Einde inhoudsopgave
Uitkoop van minderheidsaandeelhouders (VDHI nr. 125) 2014/9.5.3
9.5.3 De uitkoopprijs in buitenlandse valuta
mr. T. Salemink, datum 01-07-2014
- Datum
01-07-2014
- Auteur
mr. T. Salemink
- JCDI
JCDI:ADS600006:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
OK 20 maart 1997, TVVS 1997, p. 285 (Rothmans International); OK 15 juli 1999, rolnr. 1083/96, n.g. (Affymax).
OK 14 oktober 2004, ARO 2004/131 (Haslemere); OK 26 mei 2005, ARO 2005/93 (Scala Business Solutions).
OK 8 mei 2008, ARO 2008/95 (HP Indigo).
OK 12 oktober 2010 (ro. 3.6), JOR 2011/43 (Efes Breweries). Evenzo OK 12 februari 2013 (ro. 3.8), JOR 2013/101 (Fairstar Heavy Transport); OK 15 januari 2013 (ro. 3.3), ARO 2013/31 (Brit Insurance); OK 11 december 2012 (ro. 2.3), ARO 2013/19 (Cascal).
In het verleden is slechts in enkel geval, waar het ging om uitzonderlijk grote bedragen, de consignatie van gelden in buitenlandse valuta geaccepteerd.
OK 12 februari 2013 (ro. 3.8), JOR 2013/101 (Fairstar Heavy Transport); OK 15 juni 2013 (ro. 3.3), ARO 2013/31 (Brit Insurance). Volgens Josephus Jitta onder JOR 2013/101 is een dergelijk oordeel ook niet nodig, omdat volgens hem uit art. 6:124 BW volgt dat omrekening van een bedrag in vreemde valuta moet geschieden naar de koers van de dag waarop de betaling plaatsvindt.
De uitkoopprijs kan zowel in euro als in een andere (courante) valuta luiden. Dit geldt voor zowel de algemene uitkoopregeling van art. 2:92a/201a BW als de bijzondere uitkoopregeling ex art. 2:359c BW.
De vraag in welke valuta de uitkoopprijs moet luiden, is met name van belang voor de minderheidsaandeelhouder. Bij een betaling in een voor hem vreemde valuta komen de omwisselingskosten voor zijn rekening en loopt hij bovendien een valutarisico als gevolg van koersschommelingen.
Ik geef een voorbeeld om dit risico te illustreren. De OK wijst een vordering tot uitkoop toe tegen 20 US-dollar per aandeel per de datum van het eindarrest. Op dat moment kost één US-dollar 50 eurocent. Dit betekent dat de minderheid omgerekend tien euro per aandeel krijgt. De uitkoper gaat echter niet direct over tot betaling van de prijs, maar wacht daar een maand mee. In diezelfde periode daalt de koers van de dollar met tien procent ten opzichte van de euro. Eén US-dollar kost nu nog maar 45 eurocent. De minderheidsaandeelhouder krijgt daardoor omgerekend nog slechts negen euro per aandeel betaald. Dit voorbeeld is niet ondenkbaar. De US-dollar verloor in 2010 in de periode 4 november tot 30 november bijna 9, 6% ten opzichte van de euro. Dit valutarisico is er niet, indien de OK de prijs vaststelt op het equivalent in euro van 20 US-dollar per de datum van het eindarrest.
De wet bevat geen voorschriften over de valuta van de uitkoopprijs. Uit de parlementaire geschiedenis blijkt evenmin dat de prijs in euro moet luiden. De OK staat de gedwongen overdracht tegen de betaling van een prijs in buitenlandse valuta echter onder omstandigheden toe.
Tot 2010 is geen er consistente lijn te ontdekken in de jurisprudentie of, en zo ja, onder welke voorwaarden een uitkoopprijs in buitenlandse valuta is toegestaan. In 1997 en 1999 wijst de OK in twee zaken een vordering tot uitkoop tegen betaling in buitenlandse valuta toe.1 In twee daaropvolgende uitkoopzaken gaat de OK echter zonder motivering voorbij aan de gevorderde prijs in buitenlandse valuta en stelt de prijs vast op het equivalent in euro daarvan.2 In de zaak HP Indigo uit 2008 stelt de OK echter wederom een uitkoopprijs in buitenlandse valuta vast.3 In geen enkele zaak motiveert de OK waarom een prijs in buitenlandse valuta wel of niet is toegestaan.
Pas in 2010 in de uitkoopzaak Efes Breweries motiveert de OK onder welke voorwaarden een uitkoopprijs in buitenlandse valuta toegestaan is. Zij acht het gerechtvaardigd om de uitkoopprijs in US-dollars vast te stellen, mede omdat alle voor de waardering bepalende factoren in US-dollars luiden. Deze factoren zijn onder meer de biedprijs van het voorafgaand bod en de beurskoers van de aandelen (althans daarvan afgeleide Global Depositary Receipts).4
Ik acht de keuze van de OK om uitkoop tegen een prijs in buitenlandse valuta toe te staan juist. In bepaalde gevallen is het zelfs wenselijker dat de uitkoopprijs niet in euro luidt. In de bovengenoemde zaak Efes Breweries is de enige gedaagde het Amerikaanse Bank of New York Mellon. Zij zal vermoedelijk een voorkeur hebben voor een uitkoopprijs in US-dollar in plaats van in euro.
De door de OK genoemde factoren zijn naar mijn mening zeker relevant, maar niet zonder meer doorslaggevend. De OK moet beoordelen of naar de omstandigheden van het geval een uitkoopprijs in buitenlandse valuta redelijk is. Daarbij kunnen ook andere factoren van belang zijn, bijvoorbeeld of een gedaagde verweer voert tegen de gevorderde prijs in buitenlandse valuta.
De vraag is tot slot of het consigneren van bedragen in buitenlandse valuta wel mogelijk is. Na telefonisch contact met de beheerder van de consignatiekas (het ministerie van Financiën), is mij gebleken dat de consignatie van gelden in buitenlandse valuta in beginsel niet geaccepteerd wordt.5 Het is dus onduidelijk of de uitkoper in dat geval alsnog het vastgestelde bedrag moet omwisselen in euro. Het ligt volgens de OK in ieder geval niet op haar weg om te bepalen tegen welke koers de consignatie moet geschieden.6