Zaaksvervanging
Einde inhoudsopgave
Zaaksvervanging (O&R nr. 55) 2010/1.2:1.2 Probleemstelling
Zaaksvervanging (O&R nr. 55) 2010/1.2
1.2 Probleemstelling
Documentgegevens:
Johanna Bernadine Spath, datum 01-04-2010
- Datum
01-04-2010
- Auteur
Johanna Bernadine Spath
- JCDI
JCDI:ADS623492:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie ook Struycken 2007, p. 232.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
4.
Zaaksvervanging is een figuur die in strijd lijkt te zijn met het beginsel dat het einde van een goed het einde van het recht met zich brengt en om die reden lijkt zaaksvervanging te leiden tot een fundamentele breuk met het systeem van het goederenrecht.1 Daar staat echter tegenover dat de resultaten die uit de toepassing van zaaksvervanging voortvloeien als rechtvaardig worden gezien en vaak wenselijk zijn. In wezen is de kern van het probleem waar zaaksvervanging de jurist voor stelt de vereniging van het wenselijke (handhaving van een recht als het object hiervan tenietgaat) en het mogelijke (een systeem van goederenrecht dat om rechtszekerheid te kunnen bieden duidelijke uitgangspunten dient te hebben). De vraag waar dit proefschrift zich in de eerste plaats op richt, is dan ook hoe deze twee, schijnbaar tegenstrijdige, elementen zich tot elkaar verhouden en hoe zaaksvervanging in het Nederlandse goederenrecht past. Daartoe dient ten eerste te worden geïdentificeerd wanneer zaaksvervanging wenselijk is en ten tweede te worden verklaard hoe het beoogde resultaat wordt bereikt. Daarbij moet voorop staan dat zaaksvervanging een plaats verdient binnen het systeem van het goederenrecht, zonder dat het dit systeem aantast. De benadering van zaaksvervanging als onderdeel van het goederenrechtelijke systeem verdient mijns inziens de voorkeur boven de benadering van zaaksvervanging als een rechtsfiguur van eigen aard naast het systeem, omdat dit de inzetbaarheid verhoogt en de toepassing beter voorspelbaar maakt.
Wanneer een theoretische inpassing van zaaksvervanging in het goederenrecht is gevonden, dient de vervolgvraag zich aan. Zijn de theoretisch haalbare resultaten ook te verenigen met de kenmerken van de goederen die hierbij betrokken zijn? Onderzocht wordt of het nagestreefde doel in feitelijke gevallen te bereiken is en welke grenzen de diverse soorten vervangende goederen daarbij meebrengen.