De autonomie van de leraar
Einde inhoudsopgave
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/5.7.6:5.7.6 Vaststelling van het (definitieve) schooladvies en de doorstroomtoets
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/5.7.6
5.7.6 Vaststelling van het (definitieve) schooladvies en de doorstroomtoets
Documentgegevens:
J.S. Buiting, datum 07-02-2024
- Datum
07-02-2024
- Auteur
J.S. Buiting
- JCDI
JCDI:ADS949692:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 45d van de Wpo.
Artikel 8.6, tweede lid, van de Wvo 2020. Zie ook Buiting 2021, p. 16.
Artikel 45d, tweede lid, van de Wpo.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Anders dan de examens in de andere onderwijssectoren, bestaat het schooladvies in het primair onderwijs niet uit verschillende deelexamens, tentamens of toetsen. Het schooladvies komt tot stand uit een weging van de leerresultaten en de (sociaal-emotionele) ontwikkeling van de leerling. Het schooladvies moet in beginsel aan het eind van het achtste schooljaar worden vastgesteld door het bevoegd gezag.1 Met het schooladvies verkrijgt de leerling een toelatingsrecht tot een bepaald niveau van voortgezet onderwijs.2 Het schooladvies heeft dan ook extern publiekrechtelijk rechtsgevolg omdat de school voor voortgezet onderwijs zijn beslissing over toelating van de leerling moet baseren op dit advies. Om die reden moet het schooladvies aangemerkt worden als besluit in de zin van de Awb.
Het is de vraag of ook de vaststelling van de uitslag van de doorstroomtoets aangemerkt moet worden als besluit in de zin van de Awb. De doorstroomtoets wordt opgesteld door de toetsaanbieder, vervolgens wordt deze toets afgenomen door het bevoegd gezag en wordt de uitslag van deze toets weer vastgesteld door de toetsaanbieder.3 De doorstroomtoets vormt een tweede objectief gegeven ten opzichte van het schooladvies. Als de uitslag van de doorstroomtoets hoger uitvalt, moet het bevoegd gezag het schooladvies naar boven bijstellen, tenzij het bevoegd gezag gemotiveerd afwijkt van de uitslag van de doorstroomtoets.4 Hoewel de doorstroomtoets dus zeker relevant kan zijn bij het bepalen van het definitieve schooladvies, wordt hiermee niet (mede) bepaald hoe het schooladvies komt te luiden. De bevoegdheid om het definitieve schooladvies vast te stellen berust immers bij het bevoegd gezag. Het is aan hem om desgewenst gevolg te geven aan de uitslag van de toets. De uitslag van de doorstroomtoets heeft dan ook geen extern rechtsgevolg; en de vaststelling van de uitslag van deze toets is geen besluit in de zin van de Awb.