Einde inhoudsopgave
Speaking the same language (AN nr. 181) 2023/5.3.3.2.4
5.3.3.2.4 Inkorting van giften in het kader van de trust
mr. K.R. Filesia, datum 25-09-2023
- Datum
25-09-2023
- Auteur
mr. K.R. Filesia
- JCDI
JCDI:ADS717434:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Anders: I.S. Joppe, ‘Iets over het Erfrechtverdrag en het Trustverdrag’ in: E. Hondius e.a.(red.), Quod Licet: Kleijn-Bundel?: bundel aangeboden aan prof. mr. W.M. Kleijn ter gelegenheid van zijn afscheid als hoogleraar burgerlijk recht en notarieel recht aan de Rijksuniversiteit te Leiden op 21 februari 1992. Deventer: Kluwer 1992, p. 196; E.R. Roelofs, De private express trust en de legitieme portie. Civielrechtelijke en fiscaalrechtelijke aspecten (Ars Notariatus, nr. 146), Deventer: Kluwer 2011, p. 97-98, die van mening zijn dat de inkorting enkel bij de trustee moet plaatsvinden.
Wanneer de aanspraak van de legitimaris is vastgesteld, heeft hij een vordering in geld op de gezamenlijke erfgenamen, dan wel de langstlevende echtgenoot.1 De situatie kan zich echter voordoen waarbij het saldo van de nalatenschap ontoereikend is om de gehele vordering van de legitimaris te voldoen. In dat geval kan de legitimaris voor het resterende deel van zijn vordering op voet van art. 4:89 lid 1 BW de daarvoor vatbare giften inkorten, voor zover zij aan zijn legitieme portie afbreuk doen. In het kader van de trust kan de inkorting op diverse wijzen geschieden, afhankelijk of er sprake is van een ‘fixed’ trust, dan wel een ‘discretionary’ trust.2
De vraag op welke wijze de inkorting van een inbreng in een ‘fixed’ trust dient te geschieden, is afhankelijk van de vraag of de inbreng waarop de inkorting betrekking heeft, al dan niet (voor een deel) aan begunstigde is uitgekeerd. Is de gehele inbreng aan de begunstigde uitgekeerd, dan dient de inkorting (naar rato van zijn aandeel in het trustfonds) bij de begunstigde plaats te vinden. Heeft een uitkering van de inbreng daarentegen nog niet plaatsgehad, dan dient de inkorting bij de trustee te geschieden. Indien de trustee echter een deel van de inbreng aan de begunstigde heeft uitgekeerd, dan dient de inkorting te geschieden naar rato van zijn aandeel in de trust waarbij rekening wordt gehouden met hetgeen reeds is uitgekeerd aan de begunstigde. Dat impliceert dat indien een deel van de inbreng waarop de inkorting betrekking heeft, is uitgekeerd aan de begunstigde, de inkorting geschiedt naar het percentage van de waarde dat reeds is uitgekeerd aan de begunstigde en het percentage van de waarde dat nog tot het trustfonds behoort. Derhalve vindt de inkorting plaats bij zowel de trustee als de begunstigde.
Ingeval een inbreng in een ‘discretionary’ trust moet worden ingekort, dient de inkorting in beginsel bij de trustee te geschieden. Wanneer er evenwel een uitkering heeft plaatsgevonden, zijn mijns inziens dezelfde regels die gelden voor inkorting bij de ‘fixed’ trust van toepassing op de inkorting van de ‘discretionary’ trust.
Ter illustratie het volgende rekenvoorbeeld met betrekking tot de ‘fixed’ trust: