Einde inhoudsopgave
Personentoetsingen in de financiële sector (O&R nr. 127) 2021/8.8.4
8.8.4 Tuchtrechtelijk Register
mr. drs. I. Palm-Steyerberg, datum 01-03-2021
- Datum
01-03-2021
- Auteur
mr. drs. I. Palm-Steyerberg
- JCDI
JCDI:ADS268567:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Europees financieel recht
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Voetnoten
Voetnoten
Art. 7.2 Tuchtreglement. Het betreft hier de stand van zaken per 1 juni 2020.
Art. 7.5 Tuchtreglement en art. 4.1 Protocol Tuchtrechtelijk Register Stichting Banken, versie december 2015, https://www.tuchtrechtbanken.nl/reglementen (“Protocol”).
Art. 7.3 Tuchtreglement.
P. Laaper & D. Busch, ‘The Dutch Banker’s Oath and the Dutch Banking Disciplinary Committee’, in D. Busch, G. Ferrarini, G. van Solinge (red.), Governance of Financial Institutions, Oxford: Oxford University Press 2019, p. 463.
Deze termijn is bedoeld om te voorkomen dat betrokkene langer dan noodzakelijk wordt geconfronteerd met in het verleden begane overtredingen. Anderzijds is overwogen dat de termijn niet te kort dient te zijn, om te verhinderen dat betrokkene bijvoorbeeld een lange vakantie of sabbatical opneemt en hierdoor in een sollicitatieprocedure niet wordt opgemerkt dat hem een tuchtmaatregel is opgelegd, zie art. 6.2 Protocol.
De toezichthouders hebben geen toegang tot het Tuchtrechtelijk Register.1 Opgelegde maatregelen en minnelijke schikkingen, die tevens een maatregel bevatten worden door de STB in dit Register opgenomen. Het Register kan slechts worden geraadpleegd door de banken die hun medewerkers aan het bancair tuchtrecht hebben onderworpen, en worden gebruikt voor pre-employment en in-employment screening.2 Het Register werkt op basis van een hit/no hit-systeem, waarbij uitsluitend de maatregel van een beroepsverbod wordt vastgelegd.3
Met Laaper en Busch ben ik van oordeel dat de effectiviteit van het tuchtrecht (en het toezicht) zou toenemen wanneer de toezichthouder directe toegang zou hebben tot het Register, althans in de context van personentoetsingen. Op die manier zou bijvoorbeeld kunnen worden voorkomen dat de toezichthouders een persoon goedkeuren voor een positie bij, bijvoorbeeld, een verzekeraar terwijl hij of zij eerder tuchtrechtelijk is veroordeeld wegens (wan-)gedrag in een (vorige) functie bij een bank.4 Een inzagerecht in het Register heeft daarnaast als voordeel dat dit efficiënter is dan het steeds opnieuw opstellen van een formeel informatieverzoek, zoals bedoeld in de vorige paragraaf. Ook zou met een inzagerecht de vertrouwelijkheid van een lopend (her-)toetsingsonderzoek beter kunnen worden gegarandeerd. Bij een formeel informatieverzoek aan de STB is het de tuchtrechtelijke instantie immers direct duidelijk wie bij de toezichthouder nader “onder de loep” ligt. De toezichthouder zal de kring van geïnformeerden, in het belang van de te toetsen persoon, echter zo klein mogelijk willen houden.
De gegevens uit het Register worden na drie jaar verwijderd,5 terwijl de toezichthouder bij een geschiktheids-of betrouwbaarheidstoetsing ook tuchtrechtelijke maatregelen zal willen betrekken die voor die tijd zijn opgelegd. De toezichthouder hanteert geen termijn voor de “ouderdom” van antecedenten, al zullen antecedenten naarmate zij langer geleden gepleegd zijn, minder zwaar wegen. Ook bevat het Register slechts summiere gegevens (hit/no hit). Toegang tot het Register is dus zonder meer een stap in de goede richting, maar zal niet steeds kunnen voorkomen dat achterliggende informatie alsnog bij de betrokken bank, de te toetsen persoon of bij de STB moet worden opgevraagd.