding verdelen onder de voorwaarde dat de VOF (gedeeltelijk) wordt ontbonden (verblijvensbeding). Omdat de verdeling in de zin van art. 3:182 BW dan al heeft plaatsgevonden, kunnen deelgenoten en een eventuele curator zich na ontbinding niet meer aan de verdeling zoals deze is vastgesteld onttrekken. Bepaalde goederen kunnen de vennoten al bij voorbaat leveren, zodat de goederen direct bij ontbinding overgaan op degene aan wie ze zijn toegedeeld. Dit neemt niet weg dat de vennoten ook nu de medewerking van de curator nodig hebben in verband met levering. Bovendien zijn alleen die goederen verdeeld waarover overeenstemming bestaat. Goederen die na het opmaken van het verblijvensbeding zijn verkregen, vallen mogelijk niet onder de verdeling omdat ze onvoldoende zijn bepaald.
Ten derde kunnen de vennoten een overnemingsbeding overeenkomen, op grond waarvan de voortzetters gerechtigd zijn om de door de uittreder in genot ingebrachte goederen over te nemen zonder dat de uittreder zich hiertegen kan verzetten. Ook nu kan de curator van de insolvente uittreder echter roet in het eten gooien door te besluiten het overnemingsbeding (een wederkerige overeenkomst) niet na te komen op grond van art. 37 Fw.
De rechter kan verdelingsproblemen niet voorkomen, maar wel oplossen. Als de deelgenoten zelf niet tot een verdeling kunnen komen, kunnen zij de rechter verzoeken de verdeling vast te stellen. Zijn uitspraak kan in de plaats treden van medewerking van een van hen tot levering. Dit is echter slechts een oplossing achteraf. Inmiddels kan de continuïteit van de onderneming al (te) ernstig in het gedrang zijn gekomen.
Voor de problemen die de vennoten zelf niet kunnen voorkomen, zal de wetgever in actie moeten komen. In het bijzonder voor de situatie waarin een vennoot failliet is alsmede voor onoverdraagbare en onverdeelbare goederen zal hij met oplossingen dienen te komen. In ieder geval zal in de wet moeten worden opgenomen dat de door de vennoten aan elkaar verleende onherroepelijke volmacht om de voor effectuering van de verdeling vereiste leveringshandelingen te verrichten werking behoudt in geval van faillissement van de uittredende vennoot.1