Financiële controle in het gemeenterecht
Einde inhoudsopgave
Financiële controle in het gemeenterecht (Dissertatieserie Vakgroep Staatsrecht Groningen) 2011/2.2.2.2:2.2.2.2 De Gemeentewet van 1851
Financiële controle in het gemeenterecht (Dissertatieserie Vakgroep Staatsrecht Groningen) 2011/2.2.2.2
2.2.2.2 De Gemeentewet van 1851
Documentgegevens:
dr. W. van der Woude, datum 21-09-2011
- Datum
21-09-2011
- Auteur
dr. W. van der Woude
- Vakgebied(en)
Overheidsfinanciën (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
In de Gemeentewet van 1851 was de onverenigbaarheid burgemeester-raadslid nog niet opgenomen.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de (eveneens Thorbeckiaanse) Gemeentewet van 1851 werd de grondwettelijke schets verder ingekleurd. Naast de in de grondwet genoemde raad introduceerde de Gemeentewet de door de Koning (al dan niet uit de raad) benoemde burgemeester en de door de raad uit zijn midden benoemde wethouders.1 Regeling en bestuur van de gemeentelijke huishouding werden opgedragen aan de raad, het dagelijks bestuur aan het college van burgemeester en wethouders en bijzondere bevoegdheden met betrekking tot de openbare orde aan de burgemeester.
De bevoegdheid tot regeling en bestuur met betrekking tot die aangelegenheden waarover de Gemeentewet en andere wetten zwegen, kwam in de Gemeentewet-1851 expliciet toe aan de raad. In de bestuursreglementen kwam deze "rest"-bevoegdheid nog toe aan de organen die met het dagelijks bestuur belast waren (schout, burgemeester(en), eventueel bijgestaan door wethouders of assessoren). Deze breuk met het verleden moet worden gezien in het verlengde van het in de Grondwet geïntroduceerde hoofdschap van de raad. Met betrekking tot de bevoegdheden die het college ten aanzien van het (hoofdzakelijk dagelijks) bestuur van de huishouding had, is in 1851 een verantwoordingsplicht ten opzichte van de raad ingevoerd.