Einde inhoudsopgave
Het systeem van sanctionering van fiscale fraude (FM nr. 166) 2021/6.4.5
6.4.5 Aantekening in de justitiële documentatie
Dr. C. Hofman, datum 01-04-2021
- Datum
01-04-2021
- Auteur
Dr. C. Hofman
- JCDI
JCDI:ADS270229:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Nota van toelichting Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens, Stb. 2004, nr. 130, p. 27 en 28.
Meijer 2017, onderdeel 1.
Meijer 2017, onderdeel 1.
Meijer 2017, onderdeel 1.
Meijer 2017, onderdeel 5.
§1 Beleidsregels VOG NP-RP-2013.
Art. 5 lid 1 en 2 Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens. Zie besluit van 23 december 2009 tot wijziging van het Besluit justitiële gegevens, het Besluit OM-afdoening en het Besluit tenuitvoerlegging geldboeten in verband met de invoering van de fiscale strafbeschikking, Stb., 2010, 10. In het maatschappelijke leven wordt de term ‘strafblad’ gebruikt als een justitieel gegeven in de justitiële documentatie is opgenomen.
Meijer 2017, onderdeel 2.1.
Kurtovic en Rijnsburger 2016, onderdeel 1 en onderdeel 3.
Beleidsregels VOG NP-RP 2013.
Kurtovic en Rijnsburger 2016, onderdeel 3.2.
Kurtovic en Rijnsburger 2016, onderdeel 3.3.
Toelichting op de beleidsregels VOG NP-RP 2013, Stcrt. 2013, 5409.
Rb. Den Haag 11 juni 2015, ECLI:NL:2015:6687.
Meijer 2017, onderdeel 6.
Meijer 2017, onderdeel 7.
De aantekening in het uittreksel justitiële documentatie vormt geen afzonderlijke sanctie, maar gaat gepaard met een aantal van de hierboven besproken sancties, en verdient om deze reden enige aandacht.
Bijkomende gevolgen van een straf
In de volksmond wordt het bedoelde uittreksel ook wel een ‘strafblad’ genoemd, maar juridisch gezien is sprake van het uittreksel justitiële documentatie. De aantekening in de justitiële documentatie is een bijkomend gevolg van een straf, die normatief geen deel uitmaakt van de straf. Een ander voorbeeld van een bijkomend gevolg van een straf is dat van de veroordeelde DNA mag worden afgenomen (dit is een legitieme beperking van het recht op privacy als bedoeld in art. 8 EVRM). De ratio achter de aantekening is onder andere het belang van criminaliteitspreventie en een goede rechtspleging. De ernst van de overtreding(en) speelt daarbij een rol. Verder kan documentatie van bepaalde feiten van belang zijn wanneer daarvoor een wettelijke recidiveregeling bestaat.1
Meijer schrijft dat het toepassingsbereik van de bijkomende gevolgen van de straf de afgelopen jaren sterk is uitgebreid, waardoor steeds meer personen bijkomende gevolgen van hun strafrechtelijke veroordeling ondervinden.2 Meijer stelt dat er weinig aandacht is voor en bekendheid is met de bijkomende gevolgen van een strafrechtelijke veroordeling. Ze spreekt wel van een gebrek aan zicht op de post-sanctiefase.3 De verklaring van Meijer is als volgt:
“(…) dat de bijkomende gevolgen hun regeling vinden in het bestuursrecht. Het toepassen van een strafrechtelijk normatief kader op deze gevolgen is vanwege hun bestuursrechtelijke aard niet zonder meer mogelijk. Tegelijkertijd geldt dat het strafrechtelijke en bestuursrechtelijke systeem niet los van elkaar kunnen worden gezien. Zo ziet de strafrechter zich bijvoorbeeld geconfronteerd met verweren die betrekking hebben op deze bestuursrechtelijke gevolgen.”4
De legitimatie van bijkomende gevolgen van een straf, is volgens Meijer gelegen in het doel van preventie. Volgens haar lijken de bijkomende gevolgen veel op strafrechtelijke maatregelen. Een staat kan goede redenen hebben om veroordeelden na afloop van hun straf te onderwerpen aan preventieve maatregelen.5 Dit kan in het geval van de VOG worden afgeleid uit het feit dat de verkrijging afhangt van het risico voor de samenleving in het licht van het doel van de aanvraag (zie later).6
De aantekening in de justitiële documentatie
De aantekening in de justitiële documentatie, of: het strafblad, is een strafrechtelijk verschijnsel, waardoor voor fiscale fraude geldt dat in geval van bestuurlijke afdoening geen aantekening in de justitiële documentatie kan volgen.
