Einde inhoudsopgave
Een rechtsvergelijking tussen de Nederlandse en Duitse winstbelasting van lichamen (FM nr. 153) 2018/1.3.2.4.2
1.3.2.4.2 Het toetsen van (bestaande) Nederlandse discussiepunten aan kwaliteitseisen
dr. F.J. Elsweier, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
dr. F.J. Elsweier
- JCDI
JCDI:ADS397112:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Albert wijst er op dat er een onderscheid gemaakt kan worden in “gelijkheid in de wet” en “gelijkheid voor de wet”. In eerstgenoemd geval dient de wetgever ervoor te zorgen dat gemaakte wettelijke onderscheidingen redelijk zijn en wordt er gesproken over het gelijkheidsbeginsel als beginsel van behoorlijke wetgeving. Gelijkheid voor de wet betekent dat de wettelijke regel op alle gevallen waarop de regel betrekking heeft, op gelijke wijze worden toegepast en in dat geval is er sprake van het gelijkheidsbeginsel als beginsel van behoorlijk bestuur. P.G.H. Albert, Appels en peren of fruit en fruit?, NTFR 2018/309.
Zie ook hoofdstuk 1.3.2.1.1 waar ik betoog dat het draagkrachtsbeginsel vanuit een antropomorfe visie ook kan worden toegepast op lichamen.
Onder de fiscaal-juridische toets, toets ik aan internationaal en Europees recht.
Uit hoofdstuk 2.3.1 zal blijken dat het streven naar (en het behoud van) een goed fiscaal vestigingsklimaat belangrijk is voor Nederland. Hoewel ik het met bijvoorbeeld Doornebal eens ben dat de invloed van de fiscaliteit op investeringsbeslissingen niet moet worden overdreven, vind ik het wel van belang dit punt mee te nemen. J. Doornebal, Vestigingsklimaat en fiscale wetgeving: enkele kritische kanttekeningen, in de Van der Geldbundel, 2016, blz. 59-64.
In ieder hoofdstuk zet ik eerst uiteen hoe de desbetreffende rechtsregels (leerstukken) zijn vormgegeven in de Nederlandse vennootschapsbelasting. Vervolgens ga ik in op huidige relevante conceptuele/fundamentele discussiepunten (zie hoofdstuk 1.4) ten aanzien van deze rechtsregels. Deze discussiepunten zal ik toetsen aan de hand van door mij geconcretiseerde toetsen uit het toetsingskader van de Raad van State (en impliciet de kwaliteitseisen uit de nota Zicht op wetgeving), aangevuld door de, voor mijn onderzoek door mij belangrijke geachte, toets hoe de rechtsregel zich verhoudt ten opzichte van internationale en Europese fiscale ontwikkelingen. Concreet en samenvattend betekent dit dat ik het volgende toetsingskader hanteer voor de Nederlandse discussiepunten.
Fiscaal-beleidsanalytische toets
Het voldoen aan deze toets betekent:
De uitwerking (wettelijke of rechterlijke invulling van de rechtsregel) spoort met de ratio.
De wetgever heeft de juiste keuze gemaakt tussen het wel of niet invoeren van een wettelijke rechtsregel.
De rechtsregel heeft geen onbedoelde negatieve neveneffecten. Underkill of overkill moet zoveel mogelijk worden voorkomen.
De rechtsregel is op het juiste niveau ingevoerd.
De rechtsregel zorgt voor een redelijke verhouding tussen de baten en lasten die uit de rechtsregel kunnen voortvloeien. Anders geformuleerd, de rechtsregel leidt niet tot buitenproportionele (administratieve) lasten voor de belastingplichtige of Belastingdienst.
De rechtsregel is voldoende (praktisch) uitvoerbaar en handhaafbaar.
