Het nationale budgetrecht en Europese integratie
Einde inhoudsopgave
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/9.3.4:9.3.4 Tussenconclusie
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/9.3.4
9.3.4 Tussenconclusie
Documentgegevens:
mr. S.P. Poppelaars, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. S.P. Poppelaars
- JCDI
JCDI:ADS457702:1
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie par. 8.3.2.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit het bovenstaande blijkt dat de Tweede Kamer bepaald niet eenduidig was bij het aannemen van moties. Enerzijds stemde een meerderheid voor automatische sancties voor lidstaten die het Stabiliteits- en Groeipact schenden en al eerder voor een onafhankelijk orgaan dat begrotingsdiscipline kan afdwingen. Anderzijds wilde de Kamer geen politieke unie en geen nieuwe Europese afdwingbare afspraken op het niveau van de te nemen maatregelen. Bovendien moesten maatregelen op het terrein van lonen, pensioenen en belastingen nationaal te bepalen blijven, en werd de hiervoor besproken motie uit 1980 herroepen. Deze dubbelzinnigheid kwam eerder ook ter sprake.1 Meerdere bewindspersonen signaleerden de spanning tussen enerzijds een roep vanuit de Tweede Kamer om striktere maatregelen en anderzijds het behoud van nationale autonomie. De Kamer had dus zichtbaar moeite met het vormen van een oordeel over de verschillende stappen die op het terrein van Europese economische coördinatie werden gezet.