In het geval de zaak strafrechtelijk wordt afgedaan, krijgt de belastingplichtige in bepaalde gevallen een aantekening in de justitiële documentatie. Voor misdrijven geldt dat een aantekening volgt vanaf het moment dat sprake is van een verdenking en de zaak in behandeling is genomen door het OM.7 Wanneer de zaak vervolgens is afgedaan wordt de wijze van afdoening of de uitspraak vermeld op het strafblad.
Dit betekent dat ook een schikking (transactie) met het OM of een door het OM opgelegde strafbeschikking wordt vermeld. De buitengerechtelijke afdoening is via de strafbeschikking sinds de Wet OM-afdoening niet meer als het voorkomen van strafvervolging maar als een daad van vervolging vormgegeven8 waarbij de schuld wordt vastgesteld. Dit brengt tevens met zich dat zowel strafrechtelijke als fiscale strafbeschikkingen ter zake van misdrijven aangemerkt worden als justitieel gegeven.9 De enige uitzondering betreft strafbeschikking opgelegd van minder dan 100 euro; daarvoor geldt dat er geen aantekening volgt.10
Daarnaast betekent dit dat ook een vrijspraak of een sepot worden vermeld op het strafblad. Er is een belangrijkre uitzondering op deze regel. Er volgt namelijk geen aantekening wanneer de zaak is geseponeerd omdat belastingplichtige ten onrechte als verdachte is aangemerkt.
Voor overtredingen is het juridisch kader iets ingewikkelder. Hiervoor komt slechts een aantekening op de justitiële documentatie vanaf het moment dat het OM een beslissing heeft genomen over de afdoening van de zaak. In de volgende drie gevallen volgt überhaupt geen aantekening: zoals al vermeld, als er een strafbeschikking wordt opgelegd van minder dan 100 euro, maar ook als de zaak wordt geseponeerd zonder bijzondere voorwaarden en als de rechter uitsluitend een geldboete oplegt van minder dan 100 euro.11
Kortom: het begaan van de delicten uit art. 67a t/m 67f AWR leiden niet tot een aantekening in de justitiële documentatie. Ook de overtredingen uit art. 68 AWR leiden vermoedelijk veelal niet tot een aantekening, maar de misdrijven uit art 69 en 69a AWR wel. Overtredingen blijven in de regel vijf jaar staan in de justitiële documentatie, misdrijven 20 of 30 jaar.12
De VOG
De gevolgen van één of meer aantekeningen in de justitiële documentatie kunnen vergaand zijn. Zo is het mogelijk dat betrokkene geen VOG krijgt. Deze verklaring wordt soms door werkgevers verlangd, wanneer het gaat om een specifieke positie, waarbij het verleden van een kandidaat bij kan dragen aan het antwoord op de vraag of hij of zij past in die positie. De overheid heeft volgens Meijer behoorlijk ingezet op dit middel, bijvoorbeeld door de introductie van de continue screening in de kinderopvang en de taxibranche.13
De aanvraag van een VOG is centraal ondergebracht bij het Centraal Orgaan Verklaring Omtrent het Gedrag. Bij een VOG-aanvraag wordt onderzoek gedaan naar het justitiële verleden van de aanvrager, waarbij het belang van de aanvrager wordt afgewogen tegen het risico voor de samenleving in het licht van het doel van de aanvraag. Naar aanleiding hiervan wordt, aldus Kurtovic en Rijnsburger, verklaard of al dan niet is gebleken van bezwaren tegen de aanvrager en wordt de VOG geweigerd respectievelijk verstrekt.14 De beoordeling van de VOG-aanvraag geschiedt op grond van een objectief criterium en een subjectief criterium, beide vastgelegd in beleidsregels.15 Volgens Kurtovic en Rijnsburger wordt de VOG op basis van het objectieve criterium geweigerd indien in de justitiële documentatie met betrekking tot de aanvrager een strafbaar feit is vermeld, dat, gelet op het risico voor de samenleving en de overige omstandigheden van het geval, aan een behoorlijke uitoefening van de taak of de bezigheden waarvoor de VOG wordt aangevraagd, in de weg zal staan. Het gaat er dus om of het gepleegde feit verband houdt met de functie die iemand wil gaan uitoefenen.16 Vervolgens wordt aan de hand van het subjectieve criterium gekeken of de omstandigheden van het geval ertoe kunnen leiden dat de objectieve vaststelling van een risico voor de samenleving niet zou moeten leiden tot weigering van de VOG. Omstandigheden van het geval die altijd in de beoordeling worden betrokken zijn de hoeveelheid antecedenten, de afdoening hiervan, het tijdsverloop en de leeftijd tijdens het plegen van het delict.17 Volgens de toelichting op de beleidsregels VOG is de afdoening van de strafzaak een belangrijk meetinstrument voor toetsing aan het subjectief criterium. Bij het beoordelen van de ernst van het delict wordt afgegaan op wat de strafrechter hierover in de hoogte van de opgelegde sanctie tot uitdrukking heeft gebracht.18
De aard van de bijkomende gevolgen van een straf
De aantekening in de justitiële documentatie is een bijkomend gevolg van een straf. Op deze bijkomende gevolgen bestaat weinig grip, onder andere over de kwalificatie van dit fenomeen. De oorzaak kan gelegen zijn in het feit dat de aantekening bestuursrechtelijk van aard is.