Fiscaal-juridische toets
Het voldoen aan deze toets betekent:
De rechtsregel is in overeenstemming met hoger recht. Hiermee wordt bedoeld dat de rechtsregel in overeenstemming moet zijn met het internationale recht, EU-recht, de grondwet en algemene rechtsbeginselen. Zoals uit hoofdstuk 2.9.2.1 nog zal blijken, kan in Duitsland, in tegenstelling tot in Nederland, wel worden getoetst aan de grondwet en algemene rechtsbeginselen.
De rechtsregel is in overeenstemming met de algemene (fiscale) rechtsbeginselen zoals:
Het gelijkheidsbeginsel.1 Mijns inziens kan het draagkrachtsbeginsel worden gezien als een uitvloeisel van het gelijkheidsbeginsel en speelt het beginsel ook een rol in de vennootschapsbelasting. Uit hoofdstuk 3.2.4 zal blijken dat een lichaam zelfstandig (economische en juridisch) gezien kan worden ten opzichte van de aandeelhouder, of als een verlengstuk van de aandeelhouder. In beide gevallen speelt het draagkrachtbeginsel mijns inziens een rol. In het eerste geval direct en in het tweede geval indirect. Om draagkracht te kunnen meten, wordt in de inkomstenbelasting het inkomen van een natuurlijk persoon als uitgangspunt genomen. Mijns inziens ligt het voor de hand om draagkracht bij lichamen te meten aan de hand van de totale winst (het totaalwinstbeginsel).2
Het neutraliteitsbeginsel. Het neutraliteitsbeginsel kan gezien worden als de wens dat de door de vennootschapsbelasting (en belastingen in het algemeen) in het leven geroepen distorsies tot een minimum worden beperkt. Er kan bijvoorbeeld worden gedacht aan (statische of dynamische) rechtsvormneutraliteit en financieringsneutraliteit.
Het rechtszekerheidsbeginsel.
De rechtsregel past binnen het bestaande Nederlandse rechtsstelsel.
Fiscaal-wetstechnische toets
Het voldoen aan deze toets betekent:
De rechtsregel is logisch en systematisch opgebouwd, consistent en de gebruikte terminologie duidelijk.
De rechtsregel (en de parlementaire toelichting) is duidelijk geformuleerd.
De rechtsregel is eenvoudig, duidelijk en toegankelijk.
Internationale/Europese fiscale ontwikkelingentoets
Naast het toetsen van de bovenstaande wat meer klassieke kwaliteitseisen van wetgeving ben ik van mening dat het voor mijn onderzoek relevant is om ook internationale en Europese ontwikkelingen3 in ogenschouw te nemen. Ik beoordeel een rechtsregel dan met name in het licht van de C(C)CTB en het Nederlandse fiscale vestigingsklimaat. Overigens vind ik niet dat de C(C)CTB, of het fiscale vestigingsklimaat leidend zouden moeten zijn voor de Nederlandse rechtsregels, maar het is mijns inziens ook niet aan te bevelen dat Nederland helemaal tegen de Europese C(C)CTB stroom inroeit, of dat Nederland helemaal geen rekening meer houdt met het fiscale vestigingsklimaat.4 Ik merk op dat met name vanuit een wetenschappelijke invalshoek men zich kan afvragen of de huidige internationale (Europese) fiscale ontwikkelingen wel de juiste ontwikkelingen zijn. Het gaat mijn onderzoek te buiten om deze ontwikkelingen expliciet te toetsen. Met andere woorden heb ik voor mijn onderzoek de bestaande internationale (Europese) fiscale ontwikkelingen als uitgangspunt genomen. Daar waar relevant heb ik de ontwikkelingen voorzien van commentaar.
Het is onwaarschijnlijk dat een discussiepunt ten aanzien van alle toetsen even goed zal scoren. Bij de analyse komt de focus te liggen op de toetsen waaraan een discussiepunt niet of in mindere mate voldoet. De andere toetsen zullen alleen verder worden uitgewerkt, voor zover deze relevant zijn ten aanzien van het discussiepunt en/of als evident is dat er niet of in mindere mate aan is voldaan.