Einde inhoudsopgave
Het systeem van sanctionering van fiscale fraude (FM nr. 166) 2021/6.4.3
6.4.3 Openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak
Dr. C. Hofman, datum 01-04-2021
- Datum
01-04-2021
- Auteur
Dr. C. Hofman
- JCDI
JCDI:ADS270199:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Keulen en Knigge 2016, p. 437.
Kamerstukken II 1979/1980, 16 162, nr. 3, p. 22 en 23.
De Meij e.a. 2006, p. 6.
De Meij e.a. 2006, p. 11.
De Meij e.a. 2006, p. 38 en 39. Volgens De Meij maakt de anonimisering van persoonsgegevens van natuurlijke personen die in een uitspraak worden genoemd een inbreuk op de openbaarheidsplicht zoals die ongeclausuleerd is opgenomen in art. 121 Grondwet. De bescherming van de persoonlijke levenssfeer is voldoende verzekerd als de rechter bij vonniswijzing, conform de regeling die geldt bij het EHRM, tot anonimisering kan beslissen, ambtshalve of op een met redenen omkleed verzoek va een belanghebbende partij, in uitzonderlijke gevallen.
Smidt 1891, p. 363.
Bleichrodt en Vegter 2016, p. 391. Volgens art. 36 CP oud werden veroordelingen tot criminele straf in uittreksel aangeplakt.
Tekst en commentaar Noyon/Langemeijer/Remmelink, art. 36 WvSr, aant. 4.
Bleichrodt en Vegter 2016, p. 391.
Bleichrodt en Vegter 2016, p. 391.
Smidt 1891, p. 164.
Tekst en commentaar Kluwer Navigator, art. 36 WvSr, Noyon/Langemeijer/Remmelink, aant. 1a.
Kelk 2012, p. 334.
Bleichrodt en Vegter 2016, p. 392.
Kelk 2012, p. 334.
Hof Amsterdam 5 april 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:1182.
In publicatie in twee dagbladen, zoals door de OvJ gevorderd, ziet de rechtbank daarnaast geen toegevoegde waarde.
Rb. Den Haag 24 april 2018, ECLI:NL:RBDHA:2018:4811.
De gevallen waarin deze straf ingevolge het Wetboek van Strafrecht kan worden opgelegd zijn beperkt. Zij kan worden toegepast krachtens art. 106 wegens bedrieglijke handelingen bij leverantie aan vloot of leger, krachtens art. 176 wegens aflevering van de schadelijke stoffen ook door schuld, krachtens art. 309 wegens het veroorzaken van de dood of zwaar lichamelijk letsel door schuld in de uitoefening van het ambt of het beroep, krachtens art. 325 wegens verduistering, krachtens art. 339 wegens bedrog en krachtens art. 349 wegens bankbreuk en aanverwante misdrijven. het economisch strafrecht, waar openbaarmaking steeds mogelijk is, art. 6 lid 2 en 7 onderdeel g WED.
Tekst en commentaar Noyon/Langemeijer/Remmelink, art. 36 WvSr, aant. 5.
Doorenbos 2007, p. 27.
De Bont en Cornelisse 2011, p. 29.
De Bont en Cornelisse 2011, p. 30.
Verplichte openbaarmaking is een sanctie?
Openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak lijkt op het eerste gezicht geen sanctie, omdat het EHRM en de Grondwet verplichten tot openbaarmaking van het vonnis.
Art. 6 EVRM garandeert een fair hearing, onder andere door te veronderstellen dat de hearing in public geschiedt. Door de rechtspleging transparant te houden draagt openbaarheid bij aan het doel van art. 6 EVRM: een fair trial.1 In de nationale wetten is het beginsel van een openbare terechtzitting ook verankerd. Zo is het onderzoek ter terechtzitting in strafzaken in beginsel openbaar, aldus art. 269 lid 1 WvSv. Volgens art. 8:62 Awb is ook de zitting van de bestuursrecht in beginsel openbaar. Op grond van art. 27c AWR zijn fiscaal bestuursrechtelijke zittingen echter niet openbaar, met uitzondering van het deel over de boete. Aangezien de boete veelal een percentage van de aanslag is (in het geval van vergrijpboeten), werkt deze scheiding in theorie beter dan in praktijk. De tweede zin van het eerste lid van art. 6 EVRM maakt duidelijk dat de uitspraak ook in het openbaar moeten plaatsvinden: “Judgement shall be pronounced publicly”.
