Het nationale budgetrecht en Europese integratie
Einde inhoudsopgave
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/9.1.6:9.1.6 Richtlijn 2011/85/EU
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/9.1.6
9.1.6 Richtlijn 2011/85/EU
Documentgegevens:
mr. S.P. Poppelaars, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. S.P. Poppelaars
- JCDI
JCDI:ADS455278:1
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 3, eerste lid, Richtlijn 2011/85/EU.
Artikel 3, tweede lid, Richtlijn 2011/85/EU.
Artikel 4, eerste lid, Richtlijn 2011/85/EU.
Artikel 4, vijfde lid, Richtlijn 2011/85/EU.
Artikel 4, eerste lid, Richtlijn 2011/85/EU.
Artikel 6, eerste lid, sub b, Richtlijn 2011/85/EU.
Artikel 6, eerste lid, sub c, Richtlijn 2011/85/EU.
Artikel 9, eerste lid, Richtlijn 2011/85/EU.
Artikel 9, tweede lid, Richtlijn 2011/85/EU.
Artikel 11 Richtlijn 2011/85/EU.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het laatste onderdeel van het six-pack, Richtlijn 2011/85/EU, geeft vrij gedetailleerde voorschriften over de wijze waarop lidstaten hun begrotingen opstellen en over het begrotingsbeleid dat zij voeren. Dit geheel wordt aangeduid als het begrotingskader. Voorschriften op dit terrein zijn volgens de richtlijn nodig om ervoor te zorgen dat lidstaten de verplichting om buitensporige overheidstekorten te vermijden, voldoende waarborgen.1 De richtlijn gaat in op vier aspecten van het begrotingskader van de lidstaten.
Ten eerste richt de regeling zich op de overheidsboekhouding. Er moet een boekhoudstelsel gebruikt worden dat alle subsectoren van de overheid bestrijkt.2 Bovendien moeten de lidstaten de begrotingsgegevens van al deze sectoren regelmatig en tijdig publiceren.3
Ten tweede regelt de richtlijn dat lidstaten hun begrotingsplanning baseren op realistische macro-economische en budgettaire prognoses, gebruikmakend van de meest actuele informatie.4 De lidstaten maken deze prognoses openbaar, met inbegrip van de methoden, aannames en relevante parameters die deze prognoses onderbouwen.5 Ook de Europese Commissie komt met prognoses. Indien er sprake is van aanzienlijke verschillen tussen de scenario’s van de lidstaten en die van de Commissie, beschrijven de lidstaten deze afwijkingen en geven zij hiervoor argumenten.6
De richtlijn verplicht de lidstaten voorts om cijfermatige begrotingsregels op te stellen, onder andere ter naleving van de tekort- en schuldnormen.7 Deze regels worden gemonitord door onafhankelijke instanties die functioneel autonoom moeten zijn.8 Ook moeten de regels ingaan op de gevolgen van niet-naleving.9
Tot slot moeten de lidstaten op grond van de richtlijn een begrotingskader voor de middellange termijn vaststellen.10 Hierbij moet een planningshorizon van drie jaar in acht worden genomen, om te waarborgen dat bij de nationale begrotingsplanning wordt uitgegaan van een meerjarenperspectief. De richtlijn vermeldt een aantal elementen die in het begrotingskader moeten worden opgenomen.11 Overigens merkt de richtlijn wel op dat een nieuwe regering van een lidstaat het begrotingskader voor de middellange termijn kan aanpassen aan nieuwe beleidsprioriteiten.12