De positie van aandeelhouders bij preventieve herstructureringen
Einde inhoudsopgave
De positie van aandeelhouders bij preventieve herstructureringen (VDHI nr. 163) 2020/7.1:7.1 Hoofdstuk 1 – Inleiding
De positie van aandeelhouders bij preventieve herstructureringen (VDHI nr. 163) 2020/7.1
7.1 Hoofdstuk 1 – Inleiding
Documentgegevens:
mr. S.C.E.F. Moulen Janssen, datum 02-02-2020
- Datum
02-02-2020
- Auteur
mr. S.C.E.F. Moulen Janssen
- JCDI
JCDI:ADS197698:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Dit proefschrift gaat over de positie van aandeelhouders bij preventieve herstructureringen, in het bijzonder onder de Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA).1 De procedure onder de WHOA is een preventieve herstructureringsprocedure: de vennootschap kan haar opeisbare schulden nog wel voldoen, maar een herstructurering van de schulden van de vennootschap is nodig om een faillissement af te wenden. De WHOA faciliteert een dwangakkoord tussen de vennootschap en haar schuldeisers en aandeelhouders. De betrokken aandeelhouders en schuldeisers stemmen over het akkoord en een rechter beslist vervolgens over de homologatie van het akkoord.
De WHOA is vooral geschreven vanuit een insolventierechtelijk perspectief: out of the money aandeelhouders mogen een akkoord ter herstructurering van schulden niet dwarsbomen wanneer zij betrokken zijn bij het akkoord.2 Het akkoord kan de rechten van aandeelhouders wijzigen en zij kunnen zelfs hun gehele aandelenbelang kwijtraken. Niettemin blijft het vennootschapsrecht relevant. De vennootschap wordt immers bij een preventieve herstructurering niet ontbonden. De algemene vergadering en aandeelhouders behouden hun bevoegdheden respectievelijk rechten. Het is interessant de positie van aandeelhouders vanuit een (meer) vennootschapsrechtelijk perspectief te onderzoeken. Dit onderzoek brengt het spanningsveld tussen het vennootschapsrecht en het ‘herstructureringsrecht’ in kaart.
De hoofdvraag luidt als volgt: wat is de positie van aandeelhouders onder de WHOA, mede in vergelijking tot de positie van aandeelhouders onder de Engelse en Duitse preventieve herstructureringsprocedures? Onder ‘positie’ versta ik naast aandeelhoudersrechten en de grenzen aan de uitoefening ervan onder het reguliere vennootschapsrecht, ook de rechten die aandeelhouders aan de WHOA (en de buitenlandse procedures) kunnen ontlenen. Deze hoofdvraag beantwoord ik aan de hand van een drietal deelvragen. Teneinde de positie van aandeelhouders onder de WHOA te kunnen duiden vanuit een vennootschapsrechtelijk perspectief, is het nodig hun positie onder het vennootschapsrecht uiteen te zetten. De eerste deelvraag is derhalve: wat is de positie van aandeelhouders onder het Nederlandse recht, in het bijzonder welke rechten mogen aandeelhouders uitoefenen en welke grenzen ondervinden aandeelhouders bij de uitoefening van hun rechten? Dit komt aan bod in hoofdstuk 2. De tweede deelvraag komt in hoofdstuk 3 aan de orde en ziet op de Europese regelgeving die de Nederlandse wetgever in acht moet nemen: wat is het Europese kader voor een preventieve herstructureringsprocedure? Voorts vormt een belangrijk onderdeel van dit onderzoek een vergelijking met het Engelse en Duitse rechtsstelsel, die beide reeds een preventieve herstructureringsprocedure kennen. Nederland zal met de komst van de WHOA voor het eerst een preventieve herstructureringsprocedure kennen waarin ook aandeelhouders kunnen worden betrokken. De derde en laatste deelvraag ziet op dit buitenlands recht: wat is de positie van aandeelhouders bij Engelse en Duitse preventieve herstructureringsprocedures en op welke wijze biedt het Engelse en Duitse recht inspiratie voor het Nederlandse recht? Deze deelvraag wordt in de hoofdstukken 4, 5 en 6 behandeld.