Einde inhoudsopgave
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/III.E.2
III.E.2. Einde van de taak
Prof.mr. B.M.E.M. Schols, datum 07-12-2007
- Datum
07-12-2007
- Auteur
Prof.mr. B.M.E.M. Schols
- JCDI
JCDI:ADS407173:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor de interessante vraag of indien een bij een juridische fusie betrokken verdwijnende rechtspersoon executeur is, de verkrijgende rechtspersoon vervolgens executeur wordt ASSER-PERRICK 6B, Erfrecht en schenking, Deventer: Kluwer 2005, nr. 528. Het antwoord luidt indachtig het 'overlijden' van de verdwijnende rechtspersoon in beginsel ontkennend.
Dit wordt in de tweede titel (Van procedures betreffende een nalatenschap of een gemeenschap) van het derde boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering geregeld.
VV I, nr.73a, p. 14, Parl. Gesch.Vast., p. 861.
MvA, nr. 6, p. 103, Parl. Gesch.Vast. p. 860.
Hof Den Bosch 21 november 2006, LJN AZ4506. Zie ook over het ontslag van een executeur wegens gewichtige redenen Rechtbank Leeuwarden, sector kanton 6 februari 2007, Notafax 2007, 37 waar ook sprake was van 'een diep wantrouwen' en het wegvallen van de 'persoonlijke vertrouwensrelatie.', met dien verstande dat de executele al 'ruim veertien jaar' liep. Mede gelet op de leeftijd van de erfgenamen vond de kantonrechter het van belang dat de boedel thans binnen afzienbare tijd werd afgewikkeld en het zou niet ondenkbaar zijn dat de verdere afwikkeling van de nalatenschap nog geruime tijd in beslag zou nemen als de betreffende executeur zijn taak als executeur zou voortzetten.Van de overige erfgenamen kon in redelijkheid niet worden gevergd dat de afwikkeling van de nalatenschap verder zou worden vertraagd. Zie voorts Notafax 2004, 18.
WALTER ZIMMERMANN, Die Testamentsvollstreckung, Berlin: Erich Schmidt Verlag 2003, p. 534 zegt in het kader van 'Feindschaft mit dem Erben' en de gewichtige reden tot ontslag: 'Der Testamentsvollstrecker leitet sein Amt aus dem Vertrauen des Erblassers her, nicht aus dem zu den Erben.'
BayOblg 15 september 2004, FamRZ, Heft 11, p.935 en 937. Ook treffendis gedachte:'[...] ein nicht nur auf subjektiven Gefuhlsmomenten, sondern auf Tatsachen beruhendes Mis-strauen [...]'.
Dat neemt niet weg dat de uiteindelijke beslissing van het hof terecht is, maar die wordt mijns inziens met name gedragen door de 'bijzondere omstandigheden' van het geval. Zo ook in het hiervoor aangestipte geval van Rechtbank Leeuwarden, sector kanton 6 februari 2007, Notafax 2007, 37 waar de executele reeds 'ruim veertien' jaar liep. Een standaardvoorbeeldvan 'wantrouwen plus'?
§ 2227 BGB.
WALTER ZIMMERMANN, Die Testamentsvollstreckung, Berlin: Erich Schmidt Verlag2003, p. 534.
RFR 2007, 23 p. 116.
Zie ook art. 4:148 BW
E.A.A. LUIJTEN enWR. MEIJER, Ontslag van de executeur wegens gewichtige redenen,TijdschriftErfrecht2007, nr. 1.
MvA, nr. 12, p. 55, Parl. Gesch. Inv., p. 2072.
Vgl.VISSER VAN IJZENDOORN, Uitvoerders van uiterste wilsbeschikkingen en vereffenaars van nalatenschappen, praeadvies voor de vereniging voor de vergelijkende studie van het recht van Belgie en Nederland 1953, p. 12.
Zo ook ASSER-PERRICK 6B, Erfrecht en schenking, Deventer: Kluwer 2005, nr. 528.
In art. 4:149 lid1 BW is vermeld wanneer de taak van een executeur eindigt:
wanneer hij zijn werkzaamheden als zodanig heeft voltooid;
door tijdverloop, indien hij voor een bepaalde tijd was benoemd;
door zijn dood,1
-faillietverklaring of het ten aanzien van hem van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen,
ondercuratelestelling,
door de instelling van een bewind als bedoeld in titel 19 van Boek 1 over een of meer van zijn goederen;
wanneer de nalatenschap overeenkomstig de derde afdeling van de vijfde titel moet worden vereffend;
in de bij de uiterste wil bepaalde gevallen;
door ontslag dat de kantonrechter hem met ingang van een bepaalde dag verleent.
