Einde inhoudsopgave
Verlofstelsels in strafzaken (SteR nr. 37) 2018/5.2.b
5.2.b Bezwaarvereiste in hoger beroep
mr. G. Pesselse, datum 01-12-2017
- Datum
01-12-2017
- Auteur
mr. G. Pesselse
- JCDI
JCDI:ADS609523:1
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
De Hullu 1989, p. 190-193.
Zie met verdere verwijzingen Pesselse 2015.
HR 7 juli 2009, NJ 2009/403; HR 2 februari 2010, NJ 2010/88; zo ook voor een om andere redenen in strijd met artikel 410 Sv ingediende schriftuur, zie HR 29 november 2011, NJ 2011/583.
Zogeheten rol- of regiezittingen waarop de zaak niet wordt voorgedragen geven nog geen ruimte voor niet-ontvankelijkverklaring op grond van art. 416 lid 2 Sv, zie HR 25 mei 2010, NJ 2011/80, m.nt. Cleiren; HR 17 april 2012, NJ 2014/326, m.nt. Cleiren.
HR 3 september 2013, NJ 2013/441.
Deze eis is niet in strijd met artikel 14 lid 5 IVBPR, aldus HR 14 juni 2011, NJ 2013/533, m.nt. Mevis.
HR 28 juni 2011, NJ 2013/531 en NJ 2013/532, m.nt. Mevis; zie hierover Dreissen 2011; zie voorts HR 9 juni 2015, NJ 2015/289 en bijv. Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch 10 december 2013, ECLI:5952.
Zie bijv. niet-ontvankelijkverklaring in Hof Leeuwarden ECLI:BI3169 en Hof Amsterdam 23 december 2009, ECLI:BK7625.
HR 24 maart 2015, NJ 2015/188.
Contourennota Modernisering Strafvordering 2015b, p. 114-118, zie hierover Pesselse 2015.
De daadwerkelijke voor- en nadelen van een bezwaarvereiste hangen uiteindelijk af van de precieze vormgeving ervan. In hoger beroep is het bezwaarvereiste volop in ontwikkeling. Tot 2007 bestond voor het openbaar ministerie en de verdachte de bevoegdheid om bij schriftuur of ter zitting bezwaren tegen het vonnis te formuleren, maar zij waren daartoe niet verplicht. De appelrechter kon op zijn beurt eventueel opgegeven bezwaren in de behandeling van het beroep en motivering van zijn uitspraak betrekken, maar was daartoe evenmin gedwongen.1 Deze lang bestaande praktijk is door de Wet stroomlijnen hoger beroep in 2007 gewijzigd. Sindsdien mag volgens het concept van voortbouwend hoger beroep de daadwerkelijke behandeling van het beroep ter terechtzitting op de grieven worden toegespitst (art. 415 lid 2 Sv). Deze mogelijkheid kan overigens niet volledig worden benut, omdat de grieven niet de omvang van het beroep beperken, de grieven voorts ter zitting mogen worden aangevuld en uitgebreid, en de appelrechter nog steeds de volle verantwoordelijkheid draagt voor juiste beantwoording van de vragen van artikel 348 en 350 Sv.2
Hier is van belang dat grieven sinds 2007 in verschillende opzichten relevant zijn voor de ontvankelijkheid van het hoger beroep.3 Thans moet het openbaar ministerie binnen twee weken na het instellen van beroep een schriftuur met grieven indienen, op straffe van facultatieve niet-ontvankelijkverklaring van het beroep. Na afloop van de termijn doch vóór de aanvang van de zitting ingediende schrifturen doen niet af aan de bevoegdheid van de rechter de toegang te weigeren.4 De verdachte – of zijn raadsman – kan zowel bij schriftuur als ter zitting grieven opgeven.5 Juist omdat opgave ter zitting mogelijk is, moet de appelrechter een tardieve doch voorafgaand aan de zitting ingediende schriftuur van de verdediging in acht nemen.6 Dient de verdediging op geen enkel moment grieven in, dan ‘kan’ het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard.7 Daarnaast is sinds de arresten van de Hoge Raad van 28 juni 2011 duidelijk dat bij schriftuur opgegeven grieven ter zitting mogen worden teruggetrokken, met als gevolg dat het beroep (gedeeltelijk) voor niet-ontvankelijkverklaring op grond van artikel 416 Sv in aanmerking komt.8 Ten slotte wordt bij het afbakenen van de omvang van het beroep acht geslagen op de schriftuur. Indien onbeperkt beroep is ingesteld ten aanzien van meerdere gevoegde feiten terwijl in de schriftuur slechts over één of enkele van die feiten wordt geklaagd, dan vormt dat soms aanleiding voor gedeeltelijke niet-ontvankelijkverklaring van een deel van het beroep of vaststelling van de beperkte omvang ervan – wat op hetzelfde neerkomt.9 Volgens de arresten van 28 juni 2011 is dit strikt genomen ontoelaatbaar, maar in cassatie leidt het niet zonder meer tot vernietiging.10
Inmiddels bestaan plannen het rechtsmiddel van hoger beroep opnieuw te veranderen. Omdat grieven thans veelal reeds moeten worden ingediend voordat een uitgewerkt vonnis beschikbaar is, de grieven in een latere procesfase mogen worden aangevuld en voorts de appelrechter zijn beslissing en motivering uiteindelijk niet tot de grieven mag beperken, komen in het huidige hoger beroep vooral de inscherpings- en stroomlijningsfunctie van grieven niet goed tot hun recht. Binnen de modernisering van het Wetboek van Strafvordering wordt kort gezegd voorgesteld om in hoger beroep een aangescherpt grievenstelsel in te voeren in die zin dat (i) indiening van grieven bij schriftuur wordt verplicht, op straffe van niet-ontvankelijkheid van het beroep, en (ii) in appel de beoordeling van het vonnis centraal staat, primair op grond van de ingediende grieven, met (iii) ruimte voor de rechter om ambtshalve in te grijpen.11 Deze ontwikkeling zal aan bezwaren een nog centralere plaats geven in hoger beroep.