Bij de algehele grondwetsherziening van 1983 is in art. 121 Grondwet een nieuwe tekst vastgelegd, die naast de openbaarheid van de terechtzitting en de verplichting dat vonnissen de gronden bevatten waarop zij berusten, beide met uitzondering van bij de wet bepaalde gevallen, ook het ongeclausuleerde voorschrift bevat dat de uitspraak in het openbaar moet worden gedaan. Art. 8:78 Awb schrijft voor dat de uitspraken van de bestuursrechter ook in het openbaar worden gedaan. En op grond van art. 362 WvSv wordt het vonnis uitgesproken in een openbare zitting van de rechtbank.
In de praktijk is de openbaarheidsgarantie ten aanzien van vonnissen vergaand uitgehold. De bedoeling achter de bepaling van art. 121 Grondwet was een waarborg te bieden aan de burger voor geheime vonnissen,2 maar om praktische redenen wordt de plicht niet nageleefd. Met name in de sfeer van het burgerlijk recht en het bestuursrecht wordt het voorlezen van vonnissen als een zinloze exercitie ervaren, aldus De Meij.3 De tendens lijkt te zijn dat genoegen genomen wordt met beschikbaarheid van de uitspraak voor partijen.4 Hoewel invoering van de website www.rechtspraak.nl een belangrijk initiatief was voor de vergroting van de openbaarheid, betreft het hier slechts een gering percentage van alle vonnissen, terwijl bovendien de selectie in de praktijk op willekeurige manier geschiedt.5
Inhoud en wettelijke grondslag
De wettelijke grondslag voor openbaarmaking van de uitspraak is te vinden in art. 9 lid 1 sub b onder 3 WvSr en vindt uitwerking in art. 36 WvSr.
Openbaarmaking van de uitspraak is – zoals al gezegd – in feite dus de regel. In dat licht kan de straf van art. 36 WvSr verbazen. De gedachte achter deze straf was dat het uitspreken van het vonnis in het openbaar, voor zover dat al gebeurt, in sommige gevallen niet genoeg effect had. Vanwege het begane misdrijf werd het in sommige gevallen nodig of wenselijk geacht dat aan het vonnis of arrest meer openbaarheid werd gegeven. Om deze reden is openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak als straf opgenomen in het Wetboek van Strafrecht.6 De rechter bepaalt de wijze van openbaarmaking. Te denken valt aan publicatie in een dagblad of vakblad. Bleichrodt en Vegter noemen ook het voorbeeld van de aanplakking op een bepaalde openbare plaats.7
Het punitieve karakter van de sanctie van openbaarmaking van de uitspraak blijkt volgens Noyon, Langemeijer en Remmelink (ook) uit het feit dat de kosten der openbaarmaking bij het vonnis geschat op een bepaald bedrag, dat door de veroordeelde moet worden betaald (zie art. 6:5:2 WvSv).8
De straf van openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak bestond overigens al vóór de inwerkingtreding van het Wetboek van Strafrecht van 1886. Bleichrodt en Vegter schrijven:
“Zo was bij Wet van 19 mei 1829, Stb. 35 voorzien in een verplichte aanplakking en openbaarmaking van het vonnis in die gevallen waarin eet- en drinkwaren met giftige of anderszins schadelijke stoffen waren gemengd of verkocht (art. 6). In geval van veroordeling wegens bedrieglijke bankbreuk diende de rechter aanplakking en bekendmaking door een openbaar dagblad te gelasten.”9
Openbaarmaking heeft volgens Bleichrodt en Vegter als doel een waarschuwing te geven aan het publiek voor bepaalde beroepsbeoefenaren.10 Aan de straf van openbaarmaking van de uitspraak kende de regering dus ook een preventief karakter toe.11 Dit schijnt te moeten worden opgevat in die zin, dat de openbaarmaking moet strekken tot waarschuwing van hen die later met de veroordeelde in contact zouden treden. Om deze reden kan de straf kan dan ook alleen worden toegepast op degenen die enig misbruik van het in hen wegens hun persoonlijkheid of de aard van hun beroep gestelde vertrouwen hebben gemaakt.12 Kelk schrijft:
“De openbaarmaking van het vonnis (…) waarschuwt derden tegen bepaalde praktijken van de delinquent zodat zij minder risico lopen daarvan het slachtoffer te worden. Dit zal in een grotere, anonieme samenleving, minder effect hebben. Daarin heeft openbaarmaking van het vonnis veelal een ‘schandpaaleffect’.”13