In art. 4:149 lid2 BW wordt het verlenen van ontslag nader uitgewerkt. Het ontslag wordt de executeur verleend, hetzij op eigen verzoek, hetzij om gewichtige redenen, zulks op verzoek van een mede-executeur of een erfgenaam, of van het openbaar ministerie dan wel ambtshalve. Hangende het onderzoek kan de kantonrechter voorlopige voorzieningen treffen en de executeur schorsen.Tegen deze voorlopige voorzieningen van en de schorsing door de kantonrechter staat geen rechtsmiddel open.2 Van belang is te constateren dat de executeur ook zonder gewichtige redenen de kantonrechter om ontslag kan verzoeken. Met een onwillige executeur is immers niemandgediend.3
De minister heeft als voorbeeldvan een gewichtige reden tot ontslag gegeven het in ernstige mate tekort schieten in de vervulling van zijn taak.4 Hof Den Bosch oordeelde in zijn arrest van 21 november 20065 dat ook een bij de erfgenamen bestaandernstig wantrouwen jegens de executeur reden kan zijn voor ontslag. Hoewel ik met het hof van mening ben dat men het begrip gewichtige reden niet te eng moet uitleggen, plaats ik toch een kanttekening bij het arrest op basis van het feit dat de quasi-overeenkomstgedachte wordt gedragen door het vertrouwen van erflater en niet door het vertrouwen van de erfgenamen.6 Op dit vlak kunnen wij, zoals zo vaak, leren van onze Oosterburen. En wel van de uitspraak van Oberlandesgericht Bayern van 15 september 2004:7
'An eine Entlassung des Testamentsvollstreckers wegen berechtigten Mis-strauens ist ein strenger Mafistab anzulegen; die Beteiligten durfen nicht in die Lage versetzt werden, einen ihnen moglicherweise lastigenTestamentsvollstrec-ker durch eigenes feindseliges Verhalten oder aus einem fursichgenommenun-bedeutenden Anlass aus dem Amt zu drangen.'
Oftewel de executeur moet er niet zomaar uitgewerkt kunnen worden. Maar met name is mijns inziens van groot belang zich in deze, met het betreffende Oberlandesgericht, steeds te realiseren:
'[...] das Amt des Testamentsvollstreckers (setzt) kein Vertrauensverhaltnis zu den Erben oder den sonstigen durch die Testamentsvollstreckung betroffenen Bet. Voraus.'
Dat wil vanzelfsprekendniet zeggen dat hij zich helemaal niets van de belangen van de erfgenamen aan zou moeten trekken:
'Der Testamentsvollstrecker muss unabhangig von diesen (de erfgenamen) den Willen des Erblassers ausfuhren,wenngleichersichimRahmendesihmzuste-henden Verwaltungsermessens nicht grundlos uber die Interessen und Vorstel-lungen der Erben und anderer Bet. Hinwegzetzen darf.'
Mijns inziens heeft het Oberlandesgericht derhalve meer gevoel voor de vraag wie de aanjager van de onderhavige erfrechtelijke driepartijenverhou-ding is dan Hof Den Bosch.8 Het criterium voor ontslag is immers in beide zaken hetzelfde: 'ein wichtiger Grund'.9 Duidelijker dan Zimmermann10 kan niemandhet echter meer zeggen: 'Der Erbe muss es sich gefallen lassen, dass der Erblassers seinen Intimfeind zum Testamentsvollstrecker ernannt hat', terwijl het Hof Den Bosch de klemtoon legt op 'de persoonlijke vertrouwensrelatie tussen de erfgenamen en de executeur, nodig voor een goede uitvoering van de executele.'
De redactie van Rechtspraak Familierecht11 merkt in haar 'wenk' naar aanleiding van het arrest van Hof Den Bosch op:
'Het hof schetst in deze uitspraak een competentieprofiel van de executeur: hij moet in staat zijn wantrouwen bij (mede-)erfgenamen weg te nemen of op zijn minst binnen aanvaardbare grenzen te kanaliseren. Het hof verwijt de executeur in deze zaak met name dat zij door haar opstelling het wantrouwen van de erfgenamen verder heeft aangewakkerd, zie rov. 4.5.5: ''Het hof is niet kunnen blijken dat A. gedurende de toch al lang lopende executele op enigerlei wijze inzicht heeft gegeven in de wijze waarop zij de nalatenschap beheert en afwikkelt of een begin heeft gemaakt met een verantwoording daarover.'' Het hof beperkt aldus de kracht van de executele: de executeur kan zijn macht verliezen indien hij niet enigszins tegemoetkomt aan protesterende erfgenamen.'
