Einde inhoudsopgave
De kosten van de enquêteprocedure (VDHI nr. 177) 2022/2.8.3.3
2.8.3.3 Bezwaren van procespartijen
mr. P.H.M. Broere, datum 12-05-2022
- Datum
12-05-2022
- Auteur
mr. P.H.M. Broere
- JCDI
JCDI:ADS652177:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. ook Hermans 2017, p. 188.
Zie bijv. OK 2 april 2013 (r.o. 1.5), ARO 2013/69 (Mojo Theater); OK 25 februari 2014 (r.o. 1.7), ARO 2014/75 (Biotempt); OK 14 maart 2014 (r.o. 1.7), ARO 2014/77 (Prins Dokkum).
Zie bijv. OK 27 juli 2012, ARO 2012/122 (Leidsestraat Apotheek), waarin een termijn van vier dagen werd geboden; OK 27 juni 2016, ARO 2016/142 (Energie Concurrent), waarin een termijn van elf dagen werd geboden; OK 29 mei 2020, ARO 2020/131 (L’Étoile), waarin een termijn van veertien dagen werd geboden.
Zie ook Hermans 2017, p. 187, die een standaardtermijn van veertien dagen voorstelt, tenzij de Ondernemingskamer een andere termijn bepaalt.
OK 25 februari 2021, ARO 2021/56 (Verweij Mungra Vastgoed).
OK 22 juni 2020 (r.o. 2.3), ARO 2020/127 (SNS).
De Leidraad schrijft in bepaling 4.5 voor dat partijen in de gelegenheid worden gesteld op de declaratie van de onderzoeker te reageren, waarna de Ondernemingskamer de kosten van het onderzoek vaststelt bij beschikking. Mijns inziens moet de Ondernemingskamer allen die (vermoedelijk) belang hebben bij de vaststelling van de kosten van het onderzoek in de gelegenheid stellen zich uit te laten over de begroting. Dat zijn zij die ook bij een verzoek tot verhoging van het onderzoeksbudget moeten worden gehoord, waarover par. 2.6.3.2. Dit kan een brede kring van personen zijn, die belang kunnen hebben bij de vaststelling van de kosten van het onderzoek omdat deze kosten op hen of door hen kunnen worden verhaald op de voet van art. 2:354 BW.1
De Ondernemingskamer stelt partijen in de gelegenheid schriftelijk te reageren op de declaratie van de onderzoeker. Zij verbindt daaraan niet steeds een termijn, althans van een termijn blijkt niet steeds uit de beschikking van de Ondernemingskamer waarbij de kosten van het onderzoek worden vastgesteld.2 Wordt partijen wel een termijn gegund, dan is die termijn niet steeds gelijk.3 De ontwikkeling van een standaardtermijn is naar mijn mening ook niet nodig. Belangrijk is wel dat de Ondernemingskamer partijen steeds een reactietermijn biedt, die kan verschillen naar gelang de omvang en complexiteit van de declaratie van de onderzoeker.4
Formuleren procespartijen geen bezwaren of reageren zij niet, dan gelast de Ondernemingskamer geen mondelinge behandeling. Mijns inziens zou de Ondernemingskamer dit wel moeten doen, en partijen op dezelfde wijze moeten horen als bij een verzoek tot verhoging van het onderzoeksbudget, waarover par. 2.6.3.3.
Bezwaren van partijen kunnen ook reeds in een eerder stadium worden weggenomen. In Verweij Mungra Vastgoed voerde de enquêteverzoeker bezwaren aan tegen de declaratie van de onderzoeker. Uit de beschikking volgt niet waaruit die bezwaren bestonden. Wel volgt hieruit dat de onderzoeker aan deze bezwaren tegemoet is gekomen, en de aard en omvang van de gemaakte kosten volgens de Ondernemingskamer voldoende nader heeft toegelicht. De onderzoeker verzocht de Ondernemingskamer vervolgens de vaststelling van een gewijzigde vergoeding, op welk bedrag de Ondernemingskamer de kosten van het onderzoek vervolgens vaststelde.5
In SNS voerde de rechtspersoon bezwaren aan tegen het verzoek tot verhoging van het onderzoeksbudget van de onderzoekers (par. 2.6.4.5). De Ondernemingskamer overwoog in dat kader dat zij na deponering van het onderzoeksverslag de vergoeding van de onderzoekers zal vaststellen en partijen zich bij die gelegenheid kunnen uitlaten over de dan door de onderzoekers te verschaffen specificatie van de in verband met het onderzoek gemaakte kosten. Desgewenst kan volgens de Ondernemingskamer in dat stadium op detailniveau aan de orde worden gesteld of de kosten in redelijkheid zijn gemaakt.6 Voor bezwaren van procespartijen tegen de declaratie van de onderzoeker bestaat dus kennelijk meer ruimte bij de vaststelling van de kosten van het onderzoek dan bij een verzoek tot verhoging van het onderzoeksbudget.