Einde inhoudsopgave
Stille getuigen 2015/0.2
2 Het recht getuigen te ondervragen
Mr. B. de Wilde, datum 01-01-2015
- Datum
01-01-2015
- Auteur
Mr. B. de Wilde
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Voorfase
Voetnoten
Voetnoten
O’Brian 2011b, p. 111: ‘Evidence put forward in police statements is simply too unreliable and subject to manipulation to be allowed to be used at trial without an opportunity to question it.’
Volgens HR 14 september 1992, NJ 1993, 54 en HR 22 september 1992, NJ 1993, 55 mogen verklaringen waarvan de rechter heeft vastgesteld dat zij niet betrouwbaar zijn, niet aan het bewijs meewerken.
In bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk geldt een verbod op hearsay evidence, wat als gevolg heeft dat de getuige zijn verklaring ter zitting zal moeten herhalen. Op dit verbod bestaan overigens heel wat uitzonderingen. Zie artikel 114 e.v. van de Criminal Justice Act 2003.
Vanwege de kans dat een getuigenverklaring niet naar waarheid is afgelegd of niet correct is geregistreerd, is het voor de verdachte van groot belang om een gelegenheid te krijgen om de geloofwaardigheid van de getuige en de betrouwbaarheid van de getuigenverklaring te onderzoeken.1 Het ondervragingsrecht geeft hem daartoe het recht. Het doel van de uitoefening van dit recht is het onderzoeken van de betrouwbaarheid van de getuigenverklaring en, bij twijfel daaraan, het overtuigen van de rechter dat de getuigenverklaring geheel of gedeeltelijk niet betrouwbaar is en daarom niet of slechts gedeeltelijk voor het bewijs mag worden gebruikt.2
De meeste getuigenverklaringen die Nederlandse rechters voor het bewijs gebruiken, zijn afgelegd tijdens het voorbereidend onderzoek. Daarbij is de verdediging niet altijd in de gelegenheid gesteld om vragen te stellen aan de getuige. Zij wordt bijvoorbeeld standaard niet uitgenodigd om politieverhoren bij te wonen. Wanneer de verdediging de wens heeft om een getuige ter zitting aan de tand te voelen, zal zij deze wens moeten laten blijken door een verzoek te doen tot oproeping van de getuige (hierna: getuigenverzoek). Getuigen herhalen in Nederlandse strafzaken hun eerder afgelegde verklaringen in de regel namelijk niet ter zitting, zoals in sommige andere landen wel het geval is.3 Getuigenverzoeken mogen niet zomaar worden afgewezen. Daarvoor moet een goede reden bestaan. Het bestaan van die goede reden neemt niet weg dat het mogelijk is dat de verdediging geen gelegenheid heeft gehad om de getuige in enig stadium van de procedure te ondervragen. De rechter zal de eerder afgelegde getuigenverklaring daarom niet zonder meer aan zijn bewijsbeslissing ten grondslag mogen leggen. Wanneer de getuigenverklaring in beslissende mate zou bijdragen aan de bewezenverklaring, mag deze alleen voor het bewijs worden gebruikt wanneer de betrouwbaarheid van de verklaring voldoende op andere manieren dan door een ondervraging van de getuige kon worden onderzocht.