Het is mijns inziens geen kwestie van de 'kracht van executele' beperken en 'macht verliezen', maar een toetsing van de zorgplicht die een goede uitoefening van een executele nu eenmaal met zich brengt. Een goede executeur communiceert en informeert, en al helemaal in het huidige 'e-mailtijd-perk'.12 Zo ook Luijten en Meijer die opmerken dat het wantrouwen het beste kan worden weggenomen door ongevraagd en onder omstandigheden zelfs onverplicht opening van zaken te geven en met de erfgenamen te over-leggen.13 Wantrouwen sec is mijns inziens geen reden voor ontslag, wantrouwen 'plus' eventueel wel. Zo werden in de Bossche casus blijkbaar geen inlichtingen gegeven over de inhoud van een 'koffertje', de inhoud van 'de kluis' en werd door de executeur aan de notaris opdracht gegeven om haar een bedrag uit te keren van meer dan 1 miljoen euro.Voorts zouden er voor het overlijden al grote geldbedragen door de executeur zijn toegeeigend.
In de parlementaire geschiedenis is de vraag aan de orde gesteld of erflater kan bepalen dat de erfgenamen de bevoegdheid hebben een executeur af te zetten. Deze vraag werdop grondvan art. 4:149 lid1 sub e BW bevestigend beantwoord. Hierbij werd wel terecht opgemerkt dat men zich kan afvragen of in de praktijk aan een dergelijke mogelijkheid veel behoefte bestaat en of een executeur bereidzal zijn onder zodanige voorwaarden zijn benoeming te aanvaarden, dan wel zijn taak op vruchtbare wijze zal kunnen volbrengen.14 Dit staat in beginsel haaks op de kracht van de executele, te weten dat de macht bij de boedelafwikkeling wordt geconcentreerd in handen van een persoon.
Ook al eindigt de taak van de executeur, als gewezen executeur blijft hij verplicht te doen wat niet zonder nadeel voor de afwikkeling van de nalatenschap kan worden uitgesteld, totdat degene die na hem tot het beheer van de nalatenschap bevoegdis, dit heeft aanvaard, art. 4:149 lid3 BW. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een door de rechter benoemde vereffenaar.
Eindigt de hoedanigheid van executeur door diens faillissement of onder-curatelestelling, dan rust deze verplichting op de curator, indien deze van de executele kennis draagt. Indien de hoedanigheid van executeur eindigt door het ten aanzien van hem van toepassing verklaren van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen of de onder bewindstelling van een of meer van zijn goederen, dan geldt hetzelfde voor de in die gevallen optredende bewindvoerder, art. 4:149 lid 4 BW. Let wel: de goederen van de nalatenschap vallen vanzelfsprekendniet in het faillissement van de executeur, hij is immers 'slechts' vertegenwoordiger.
Eindigt de hoedanigheid van executeur door diens dood, dan zijn diens erfgenamen verplicht, indien zij van de executele kennis dragen, het overlijden van de executeur mede te delen aan de erfgenamen van degene die hem heeft benoemd. Ik neem aan dat de erfgenamen van de executeur ook wel aan deze 'fatsoensnorm' zouden voldoen, als dit niet met zoveel woorden in de wet geregeld zou zijn. De verplichtingen met betrekking tot de executele gaan in ieder geval niet over op de erfgenamen van de executeur. Hier blijkt weer de vertrouwensrelatie tussen erflater en executeur.
De praktijk is dat het bijna niet aan te geven is wanneer de executeur zijn taak heeft volbracht. De executele eindigt de facto veelal in onderling overleg tussen executeur en erfgenamen.15 Dit laatste past goedbij de quasi-overeenkomstgedachte, althans wat betreft de afwikkeling van de door erflater in het leven geroepen rechtsverhouding.
Indien de taak van de executeur is geëindigd, vervalt hiermee, zoals hierboven reeds aangestipt niet automatisch het beheer van de executeur.16 Op het einde van het beheer zal ik in de volgende paragraaf ingaan.