Bundeling van omgevingsrecht
Einde inhoudsopgave
Bundeling van omgevingsrecht (R&P nr. SB5) 2012/6.4.3.9:6.4.3.9 Gezondheids- en welzijnswet voor dieren
Bundeling van omgevingsrecht (R&P nr. SB5) 2012/6.4.3.9
6.4.3.9 Gezondheids- en welzijnswet voor dieren
Documentgegevens:
Mr. J.H.G. van den Broek, datum 01-12-2012
- Datum
01-12-2012
- Auteur
Mr. J.H.G. van den Broek
- JCDI
JCDI:ADS355031:1
- Vakgebied(en)
Ruimtelijk bestuursrecht (V)
Milieurecht (V)
Omgevingsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Volgens de concept-memorie van toelichting bij het ontwerp Wnb blijven deze raakvlakken hetzelfde wanneer de GWWD vervangen wordt door de Wet dieren.
Ontwerp Wnb, MvT, p. 30.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (GWWD) is het wettelijk kader voor voorschriften over het houden van dieren. Het concept Wet natuurbescherming ziet op in het wild levende dieren. In de regel zijn dat geen gehouden dieren, aangezien niemand feitelijke macht over het dier uitoefent. De concept-memorie van toelichting noemt echter wel verschillende raakvlakken met de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren.1
Het in artikel 36 GWWD opgenomen verbod van dierenmishandeling is van toepassing zonder onderscheid naar gehouden en niet-gehouden dieren, en is dus van toepassing op in het wild levende dieren. Een tweede raakvlak is de dierziektebestrijding. De belangen van dier- of volksgezondheid kunnen vergen dat tegen in het wild levende dieren maatregelen worden getroffen ter voorkoming of bestrijding van besmettelijke dierziekten in afwijking van het bepaalde bij of krachtens dit wetsvoorstel. Ten slotte heeft het wetsvoorstel een raakvlak met de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren wanneer dieren van onder dit wetsvoorstel beschermde soorten gehouden worden. In dat geval kunnen ook op grond van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren regels gelden ten aanzien van de wijze van houden, de verzorging, het vervoer of het verhandelen van die dieren of producten daarvan. Voorbeelden hiervan zijn het wildhygiënecertificaat waarover een jager moet beschikken als hij door hem geschoten wild op de markt wil brengen, en de voorschriften over huisvesting en verzorging van gehouden dieren die onder de bescherming van het CITES-verdrag vallen.2
Op zichzelf kunnen er goede redenen zijn om regels in de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren die van belang zijn voor de bescherming van de natuur niet op te nemen in de Wet natuurbescherming. De regering laat zich daarover echter niet uit. Het is daarom niet goed mogelijk om te beoordelen of deze afwijking van het genoemde wetssystematische uitgangspunt verdedigbaar is.