Financiële controle in het gemeenterecht
Einde inhoudsopgave
Financiële controle in het gemeenterecht (Dissertatieserie Vakgroep Staatsrecht Groningen) 2011/5.2.3:5.2.3 De periode 1992 — 2002
Financiële controle in het gemeenterecht (Dissertatieserie Vakgroep Staatsrecht Groningen) 2011/5.2.3
5.2.3 De periode 1992 — 2002
Documentgegevens:
dr. W. van der Woude, datum 21-09-2011
- Datum
21-09-2011
- Auteur
dr. W. van der Woude
- Vakgebied(en)
Overheidsfinanciën (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het proces van comptabele verantwoording worden door de Gemeentewet van 1992 verschillende wijzigingen aangebracht. Ik noem er hier twee. De eerste betreft het definitief uit de Gemeentewet verdwijnen van de Ontvanger. Blijkens de Memorie van Toelichting zijn hiermee de ontvangersfuncties (boekhouder en kassier) overigens niet verdwenen. Zij blijven "onverkort bestaan met dien verstande dat deze voortaan uitsluitend kunnen worden uitgeoefend overeenkomstig de daarvoor door de raad te stellen regels."1
De tweede wijziging houdt verband met het hierboven gememoreerde debat over de vaststelling van de rekening. Niet langer stellen gedeputeerde staten de gemeentelijke jaarrekening vast, maar wordt dit gedaan op gemeentelijk niveau, waarmee Oppenheim uiteindelijk toch zijn zin heeft gekregen. Het preventieve toezicht van Gedeputeerde Staten is bij zowel rekening als begroting ingeruild voor repressief toezicht. Alleen bij gemeenten waar de begroting niet in evenwicht is en de eerstvolgende jaren niet in evenwicht zal zijn, is de mogelijkheid van preventief toezicht behouden. Hiermee is de wetgever verder gegaan dan de voorstellen van de commissie-Van Kinschot, die wel voorstelde de wijze van vaststelling van de begroting en de rekening gelijk te trekken, maar het preventieve toezicht wilde handhaven.2