Einde inhoudsopgave
Impassezaken en verantwoordelijkheden binnen het enquêterecht (IVOR nr. 69) 2010/4.4.1.2
4.4.1.2 Bepalingen van dwingend recht
mr. F. Veenstra, datum 28-10-2010
- Datum
28-10-2010
- Auteur
mr. F. Veenstra
- JCDI
JCDI:ADS469151:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie paragraaf 3.3.4.1.
HR 1 maart 2002, JOR 2002, 79, r.o. 3.9 (Zwagerman Beheer I, m.nt. Van den Ingh). Zie voor deze uitspraak paragraaf 3.3.6.2.
Aldus: p-v 9 december 1999, JOR 2000, 33 (Besin Groep); OK 17 februari 2000, rekestnr. 106/2000 OK (Big Blue Europe); OK 2 november 2000, JOR 2001, 6 (Cohere Holding), p-v 15 mei 2001, JOR 2001, 145 (De Jong’s Timmerfabriek Bergambacht); p-v 31 augustus 2001, JOR 2001, 207 (Easy World Airline Holdings).
OK 17 februari 2000, rekestnr. 106/2000 OK (Big Blue Europe).
Sanders & Westbroek/Buijn & Storm 2005, p. 332.
Door Sanders & Westbroek/Buijn & Storm 2005, p. 331-332, is er bijvoorbeeld op gewezen dat art. 2: 228 lid 1 BW bepaalt dat slechts aandeelhouders stemrecht hebben. Ook bij het toekennen van een doorslaggevende stem in het bestuur aan een door de OK benoemde bestuurder plaatsen zij vraagtekens, nu art. 2: 239 lid 2 BW voorschrijft dat een bestuurder niet meer stemmen kan uitbrengen dan de andere bestuurders tezamen.
Zie ook de conclusie van A-G Timmerman (overweging 3.30-3.31) bij HR 14 maart 2008, ARO 2008, 56 (Koninklijke Begemann Groep).
OK 7 augustus 2002, ARO 2002, 133 (Exploitatiemaatschappij De Rotte Bergen).
OK 29 november 2002, ARO 2002, 180 (Alcas Holding): de OK machtigt de RvC onder andere om een besluit te nemen tot verhoging van het maatschappelijk kapitaal. Vergelijk tekstnummer 95.
OK 11 maart 2005, ARO 2005, 37, r.o. 3.8 (Samlerhuset Group). Zie ook tekstnummer 93.
OK 5 augustus 2005, ARO 2005, 159 (Samlerhuset Group). Zie ook tekstnummer 93 (noot 51).
101. De Hoge Raad staat het de Ondernemingskamer blijkens de beschikking inzake Versatel eveneens toe met het treffen van onmiddellijke voorzieningen (en het regelen van de gevolgen ervan) af te wijken van wettelijke bepalingen van dwingend recht.1 Gesteld kan worden dat met name deze beslissing belangrijke handvatten biedt aan de Ondernemingskamer in haar streven de besluitvorming binnen de vennootschap vlot te trekken en de belangen van de vennootschap (daaronder begrepen minderheidsaandeelhouders en werknemers) veilig te stellen. Zo blijft zij, niettegenstaande de eerdere beschikking van de Hoge Raad inzake Zwagerman Beheer2, binnen de grenzen van haar bevoegdheden indien zij bij wijze van ordemaatregel aan de door haar benoemde commissarissen de bevoegdheden toekent van de RvC van een structuurvennootschap (titel 5, afdeling 6 Boek 2 BW).3 De conclusie is dezelfde indien de Ondernemingskamer de bestuurders schorst en hen voor de duur van het geding tot commissaris benoemt4, hoewel, zoals Buijn en Storm naar aanleiding hiervan mijns inziens terecht opmerken5, een bestuurder naar Nederlands recht niet tevens commissaris kan zijn. (Verdere) discussie is eveneens overbodig ten aanzien van de vraag of de tijdelijk benoemde bestuurders en commissarissen een doorslaggevende stem mag worden toegekend in een ander orgaan dan het hunne6: dit mag.7 Het is voorts toegestaan dat ingevolge art. 2: 349a lid 2 BW een commissaris wordt benoemd die de bevoegdheden van de AVA uitoefent en aan wie het stemrecht op de geplaatste aandelen toekomt8, dat de RvC wordt gemachtigd de statuten te wijzigen9, dat een (zesde) commissaris wordt benoemd ‘aan wie de bevoegdheid wordt toegekend om, (steeds) in die gevallen waarin naar zijn oordeel het nemen van een besluit achterwege blijft dat met het oog op de belangen van de vennootschap niet achterwege mag blijven en het nemen ervan geen uitstel gedoogt, een zodanig besluit te nemen, in een voorkomend geval met terzijdestelling van hetgeen in de (...) statuten van de vennootschap is bepaald’10en dat de RvC de bevoegdheid wordt verleend tot benoeming van bestuurders van de vennootschap, zulks met terzijdestelling van hetgeen in de statuten omtrent de bevoegdheid tot benoeming van bestuurders is bepaald.11