Douanewaarde in een globaliserende wereld
Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/8.3.3:8.3.3 Verkopen die niet in aanmerking mogen worden genomen
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/8.3.3
8.3.3 Verkopen die niet in aanmerking mogen worden genomen
Documentgegevens:
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258703:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Toon alle voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De eenheidsprijs mag niet worden bepaald op basis van de doorverkoopprijs aan een verbonden partij (onderdeel 7.5.5.2).1 Of sprake is van een verbonden partij moet worden getoetst aan de hand van de relatie tussen de importeur van de goederen en de persoon aan wie hij de goederen verkoopt. De relatie tussen de verkoper van de ingevoerde, identieke of soortgelijke goederen aan de importeur (voor zover er al sprake is van een verkooptransactie) doet voor de toepassing van de aftrekmethode niet ter zake.
De eenheidsprijs moet daarnaast gebaseerd worden op de doorverkoopprijs op het eerste handelsniveau na de invoer.2 Indien de eenheidsprijs wordt gebaseerd op de eerste verkoop na invoer van de ingevoerde goederen, betreft dit de doorverkoopprijs op het eerste handelsniveau na de invoer. Wanneer de eenheidsprijs echter wordt gebaseerd op basis van de doorverkoopprijs van identieke of soortgelijke goederen en deze worden verkocht op een ander handelsniveau dan de ingevoerde goederen, lijkt aan voornoemde voorwaarde niet voldaan te worden. Echter, indien de aftrekposten (zie onderdeel 8.3.5) – in het bijzonder de gebruikelijke opslagen voor winst – op een juiste wijze in aanmerking worden genomen, wordt de uiteindelijke eenheidsprijs conform de doelstelling van de aftrekmethode vastgesteld. Zolang de aftrekposten op een juiste wijze in acht worden genomen, zie ik geen reden waarom de douanewaarde niet op basis van de aftrekmethode bepaald zou kunnen worden.
Een doorverkoop kan niet dienen als eenheidsprijs als het een verkoop betreft aan personen die, direct of indirect, gratis of tegen verminderde prijs, de goederen of diensten in artikel 71, lid 1, onderdeel b, DWU leveren om te worden gebruikt bij de productie en de verkoop voor uitvoer van de ingevoerde goederen.3 Dit geldt in mijn optiek niet indien het in de Europese Unie verrichte of vervaardigde goederen of diensten betreft die zijn genoemd in artikel 71, lid 1, onderdeel b, onder iv, DWU; de zogenoemde ‘intellectuele toeleveringen’ die gratis of tegen verminderde prijs ter beschikking zijn gesteld aan de producent (onderdeel 11.4.3.5). De waarde van de in dat artikel genoemde goederen en diensten hoeven immers niet in aanmerking te worden genomen voor de vaststelling van de transactiewaarde van de ingevoerde goederen indien zij zijn verricht of vervaardigd binnen de Europese Unie. Ik meen dat het derhalve geen beperking voor de toepassing van de aftrekmethode kan vormen.4