Einde inhoudsopgave
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/8.5.2
8.5.2 Benoeming
mr. drs. N.B. Pannevis, datum 01-04-2019
- Datum
01-04-2019
- Auteur
mr. drs. N.B. Pannevis
- JCDI
JCDI:ADS186512:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Voetnoten
Voetnoten
Zie art. 75 lid 1 Fw en voor de specifieke opheffing van het vereiste dat een lid schuldeiser is, Kamerstukken I 2017/18, 34 740, A, art. M en MvT, Kamerstukken II 2016/17, 34 740, 3, p. 8, 14 en p. 23. Zie naar oud recht Gispen 2009, p. 57 en Vriesendorp 2013, p. 212.
Vgl. Gispen & Van Gangelen 2008, p. 510.
MüKoInsO/Schmidt-Burgk, § 67, rn. 10 en § 68, rn. 16 en Schröder 2017, p. 2072.
Schröder 2014, p. 2072.
§ 68 InsO.
Zie over de verkiesbaarheid MüKoInsO/Schmidt-Burgk, § 67, rn. 10 en § 68, rn. 16, Schröder 2017, p. 2072, en over het stemrecht § 77 InsO en par. 8.4.2.1.
Zie Regeeringsantwoord, Van der Feltz II, p. 23.
Zie Rb. Rotterdam 21 juni 2007, ECLI:NL:RBROT:2007:BA7839 (Novacap) en Wessels Insolventierecht IV 2015/4269.
Zie Rb. Amsterdam 12 januari 2011, nr. 10.839-F (Agrenco, ongepubliceerd) en daarover Wessels 2013, p. 75 en Wessels Insolventierecht IV 2015/4278. Vgl. ook HR 6 juni 2014, JOR 2014/280 (Eurocommerce) r.o. 3.4.5 en Gispen 2009, p. 58 en 61.
Zie art. 74 Fw, zoals dat luidt sinds invoering van de Wet Modernisering Faillissementsprocedure en Kamerstukken II 2016/17, 34740, 2. Zie verder Van Galen 2000, par. 3, Gispen & Van Gangelen 2008, p. 515, Gispen 2009, p. 57 en Wessels Insolventierecht IV 2015/4278. Vgl. art. 281e Fw en vgl. naar Duits recht BT-Drucks 12/2443, p. 131.
525. Voor benoeming tot lid van een schuldeiserscommissie stelt de wet geen nadere vereisten. Ook een achtergestelde schuldeiser kan dus benoemd worden tot lid van de schuldeiserscommissie. Overigens hoeven de leden van de schuldeiserscommissie geen schuldeiser in het faillissement te zijn.1
Zelfs als aangenomen wordt dat alleen die schuldeisers met stemrecht in de vergadering van schuldeisers lid kunnen worden van de schuldeiserscommissie, dan kunnen achtergestelde schuldeisers deel uitmaken van de schuldeiserscommissie.2 Zij mogen immers stemmen in schuldeisersvergaderingen.
526. Ook naar Duits recht kan een achtergestelde schuldeiser worden benoemd in een schuldeiserscommissie, een ‘Gläubigerausschuss’.3 De leden van de voorlopige schuldeiserscommissie worden door de rechtbank benoemd. Daarbij zijn Duitse rechtbanken echter terughoudend om een achtergestelde schuldeiser tot lid van de voorlopige schuldeiserscommissie te benoemen, tenzij reeds bij opening van het Insolvenzverfahren duidelijk is dat er een uitkering op de achtergestelde vorderingen te verwachten is.4 Over de definitieve schuldeiserscommissie wordt beslist door de vergadering van schuldeisers. Die beslist of een commissie van schuldeisers wordt ingesteld of voortgezet en kiest de leden van die commissie.5 Daarbij kunnen ook achtergestelde schuldeisers worden gekozen, hoewel zij in de vergadering van schuldeisers geen stemrecht hebben.6
527. Naar Nederlands recht kiest de rechtbank de leden van een voorlopige schuldeiserscommissie en kiest de rechter-commissaris de leden van de definitieve schuldeiserscommissie na de schuldeisers te hebben gehoord.7 Er kunnen daarbij goede redenen bestaan om een achtergestelde schuldeiser te benoemen als lid van de schuldeiserscommissie.
Eén van de doelen van de schuldeiserscommissie is dat de schuldeisers de curator adviseren over niet-juridische aangelegenheden, waarover de curator geen specifieke kennis bezit.8 De toegevoegde waarde van dergelijke niet-juridische kennis wordt in de rechtspraak wel als een van de criteria voor instelling van een commissie gehanteerd.9 De schuldeisers kunnen meer kennis hebben van de specifieke branche waarin het bedrijf van de failliet opereert dan de curator. Ook achtergestelde schuldeisers kunnen over dergelijke sectorspecifieke kennis beschikken en daarom van toegevoegde waarde zijn in een schuldeiserscommissie. Dat kan bijvoorbeeld gelden voor een voormalig aandeelhouder van de failliete vennootschap die in het faillissement opkomt voor zijn achtergestelde vordering uit hoofde van een verkoperslening. Ook een groepsmaatschappij of een aandeelhouder met een vordering uit hoofde van een achtergestelde lening kan over kennis beschikken die voor de afwikkeling van het faillissement van toegevoegde waarde kan zijn. Het is echter ook voorstelbaar dat die wegens een belangenconflict niet benoemd wordt in de schuldeiserscommissie.10
Bij de samenstelling van de schuldeiserscommissie wordt een afspiegeling van de belangrijkste groepen schuldeisers nagestreefd.11 In sommige faillissementen zijn de achtergestelde schuldeisers een belangrijke groep, bijvoorbeeld als de schulden voor een aanzienlijk deel bestaan uit achtergestelde intercompany schulden of schulden uit hoofde van een serie achtergestelde obligaties. Dan is het logisch een achtergestelde schuldeiser of een vertegenwoordiger van de achtergestelde schuldeisers in de schuldeiserscommissie op te nemen.