De aantekening in de justitiële documentatie wordt in de praktijk vergeleken met de strafrechtelijke straf van het beroepsverbod (de ontzetting van rechten, in dit van geval van het beroep). De Rechtbank Den Haag maakte in een vonnis van 11 juni 2015 bijvoorbeeld duidelijk dat een beroepsverbod en een strafblad op hetzelfde neerkomen. In deze zaak had een thuiszorgmedewerkster geldbedragen gestolen bij diverse ouderen die zij verzorgde. De OvJ had 22 maanden celstraf waarvan zeven maanden voorwaardelijk en daarnaast een beroepsverbod voor vijf jaar gevorderd. De rechtbank acht het op basis van de huidige wetgeving (art. 28 en 313 WvSr) onmogelijk om een beroepsverbod op te leggen en overweegt dat de bescherming van de maatschappij in gevallen als deze dient te worden gezocht in de regeling omtrent de afgifte van een VOG.19
Vaststaat dat het bijkomende gevolg van het strafblad speciaal preventief van aard is. Het is de bedoeling dat degene die al eerder een strafrechtelijke overtreding beging, dit in hetzelfde beroep niet nog eens doet. Of de bedoeling tevens is mensen af te schrikken (generaal preventieve werking) of om leed toe te voegen is niet duidelijk. Ondanks deze onduidelijkheid ligt het niet voor de hand de aantekening als criminal charge aan te duiden. De bescherming van art. 6 EVRM komt immers al met de straf waarmee de aantekening gepaard gaat.
Met Meijer meen ik wel dat, hoewel het een bestuursrechtelijke beslissing is om bijkomende gevolgen (waaronder opneming in het register) aan de strafrechtelijke veroordeling te verbinden, dit niet betekent dat de strafrechter in het kader van die beslissing geen enkele rol kan vervullen. Het proportionaliteitsbeginsel vormt – ook buiten het strafrecht – een belangrijke rechtstatelijke norm die ook de bevoegdheid van de staat tot het treffen van bijkomende gevolgen aan een strafrechtelijke veroordeling kan begrenzen.20 Strafrechters moeten zich realiseren dat, hoewel de uiteindelijke beslissing over de bijkomende gevolgen bij de bestuursrechtelijke autoriteit ligt, zij door middel van een motivering van hun straftoemetingsbeslissing waardevolle informatie kunnen geven voor wat betreft de proportionaliteitsafweging die bestuursrechtelijke autoriteiten dienen te maken in het kader van de beslissing over de bijkomende gevolgen. Te bepleiten valt dan ook een meer integrale benadering tussen de straftoemetingsbeslissing en de bestuursrechtelijke beslissing ter zake van de opname van een veroordeelde in het register zo meent Meijer.21
Toepassing in fiscalibus
De bestuurlijke boete vormt geen aanleiding voor de aantekening in de justitiële documentatie. In geval van fiscale fraude, kan de aantekening dus enkel in beeld komen wanneer belastingplichtige verdacht wordt van een fiscaal strafrechtelijk misdrijf (waaronder witwassen of valsheid in geschrifte) of van een fiscaal strafrechtelijke overtredingen (tenzij een geldboete van minder dan 100 euro wordt opgelegd) en in geval van een strafrechtelijke of een fiscale strafbeschikking (in geval deze wordt uitgevaardigd vanwege een misdrijf).