Effectiviteit
Volgens Bleichrodt en Vegter heeft de openbaarmaking van de straf niet veel toegevoegde waarde. Enerzijds vanwege de publicatie van uitspraken op de al genoemde website, en anderzijds vanwege de grote media-aandacht voor strafzaken.14 Ook volgens Kelk is de straf van openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak in deze tijd niet altijd effectief. Dit zou komen doordat het schandpaaleffect al wordt opgevangen door de verschillende media. Dit wordt door de rechter in de straftoemeting soms meegenomen, als strafverminderende factor.15 Een voorbeeld biedt een arrest van het Hof Amsterdam van 5 april 2019.16
Een voorbeeld van toepassing van de sanctie van openbaarmaking rechterlijke uitspraak biedt een vonnis van de Rechtbank Den Haag van 24 april 2018. Verdachte maakte zich gedurende vijf jaar lang op grote schaal schuldig aan oplichting van bedrijven, onder meer door goederen te bestellen, en aan het witwassen van de opbrengsten daarvan en werd veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden. Ter waarschuwing van het publiek en ter voorkoming van verdere recidive werd de openbaarmaking van het vonnis gelast waarbij volstaan wordt met een publicatie op rechtspraak.nl zonder anonimisering van de naam (en aliassen) van verdachte en een persbericht.17 Deze inbreuk was gerechtvaardigd in het licht van de met de openbaarmaking te dienen doelen, aldus de rechtbank.18
Combinaties en voorwaardelijke opleggingsmogelijkheden
Op grond van art. 9 lid 5 WvSr kan – in de gevallen waarin de wet haar oplegging toelaat – een bijkomende straf zowel afzonderlijk als met hoofdstraffen en met andere bijkomende straffen worden opgelegd. De openbaarmaking van de uitspraak kan met andere kan woorden gecombineerd worden met de gevangenisstraf, hechtenis, taakstraf, geldboete, ontzetting van rechten en verbeurdverklaring.
Oplegging is mogelijk zowel naast als in plaats van een hoofdstraf (art. 9 lid 5 WvSr), maar alleen bij delicten waar de wet dit toelaat, net zoals gold voor de ontzetting uit een beroep.19 Openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak is een straf die zelden wordt toegepast.20 Volgens Doorenbos heeft dit te maken met de onvoorspelbaarheid van de gevolgen van openbaarmaking: hierdoor is het voor de rechter lastig om een zorgvuldige afweging te maken.21
Toepassing in fiscalibus
Art. 36 WvSr luidt als volgt:
“In de gevallen waarin de rechter krachtens de wet de openbaarmaking van zijn uitspraak gelast, bepaalt hij tevens de wijze waarop aan die last uitvoering wordt gegeven.”
Vanwege de zinsnede ‘krachtens de wet’ is de toepassingsmogelijkheid van de bepaling beperkt. De straf is voor het fiscale recht niet toepasbaar, ook niet via de route van valsheid in geschrifte en witwassen. Er bestaat voorts geen fiscaal strafrechtelijke evenknie van de openbaarmaking van de uitspraak. Toch constateert De Bont dat het OM en/of de Belastingdienst in toenemende mate openbaarheid geven aan (individuele) gevallen. Dat gebeurt bijvoorbeeld bij veroordeling, maar ook al bij acties in het kader van een lopend opsporingsonderzoek.22 Steeds vaker zoeken het OM en/of de Belastingdienst de publiciteit. Dit terwijl een wettelijke basis hiervoor ontbreekt. De openbaarmaking is immers een bijkomende straf die slechts door de rechter mag worden opgelegd en waarover bijvoorbeeld ook niets wordt gezegd in het AAFD-Protocol.23
Voorwaardelijke toepassingsmogelijkheid
Op grond van art. 14a lid 3 WvSr kan de rechter bepalen dat bijkomende straffen, waaronder de openbaarmaking van de rechtelijke uitspraak, geheel of gedeeltelijk niet ten uitvoer zullen worden gelegd. Hierbij geldt de algemene voorwaarde van art. 14c lid 1 WvSr: de veroordeelde mag zich voor het einde van zijn proeftijd (als bedoeld in art. 14b WvSr) niet schuldig maken aan een strafbaar feit.